Art. 1.4.5.1.1.

§ 1.

Voor het uitvoeren van de evaluatie wordt gebruikgemaakt van de bij monitoring of bij inspectie verkregen gegevens waarover de overheid beschikt.

 

De instanties die belast zijn met het uitvoeren van een evaluatie, vermeld in artikel 1.4.4.1, kunnen de exploitant om bijkomende gegevens vragen die voor de evaluatie van de milieuvoorwaarden noodzakelijk zijn en als die nog niet in hun bezit zijn, waaronder:

de maatregelen die de exploitant uitvoert of voorstelt naar aanleiding van de redenen die aanleiding hebben gegeven tot het opstarten van de evaluatie en die hem overeenkomstig artikel 1.4.5.2.1, §1, tweede lid, of 1.4.5.3.1, §1, tweede lid, zijn meegedeeld;
als de aanstelling van een milieucoördinator voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit verplicht is, de visie van de milieucoördinator op de maatregelen, vermeld in punt 1°;
als het een GPBV-installatie betreft: de resultaten van de monitoring van emissies en andere gegevens die een vergelijking mogelijk maken van de werking van de installatie met de BBT, zoals beschreven in de toepasselijke BBT-conclusies en met de BBT-GEN.

 

§ 2.

De exploitant bezorgt de bijkomende gegevens, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, binnen een termijn van vijftig dagen vanaf de dag na de datum van verzending van de vraag.

 

Bij het overmaken van de gegevens, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, kan de exploitant de gegevens aangeven die vertrouwelijk moeten worden behandeld. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de regeling inzake passieve openbaarheid, vermeld in hoofdstuk II van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur.

 

Als de exploitant nalaat om de gevraagde gegevens binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, te bezorgen, kan de instantie die belast is met het uitvoeren van een evaluatie, vermeld in artikel 1.4.4.1, de evaluatie toch laten doorgaan.

 

§ 3.

De instanties die belast zijn met het uitvoeren van een evaluatie, vermeld in artikel 1.4.4.1, stellen de gegevens, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en paragraaf 2, bij de adviesaanvraag ter beschikking van de instanties die ze om advies vragen.

 

§ 4.

Voor de toepassing van afdeling 1.4.5 is titel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning van overeenkomstige toepassing.

 

§ 5.

De kennisgeving, vermeld in artikel 1.4.5.2.1, §1, tweede lid, en in artikel 1.4.5.3.1, §1, tweede lid, en het verslag met de conclusies van de uitgevoerde evaluatie, vermeld in artikel 1.4.5.2.2, §1, en in artikel 1.4.5.3.2, §1, worden door de exploitant ter beschikking gesteld van de werknemersvertegenwoordiging in de ondernemingsraad en van het comité voor preventie en bescherming op het werk. Bij ontstentenis van beide organen worden de documenten en gegevens ter beschikking gesteld van de vakbondsdelegatie van de onderneming.