Afdeling III.
De berekening van de bedrijfsmatige mestoverschotten


Art. 28.

§ 1

Als de landbouwer overeenkomstig de bepalingen van artikel 25, heeft geopteerd voor het forfaitaire stelsel, wordt voor een bepaald kalenderjaar, voor een bedrijf het mestoverschot bepaald als de som van de mestoverschotten van de verschillende exploitaties die tot het bedrijf behoren. Hierbij houdt men eveneens rekening met de negatieve mestoverschotten van de exploitaties.


Het mestoverschot van een bepaalde exploitatie:

uitgedrukt in kg P2O5, wordt bepaald als de op de exploitatie geproduceerde hoeveelheid P2O5 uit dierlijke mest, verminderd met de hoeveelheid P2O5 uit dierlijke mest die op basis van de gegevens in de aangifte, vermeld in artikel 23, voor dat kalenderjaar op de oppervlakte landbouwgronden van de exploitatie, mocht worden opgebracht als vermeld in dit decreet. De op de exploitatie geproduceerde hoeveelheid P2O5 uit dierlijke mest, is het product van de gemiddelde veebezetting in de exploitatie gedurende dat kalenderjaar met de overeenkomstige productie per dier, berekend overeenkomstig artikel 27, uitgedrukt in kg P2O5. Bij het bepalen van de hoeveelheid P2O5 uit dierlijke mest die op basis van de gegevens in de aangifte, vermeld in artikel 23, voor dat kalenderjaar op de oppervlakte landbouwgronden van de exploitatie, mocht worden opgebracht als vermeld in dit decreet, wordt eveneens rekening gehouden met beheerovereenkomsten die de hoeveelheid meststoffen die op een perceel mag opgebracht worden, beperken;
uitgedrukt in kg N, wordt bepaald als de netto op de exploitatie geproduceerde hoeveelheid N uit dierlijke mest, verminderd met de hoeveelheid N uit dierlijke mest die op basis van de gegevens in de aangifte, vermeld in artikel 23, voor dat kalenderjaar op de oppervlakte landbouwgronden van de exploitatie, mocht worden opgebracht als vermeld in dit decreet. De netto op de exploitatie geproduceerde hoeveelheid N uit dierlijke mest, is de op de exploitatie geproduceerde hoeveelheid N uit dierlijke mest, verminderd met de stikstofverliezen, bepaald overeenkomstig artikel 27, § 5. De op de exploitatie geproduceerde hoeveelheid N uit dierlijke mest is het product van de gemiddelde veebezetting in de exploitatie gedurende dat kalenderjaar met de overeenkomstige productie per dier, berekend overeenkomstig artikel 27, uitgedrukt in kg N. Bij het bepalen van de hoeveelheid N uit dierlijke mest die op basis van de gegevens in de aangifte, vermeld in artikel 23, voor dat kalenderjaar op de oppervlakte landbouwgronden van de exploitatie, mocht worden opgebracht als vermeld in dit decreet, wordt eveneens rekening gehouden met beheerovereenkomsten die de hoeveelheid meststoffen die op een perceel mag opgebracht worden, beperken.


Als in de loop van een bepaald kalenderjaar een exploitatie overgelaten wordt met bijhorende gronden kunnen de overlatende landbouwer en de overnemende landbouwer overeenkomen dat voor dat kalenderjaar het bedrijf van de overlatende landbouwer en het bedrijf van de overnemende landbouwer als één gemeenschappelijk bedrijf worden beschouwd om:

het vervoer van meststoffen vast te leggen;
het aantal kg geproduceerde melk per jaar per melkkoe vast te stellen;
de administratieve geldboete, vermeld in artikel 63, § 1, en de straffen, vermeld in artikel 71, § 2, 1° en 2°, op te leggen.

 

De overnemende en de overlatende landbouwer kunnen bepalen dat een van hen aansprakelijk is voor het gemeenschappelijk bedrijf. Bij gebrek aan een dergelijke bepaling zijn zij allebei hoofdelijk aansprakelijk voor het gemeenschappelijk bedrijf.

 

Als in de loop van een bepaald kalenderjaar een exploitatie of bedrijf met bijbehorende gronden overgelaten wordt, kunnen de overlater en overnemer overeenkomen dat voor de berekening van het mestoverschot van dat kalenderjaar een bepaald deel van de mogelijkheden tot opbrenging van dierlijke mest op de overgelaten gronden in het bedrijf van de overlater in rekening wordt gebracht en een bepaald deel in het bedrijf van de overnemer in rekening wordt gebracht.


De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen en kan de situaties waarvoor twee bedrijven kiezen om als één gemeenschappelijk bedrijf te worden beschouwd als vermeld in het derde lid, 1° tot en met 3°, uitbreiden.

 

§ 2

Als de landbouwer heeft geopteerd voor het nutriëntenbalansstelsel, wordt het mestoverschot van een bedrijf voor een bepaald kalenderjaar berekend overeenkomstig de methode bepaald in paragraaf 1, met dien verstande dat nu de reële uitscheidingshoeveelheden, bepaald overeenkomstig artikel 26, of de reële stikstofverliezen in rekening worden gebracht.


De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen.

 

 

§ 3

De Mestbank maakt jaarlijks, voor elk bedrijf, voor de nutriënten N en P2O5, een mestbalans op, op basis van de berekening als vermeld in artikel 62bis.


De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen.