Hoofdstuk III/1.
Het opsporen en het winnen van aardwarmte


Afdeling I.
Vergunningen voor het opsporen en het winnen van aardwarmte


Onderafdeling I.
Aanvraagprocedure


Art. 63/1.

§ 1

Het opsporen of het winnen van aardwarmte in de diepe ondergrond kan alleen met een vergunning van de Vlaamse Regering.
Voor projecten inzake het opsporen of het winnen van aardwarmte in de diepe ondergrond die zijn opgestart voor de inwerkingtreding van dit hoofdstuk, wordt binnen een termijn van zes maanden na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk een vergunningsaanvraag ingediend. Die projecten mogen voortgezet worden zolang de beslissing over de vergunningsaanvraag niet onherroepelijk is geworden, op voorwaarde dat ze voldoen aan alle andere toepasselijke regelgeving en vergunningsplichten.

§ 2

De resultaten verkregen uit een opsporingsvergunning voor aardwarmte kunnen door een andere persoon dan de houder van de vergunning slechts worden aangewend na de rechten op de opsporingsresultaten te hebben verworven van de houder of laatste houder van de opsporingsvergunning voor aardwarmte, en deze daarvoor passend te hebben vergoed.

§ 3

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de aanvraagprocedure om een vergunning te verkrijgen, en de vormelijke en inhoudelijke voorwaarden waaraan een dergelijke aanvraag moet voldoen. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van de vergunningsaanvraag en de documenten die bij de aanvraag moeten worden gevoegd.

Art. 63/2.

§ 1

Nadat een aanvraag voor een vergunning is ingediend en volledig bevonden werd, neemt de Vlaamse Regering het initiatief om in het Belgisch Staatsblad een uitnodiging te publiceren om aanvragen in te dienen voor een soortgelijke vergunning voor hetzelfde volumegebied.
Die uitnodiging maakt melding van de aard van de vergunning, het volumegebied waarvoor een aanvraag kan worden ingediend, de termijn waarin een aanvraag tot mededinging kan worden ingediend, de toepasselijke regelgeving, en de voorgenomen datum waarop of de termijn waarin over de vergunningsaanvraag beslist zal worden.

§ 2

Andere belangstellenden kunnen binnen een termijn van negentig dagen na de publicatie van de uitnodiging in het Belgisch Staatsblad eveneens een aanvraag indienen voor een soortgelijke vergunning voor hetzelfde volumegebied.

Art. 63/3.

§ 1

In de volgende gevallen wordt de procedure, vermeld in artikel 63/2, niet gevolgd:
als de houder van een opsporingsvergunning voor aardwarmte die met gebruikmaking van die vergunning de aanwezigheid van winbare aardwarmte heeft aangetoond, gedurende de geldigheidsduur van die vergunning, voor hetzelfde volumegebied of gedeelten daarvan een aanvraag voor een winningsvergunning voor aardwarmte indient. Als de aanwezigheid van winbare aardwarmte maar in een deel van het vergunde gebied is aangetoond, kan de winningsvergunning voor aardwarmte beperkt worden tot dat deel van het gebied. In afwijking van artikel 63/7, § 1, blijft de opsporingsvergunning voor aardwarmte, voor zover ze betrekking heeft op het aangevraagde volumegebied, in elk geval gelden tot wanneer de beslissing over de aanvraag voor de winningsvergunning voor aardwarmte onherroepelijk wordt;
als de aanvraag betrekking heeft op een volumegebied waarvoor op dat ogenblik al een soortgelijke vergunning in het kader van dit hoofdstuk of een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag in het kader van hoofdstuk III is verleend;
als de aanvraag betrekking heeft op een volumegebied dat de Vlaamse Regering niet wil openstellen voor de opsporing of de winning van aardwarmte;
als het een aanvraag betreft overeenkomstig artikel 63/1, § 1, tweede lid;
als het een aanvraag betreft overeenkomstig artikel 63/16, § 3.

§ 2

De Vlaamse Regering kan in de volgende gevallen beslissen de procedure, vermeld in artikel 63/2, niet te volgen:
als er gegronde redenen zijn om de vergunning voor een volumegebied bij voorkeur aan de houder van een vergunning voor een aangrenzend volumegebied toe te kennen. In dat geval worden de houders van vergunningen voor eventuele andere aangrenzende volumegebieden uitgenodigd om binnen een termijn van negentig dagen eveneens een aanvraag in te dienen of hun opmerkingen mee te delen;
als de aanvraag betrekking heeft op een volumegebied waarvoor op dat ogenblik al een vergunning voor het opsporen of winnen van koolwaterstoffen in het kader van hoofdstuk II, een opslagvergunning voor koolstofdioxide in het kader van hoofdstuk III, een vergunning voor de ondergrondse berging van radioactief afval of een vergunning in het kader van de wet van 18 juli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ bestemd voor het opslaan van gas is verleend.

Art. 63/4.
De Vlaamse Regering kan ook op eigen initiatief beslissen een uitnodiging tot het indienen van aanvragen voor een vergunning in het Belgisch Staatsblad te publiceren. De voorschriften, vermeld in artikel 63/2, § 1, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Belangstellenden kunnen binnen een termijn van negentig dagen na de publicatie van de uitnodiging een aanvraag indienen.

Onderafdeling II.
Vergunningscriteria


Art. 63/5.
Een vergunning wordt niet verleend in de volgende gevallen:
als het niet aannemelijk is dat de opsporing of de winning van aardwarmte binnen het volumegebied waarvoor de vergunning zal gelden, op een verantwoorde wijze kan plaatsvinden;
als de aanvraag slaat op een volumegebied waarvoor op dat ogenblik al een soortgelijke vergunning in het kader van dit hoofdstuk is verleend;
als de aanvraag slaat op een volumegebied waarvoor op dat ogenblik al een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag in het kader van hoofdstuk III is verleend;
als de aanvraag slaat op een volumegebied dat de Vlaamse Regering niet wil openstellen voor de opsporing of winning van aardwarmte.
Een vergunning kan onder meer ook geweigerd worden als de aanvraag slaat op een volumegebied waarvoor op dat ogenblik al een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen in het kader van hoofdstuk II, een opslagvergunning in het kader van hoofdstuk III, een vergunning voor de ondergrondse berging van radioactief afval of een vergunning in het kader van de wet van 18 juli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ bestemd voor het opslaan van gas is verleend.

Art. 63/6.
Met behoud van de toepassing van artikel 63/5 worden de vergunningsaanvragen beoordeeld op basis van de volgende criteria:
de manier waarop de aanvrager zich voorneemt de nodige technische en financiėle middelen voor de activiteiten waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, te verwerven;
de manier waarop de aanvrager zich voorneemt de activiteiten waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, te verrichten;
in voorkomend geval, het eventuele gebrek aan efficiėntie en verantwoordelijkheidszin waarvan de aanvrager in het kader van een eerdere vergunning blijk heeft gegeven;
in voorkomend geval, de activiteiten die de aanvrager in het verleden verricht heeft in het volumegebied waarop de aanvraag betrekking heeft, of de vroegere vergunningen waarvan de aanvrager houder was in dat volumegebied;
in voorkomend geval, de eventuele interferentie met andere al vergunde activiteiten in de ondergrond;
de milieu-impact van de voorgenomen activiteiten;
het planmatige beheer van aardwarmte en van andere toepassingen in de diepe ondergrond;
de mate waarin de gewonnen aardwarmte efficiėnt en duurzaam zal worden aangewend.
De criteria, vermeld in het eerste lid, kunnen eveneens een grond tot weigering van de vergunning uitmaken.
De Vlaamse Regering kan nadere regels uitwerken voor de criteria, vermeld in het eerste lid.

Onderafdeling III.
Vergunningsvoorwaarden


Art. 63/7.

§ 1

Met behoud van de toepassing van artikel 63/16, § 2, geldt een opsporingsvergunning voor aardwarmte voor een duur van vijf jaar. Deze termijn wordt geschorst zolang een beroep tot nietigverklaring van de opsporingsvergunning aanhangig is bij de Raad van State.

§ 2

Een winningsvergunning voor aardwarmte geeft de duur aan waarvoor ze geldt. Met behoud van de toepassing van artikel 63/16, § 2, bedraagt de geldigheidsduur van een winningsvergunning voor aardwarmte niet langer dan noodzakelijk is om de aardwarmte volgens de bij de aanvraag verstrekte gegevens op een verantwoorde wijze te winnen.

§ 3

Een vergunning geeft aan voor welk volumegebied ze geldt, en welke verticale projectie op het aardoppervlak daarmee overeenstemt. Er wordt naar gestreefd om het vergunningsgebied zodanig af te bakenen dat het hele volumegebied waarin de vergunde activiteiten een merkelijke invloed hebben, binnen het vergunningsgebied valt. Het vergunningsgebied en de daarmee overeenstemmende verticale projectie op het aardoppervlak worden zo afgebakend dat de uitoefening van de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend, vanuit technisch en economisch oogpunt op zo goed mogelijke wijze kan plaatsvinden, en zijn niet groter dan nodig is voor de efficiėnte uitoefening van de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend.
Als een winningsvergunning voor aardwarmte na de verlening ervan blijkt te gelden voor een volumegebied waarin zich een geothermisch reservoir bevindt waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het de grens van het vergunningsgebied overschrijdt, is de vergunninghouder verplicht zijn medewerking te verlenen aan de totstandkoming van een overeenkomst met de voor het aangrenzende volumegebied tot het winnen van aardwarmte gerechtigde en, als artikel 12, § 1, eerste lid, toepassing vindt, met de voor het aangrenzende volumegebied tot het winnen van koolwaterstoffen gerechtigde, tenzij de Vlaamse Regering ontheffing verleent van de verplichting om een overeenkomst te sluiten. De overeenkomst strekt ertoe dat de winning van de aardwarmte in onderlinge overeenstemming plaatsvindt, en kan bepalen dat de concrete realisatie van de winning maar door een van hen wordt uitgevoerd. Voor de overeenkomst en alle latere wijzigingen ervan is de goedkeuring van de Vlaamse Regering noodzakelijk.

§ 4

De Vlaamse Regering kan bijzondere vergunningsvoorwaarden opnemen in opsporings- en winningsvergunningen voor aardwarmte.

Art. 63/8.

§ 1

Opsporings- en winningsvergunningen voor aardwarmte gelden eveneens voor koolwaterstoffen en andere stoffen die onvermijdelijk meekomen met het winnen van aardwarmte.
De Vlaamse Regering kan in een winningsvergunning voor aardwarmte aan de houder ervan de verplichting opleggen om overeenkomstig artikel 27 een vergoeding te betalen voor de koolwaterstoffen die onvermijdelijk meekomen met het winnen van aardwarmte.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor het winnen van koolwaterstoffen en andere stoffen die onvermijdelijk meekomen met het winnen van aardwarmte.

§ 2

Een opsporingsvergunning voor aardwarmte geeft aan binnen welke periode nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, de opsporingsactiviteiten of verkenningsonderzoeken, vermeld in de vergunning, moeten worden verricht.

Onderafdeling IV.
Verplichtingen van de vergunninghouders


Art. 63/9.
Voor hij boorgaten voor de opsporing of winning van aardwarmte aanlegt, toont de houder van een vergunning aan dat hij over de nodige technische en financiėle middelen beschikt om de activiteiten te verrichten waarvoor de vergunning is verleend.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de verplichting, vermeld in het eerste lid.

Art. 63/10.
De houder of laatste houder van een vergunning neemt alle maatregelen die redelijkerwijs van hem verwacht kunnen worden om te voorkomen dat de activiteiten waarop de vergunning slaat:
milieuverstoring veroorzaken;
schade door bodembeweging veroorzaken;
de openbare veiligheid schaden;
het planmatige beheer van aardwarmte en van andere toepassingen in de ondergrond verstoren.

Art. 63/11.
De houder van een vergunning deelt elke wijziging in een vergunningscriterium, vermeld in artikel 63/5 en 63/6, onmiddellijk mee aan de Vlaamse Regering.

Art. 63/12.

§ 1

Aardwarmte wordt gewonnen overeenkomstig een winningsplan voor aardwarmte, waarvoor de goedkeuring van de Vlaamse Regering noodzakelijk is.
Het is verboden om aardwarmte te winnen voor men over een door de Vlaamse Regering goedgekeurd winningsplan voor aardwarmte beschikt, of op een wijze die afwijkt van het door de Vlaamse Regering goedgekeurde winningsplan voor aardwarmte. Om aardwarmte te winnen in het kader van een opsporingsvergunning voor aardwarmte is geen winningsplan vereist.
Als dat noodzakelijk is voor een efficiėnte winning van de aardwarmte, kan het winningsplan voor aardwarmte op initiatief van de vergunninghouder gewijzigd of geactualiseerd worden. Voor het gewijzigde of geactualiseerde winningsplan voor aardwarmte is opnieuw de goedkeuring van de Vlaamse Regering noodzakelijk.

§ 2

De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de inhoud en de goedkeuringsprocedure van het winningsplan voor aardwarmte.

Art. 63/13.
De houder van een vergunning dient jaarlijks een rapport in bij de Vlaamse Regering met een overzicht van de in het voorbije jaar verrichte activiteiten, en een overzicht van de in het eerstvolgende jaar geplande activiteiten. Als er in het voorbije jaar geen activiteiten verricht zijn, of in het eerstvolgende jaar geen activiteiten gepland zijn, is de vergunninghouder niet ontslagen van zijn verplichting om dat in een jaarlijks rapport aan de Vlaamse Regering te melden.
Het jaarlijkse rapport wordt ingediend uiterlijk voor het einde van de derde maand nadat een jaarlijkse periode verstreken is vanaf de datum van het besluit van de Vlaamse Regering waarbij de vergunning verleend is.

Art. 63/14.
De Vlaamse Regering kan in de vergunning aan de houder ervan de verplichting opleggen om metingen te verrichten om de kans op bodembeweging ten gevolge van de vergunde activiteiten in te schatten.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de metingen, vermeld in het eerste lid.

Art. 63/15.
Met behoud van de toepassing van artikel 63/25 kan de Vlaamse Regering de houder of laatste houder van een opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte verplichten om een financiėle zekerheid te stellen voor het dekken van de aansprakelijkheid voor de schade waarvan vermoed wordt dat ze kan ontstaan door bodembeweging als gevolg van het opsporen of het winnen van aardwarmte.
Als toepassing gemaakt wordt van artikel 63/24, kan de Vlaamse Regering de houder of laatste houder van een opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte verplichten om een financiėle zekerheid te stellen voor het dekken van de kosten die gepaard gaan met de verwijdering, overeenkomstig artikel 63/24 in samenhang met artikel 32, § 3, van alle door zijn toedoen opgetrokken gebouwen en installaties.
De Vlaamse Regering kan de houder van een opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte verplichten om vóór het aanleggen van boorgaten een financiėle zekerheid te stellen om de kosten te dekken die gepaard gaan met het veilig afsluiten van de aangelegde boorgaten.
De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag en de termijn waarvoor en het tijdstip en de wijze waarop een financiėle zekerheid gesteld moet worden.

Onderafdeling V.
Wijziging, overdracht, intrekking, schorsing en afstand van de vergunning


Art. 63/16.

§ 1

Een vergunning kan op verzoek van de houder of ambtshalve door de Vlaamse Regering gewijzigd worden.
Een vergunning kan niet in die mate worden gewijzigd dat ze voor een andere activiteit geldt.

§ 2

Een aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van een vergunning kan alleen worden ingewilligd als de geldigheidsduur van de oorspronkelijke vergunning onvoldoende is gebleken om de activiteiten waarvoor de vergunning geldt, op een verantwoorde wijze te verrichten, en als die activiteiten verricht zijn in overeenstemming met de vergunning en dit decreet en er, als het een winningsvergunning voor aardwarmte betreft, niet is afgeweken van het winningsplan voor aardwarmte. De verlenging duurt op haar beurt niet langer dan noodzakelijk is om de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend, op een verantwoorde wijze te verrichten.
In het besluit van de Vlaamse Regering waarin de geldigheidsduur van de vergunning wordt verlengd, kan een beperking worden opgenomen van het oorspronkelijk vergunde volumegebied tot een deel daarvan. Artikel 63/7, § 2, is van overeenkomstige toepassing.
De geldigheidsduur van een opsporingsvergunning voor aardwarmte kan alleen voor opsporingsactiviteiten worden verlengd.

§ 3

Een aanvraag tot wijziging van het volumegebied waarvoor een vergunning geldt, kan alleen worden ingewilligd met inachtneming van de voorschriften, vermeld in artikel 63/7, § 3.
Als de invloedssfeer van de activiteiten waarvoor een opsporingsvergunning voor aardwarmte geldt, de grenzen van het vergunningsgebied overschrijdt, zorgt de vergunninghouder er bij het aanvragen van een winningsvergunning voor aardwarmte voor dat het aangevraagde volumegebied zo goed mogelijk aansluit bij de invloedssfeer van de geplande winning van aardwarmte.
Als de houder van een winningsvergunning voor aardwarmte vaststelt dat de invloedssfeer van de winning van aardwarmte de grenzen van het vergunningsgebied overschrijdt, meldt hij dat binnen een termijn van dertig dagen aan de minister, en bezorgt hij de minister een onderbouwde inschatting van de grootte van de invloedssfeer.
Voor zover de vergunning door de wijziging van het vergunningsgebied zou gelden voor een volumegebied waarvoor een ander een opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte heeft, wordt de wijziging alleen toegestaan als die ander daarmee instemt en dat gedeelte van zijn gebied opgeeft.
Het besluit van de Vlaamse Regering waarbij het volumegebied waarvoor een winningsvergunning voor aardwarmte geldt, verkleind wordt, kan gepaard gaan met een beperking van de oorspronkelijke geldigheidsduur van de vergunning, op voorwaarde dat de nieuwe geldigheidsduur voldoende is om de winning op een verantwoorde wijze te verrichten.

Art. 63/17.
Een vergunning kan pas worden overgedragen, inclusief het overdragen dat volgt uit wijzigingen in de vennootschapsstructuur, na de schriftelijke toestemming van de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering beoordeelt de aanvraag tot overdracht met inachtneming van de criteria, vermeld in artikel 63/5, tweede lid, en in artikel 63/6.
Als de Vlaamse Regering instemt met de overdracht, neemt de nieuwe vergunninghouder alle verplichtingen in het kader van dit decreet over van de oude vergunninghouder.

Art. 63/18.

§ 1

Een vergunning kan alleen in de volgende gevallen door de Vlaamse Regering worden ingetrokken:
als de bij de aanvraag verstrekte gegevens in die mate onjuist of onvolledig blijken te zijn dat de Vlaamse Regering op basis van de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit gekomen zou zijn bij de beoordeling van de aanvraag;
als dat wordt gerechtvaardigd door een wijziging in een vergunningscriterium;
als de opsporings- of winningsactiviteiten niet overeenkomstig de vergunning of dit decreet zijn uitgevoerd of als van het winningsplan voor aardwarmte is afgeweken;
als de opsporings- of winningsactiviteiten gedurende minstens twee opeenvolgende jaren hebben stilgelegen;
als de vergunning niet langer noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de activiteiten waarvoor ze is verleend;
als de uitvoering van de vergunning op een ongunstige wijze interfereert met andere voordien vergunde activiteiten in de ondergrond.

§ 2

Voor de Vlaamse Regering kan overgaan tot intrekking van een vergunning, stuurt ze een ingebrekestelling aangetekend naar de vergunninghouder. De ingebrekestelling bevat een omschrijving van de redenen voor de geplande intrekking en de vermelding van een termijn van ten minste negentig dagen waarin de vergunninghouder uitleg kan verschaffen, bezwaar kan aantekenen, of zijn activiteiten in overeenstemming kan brengen met de vergunning, met dit decreet en, als het een winningsvergunning voor aardwarmte betreft, met het winningsplan voor aardwarmte.
Binnen een termijn van negentig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, neemt de Vlaamse Regering een besluit over het al dan niet intrekken van de vergunning.

Art. 63/19.

§ 1

De Vlaamse Regering kan een vergunning onder meer in de volgende gevallen geheel of gedeeltelijk schorsen:
als dat wordt gerechtvaardigd door een wijziging in een vergunningscriterium;
als de opsporings- of winningsactiviteiten niet overeenkomstig de vergunning of dit decreet zijn uitgevoerd of als is afgeweken van het winningsplan voor aardwarmte;
als de uitvoering van de vergunning op een ongunstige wijze interfereert met andere voordien vergunde activiteiten in de ondergrond.

§ 2

Voor de Vlaamse Regering kan overgaan tot een gehele of gedeeltelijke schorsing van een vergunning, stuurt ze een ingebrekestelling aangetekend naar de vergunninghouder. De ingebrekestelling bevat een omschrijving van de redenen voor de geplande schorsing en de vermelding van een termijn van ten minste vijf dagen waarin de vergunninghouder uitleg kan verschaffen, bezwaar kan aantekenen, of zijn activiteiten in overeenstemming kan brengen met de vergunning, met dit decreet en, als het een winningsvergunning voor aardwarmte betreft, met het winningsplan voor aardwarmte.
Zo spoedig mogelijk na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, neemt de Vlaamse Regering een besluit over het al dan niet schorsen van de vergunning. Een besluit tot volledige of gedeeltelijke schorsing van de vergunning vermeldt de voorwaarden waaraan de vergunninghouder moet voldoen om de schorsing ongedaan te maken.

§ 3

Als de vergunninghouder heeft voldaan aan alle voorwaarden om de schorsing ongedaan te maken, neemt de Vlaamse Regering een besluit waarbij de schorsing van de vergunning wordt opgeheven.

Art. 63/20.
De Vlaamse Regering beoordeelt een aanvraag tot afstand van een vergunning.

Art. 63/21.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de procedure van een ambtshalve wijziging en voor de procedure om een wijziging, overdracht of afstand van een vergunning te verkrijgen, en voor de procedure van de intrekking of schorsing van een vergunning.

Art. 63/22.
Geen van de besluiten, vermeld in deze onderafdeling, heeft invloed op de aansprakelijkheid van de houder of laatste houder van de vergunning voor de vergoeding van de schade die is veroorzaakt door de activiteiten waarop de vergunning betrekking heeft of had.
Van een besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning en van een besluit waarbij de afstand van een vergunning wordt goedgekeurd, wordt melding gemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Onderafdeling VI.
Bijzondere bepalingen


Art. 63/23.
Afdeling I, met uitzondering van artikel 63/1, is niet van toepassing op het opsporen of het winnen van aardwarmte in opdracht van het Vlaamse Gewest, als dat uitsluitend in het kader van het verkrijgen van gegevens voor zuiver wetenschappelijk onderzoek of van gegevens voor het door het Vlaamse Gewest gevoerde beleid gebeurt.
Bij het nemen van een besluit over een vergunning sluit de Vlaamse Regering zo veel mogelijk aan bij de bepalingen van afdeling I, voor zover dat met het bijzondere karakter van de vergunning te verenigen is.

Afdeling II.
Het bezetten van gronden door de vergunninghouder


Art. 63/24.
Voor een opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte is artikel 32 van overeenkomstige toepassing.

Afdeling III.
De vergoeding van schade


Art. 63/25.

§ 1

Met behoud van de toepassing van artikel 35 is de houder of laatste houder van een opsporingsof winningsvergunning voor aardwarmte van rechtswege verplicht elke schade te vergoeden die veroorzaakt werd door de activiteit waarop de vergunning betrekking heeft.

§ 2

De vrederechter is bevoegd om het bedrag van de schadevergoeding vast te stellen, ongeacht de hoogte van het bedrag.

Afdeling IV.
Waarborgregeling voor het opsporen en winnen van aardwarmte in de diepe ondergrond


Onderafdeling I.
Toepassingsgebied


Art. 63/25/1.
De Vlaamse Regering kan een gewestwaarborg verlenen aan de houder van een opsporingsvergunning voor aardwarmte of van een winningsvergunning voor aardwarmte om het korte termijn geologisch risico van een aardwarmteproject in de diepe ondergrond af te dekken onder de voorwaarden, vermeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Onderafdeling II.
Steunintensiteit en nadere regels


Art. 63/25/2.
De steunintensiteit bij de waarborgpremie, zoals bepaald in artikel 63/25/3, wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten. De in aanmerking komende kosten worden bepaald conform artikel 41 (6) van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. De steunintensiteit mag de maximale percentages, zoals opgenomen in artikel 41, (7) en (8), van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, niet overtreffen.

Art. 63/25/3.
In afwijking van artikel 8, vijfde lid, van het decreet van 7 mei 2004 houdende bepalingen inzake kas-, schuld- en waarborgbeheer van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest, betaalt de ontvanger van de waarborg bij de aanvraag en dus voorafgaand aan de start van het aardwarmteproject in de diepe ondergrond een premie als percentage van het maximale uitkeringsbedrag.

Art. 63/25/4.
De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de aanvraagprocedure om een waarborg te verkrijgen, de vormelijke en inhoudelijke voorwaarden waaraan een dergelijke aanvraag moet voldoen, de maximale steunintensiteit, het premiepercentage, de in aanmerking komende kosten, de implementatietermijn voor het aardwarmteproject in de diepe ondergrond, de gevallen waarin de steun kan worden teruggevorderd, en de termijn waarbinnen het door het Vlaamse Gewest verzekerbaar geologisch risico moet vastgesteld worden om in aanmerking te komen voor een gewestwaarborg.

Art. 63/25/5.
De Vlaamse Regering bepaalt het jaarlijkse waarborgplafond en de manier waarop dit tussen verschillende aanvragen wordt verdeeld. Het maximale steunbedrag per onderneming per investeringsproject mag hierbij in elk geval de drempel zoals bepaald in artikel 4, (1), (s), van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening niet overtreffen.