Art. 1.5.1.3.

§ 1.

De bevoegde instantie neemt een gemotiveerde beslissing over de toelatingsaanvraag of eventueel over de kennisgeving binnen de termijn, vermeld in afdeling 1.5.2.

 

§ 2.

Als dat nodig is, kan de bevoegde instantie:

de gebruiker verzoeken nadere informatie te verstrekken. In dat geval wordt de termijn waarin de beslissing eventueel moet worden genomen, verlengd met de termijn waarin wordt gewacht op de nadere informatie;
de omstandigheden van het voorgestelde ingeperkte gebruik of het risiconiveau waarin dat is ingedeeld, wijzigen;
aan het ingeperkte gebruik een tijdslimiet of bepaalde specifieke voorwaarden verbinden;
overgaan tot raadplegingen.

 

De bevoegde instantie kan eisen dat niet met het voorgestelde ingeperkte gebruik wordt begonnen of ze kan, op verzoek van de bevoegde toezichthouder, het lopende ingeperkte gebruik schorsen of beëindigen, totdat ze haar goedkeuring heeft gegeven.

 

De bevoegde instantie kan dat doen op basis van:

nadere informatie die ze heeft verkregen;
gewijzigde omstandigheden van het ingeperkte gebruik;
een wijziging van het risiconiveau;
de nakoming van de specifieke voorwaarden.

 

 

§ 3.

De bevoegde instantie zendt binnen een termijn van tien dagen na de datum van de beslissing een afschrift van de beslissing aan:

de gebruiker;
de technisch deskundige;
het college van burgemeester en schepenen van de gemeenten waarin de activiteit gepland is of plaatsvindt;
de deputatie van de provincie waarin de activiteit gepland is of plaatsvindt, met uitzondering van beslissingen over activiteiten van risiconiveau 1;
de toezichthouder, bevoegd overeenkomstig titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid;
de dienst van de Civiele Bescherming, belast met de opstelling van het rampenplan, met uitzondering van beslissingen over activiteiten van risiconiveau 1 en 2.

 

§ 4.

Tegen elke beslissing kan de gebruiker een heroverwegingsvordering indienen bij de bevoegde instantie.

 

Die vordering wordt per aangetekende brief, digitaal of door afgifte tegen ontvangstbewijs ingediend bij de bevoegde instantie, uiterlijk dertig dagen na de ontvangst van de beslissing, vermeld in paragraaf 3.

 

De heroverweging heeft geen opschortende werking op de beslissing.

 

De definitieve beslissing wordt binnen dertig dagen na de ontvangst van de vordering verzonden aan alle betrokkenen conform de bepalingen van paragraaf 3.

     

Tegen de definitieve beslissing, vermeld in het vierde lid, is geen beroep mogelijk.