Rubriek 2.
Afvalstoffen

rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
2.

Afvalstoffen
inrichtingen of activiteiten voor de verwerking van afvalstoffen overeenkomstig het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet) en de uitvoeringsbesluiten ervan

 

opmerkingen:

 

De hieronder vermelde drempelwaarden hebben in het algemeen betrekking op de productiecapaciteit, op het vermogen, of op de opslagcapaciteit. Als de exploitant in dezelfde milieutechnische eenheid verscheidene activiteiten van dezelfde rubriek verricht, worden de capaciteiten van de activiteiten bij elkaar opgeteld.

 

Opslagcapaciteit: waar opslagcapaciteit wordt gebruikt, wordt de som bedoeld van alle capaciteiten voor opslag van de verschillende soorten afvalstoffen (bijvoorbeeld de gerecupereerde afvalstoffen, de restfracties).

 

Gevaarlijke afvalstoffen zijn alle afvalstoffen die overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen als gevaarlijke afvalstoffen zijn gedefinieerd.

 

Niet-gevaarlijke afvalstoffen zijn alle afvalstoffen die overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen niet als gevaarlijke afvalstoffen zijn gedefinieerd.

 

Voor de begrippen verwijdering en nuttige toepassing gelden de definities van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.

 

uitzonderingen:

 

De volgende inrichtingen of activiteiten maken onder de vermelde voorwaarden deel uit van de inzameling- en transportketen van afvalstoffen. Ze zijn, tenzij anders bepaald in deze bijlage, geen inrichtingen of activiteiten voor de verwerking van afvalstoffen of handelingen die aan de verwerking van afvalstoffen voorafgaan:

  1. het demonteren, klieven, knippen, persen of zagen van afvalstoffen op de plaats van de productie, voorafgaand aan elke inzameling, als de mechanische behandelingen gebeuren in functie van een georganiseerde regelmatige afvoer van afvalstoffen;
  2. de voorlopige opslag en het sorteren van afvalstoffen op hun plaats van productie, als de opslag en het sorteren gebeuren in functie van een georganiseerde regelmatige afvoer van de afvalstoffen. Als de producent van de afvalstoffen zijn normale bedrijfsactiviteit op externe locaties uitoefent, wordt voor toepassing van deze bepaling de exploitatiezetel of bedrijfszetel van de producent beschouwd als de plaats waar de afvalstoffen zijn geproduceerd;
  3. de voorlopige opslag en het sorteren, op een exploitatiezetel, van bedrijfsafvalstoffen die afkomstig zijn van verschillende exploitatiezetels van dezelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon, als de opslag en sortering gebeuren in functie van een georganiseerde regelmatige afvoer van de afvalstoffen. Deze uitzondering geldt evenwel niet voor afvalstoffen die beheerd of geproduceerd worden door verwerkers van afvalstoffen of door inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of –makelaars. Deze uitzondering geldt ook niet voor dierlijke bijproducten die beheerd of geproduceerd worden door verwerkers van dierlijke bijproducten, maar is wel van toepassing voor dierlijke bijproducten die beheerd of geproduceerd worden door inzamelaars, handelaars of makelaars van dierlijke bijproducten;
  4. de voorlopige opslag en het sorteren van afvalstoffen in het kader van de aanvaardingsplicht, de terugnameplicht of de vrijwillige terugname van lege verpakkingen of afgedankte goederen, bij de eindverkoper, tussenhandelaar, producent of invoerder van de goederen als de opslag en sortering gebeuren in functie van een georganiseerde regelmatige afvoer van de afvalstoffen; dit geldt eveneens voor wie in opdracht van de eindverkoper, tussenhandelaar, producent of invoerder instaat voor de levering van de goederen;
  5. de op- en overslag van afval in gesloten containers, inclusief tankcontainers en cubitainers, in functie van multimodaal vervoer;
  6. de opslag van afgedankte draagbare batterijen, zoals gedefinieerd in het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA), op een inzamelpunt waar alleen eindgebruikers ze kunnen inleveren als dat gekoppeld is aan educatieve acties inzake preventies;
  7. hergebruikcentra voor EEA waar uitsluitend afgedankte EEA die een visuele voorselectie op herbruikbaarheid hebben ondergaan, worden opgeslagen, gesorteerd, getest en, als dat nodig is, worden gereinigd of hersteld;
  8. de opslag van heel kleine huishoudelijke afgedankte elektrische en elektronische apparaten als vermeld in artikel 1.2.1, § 3/1, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, met uitzondering van lampen en rookmelders als er cumulatief aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

1°   de opslag vindt plaats in een geschikt recipiënt op een plaats waar maximaal tweemaal per jaar gedurende maximaal zeven aansluitende kalenderdagen heel kleine huishoudelijke afgedankte elektrische en elektronische apparaten worden opgeslagen;

2°   uiterlijk drie werkdagen na de afsluiting van de periode, vermeld in punt 1°, wordt alles opgehaald door een geregistreerde inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar, die daarover een overeenkomst heeft gesloten met een beheersorgaan ter uitvoering van een milieubeleidsovereenkomst of met een producent die beschikt over een goedgekeurd individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan;

3°   de inzamelactie is goedgekeurd door de OVAM of georganiseerd door het beheersorgaan ter uitvoering van een milieubeleidsovereenkomst of van een producent die beschikt over een goedgekeurd individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan als vermeld in artikel 5.2.5.5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;

4°   de actie wordt gekoppeld aan educatieve acties inzake preventie, hergebruik en verwerking van afgedankte elektrische en elektronische apparaten;

 

  1. de opslag van andere huishoudelijke of daarmee vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen dan de afvalstoffen, vermeld in 6 en 8, in inzamelrecipiënten, geplaatst buiten de containerparken, vermeld in rubriek 2.2.1b, door, in opdracht van of met toelating van een gemeente of een vereniging van gemeenten.
           

 


Rubriek 2.1.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
2.1.

opslag en overslag van afvalstoffen

opmerking:
De opslag en overslag van dierlijke bijproducten die worden beschouwd als afvalstoffen als vermeld in het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, zijn ingedeeld onder de subrubriek 2.2.4 en vallen niet onder deze subrubriek 2.1.

 

De opslag en overslag van voertuigwrakken zijn ingedeeld onder de subrubriek 2.2.2.d) en vallen niet onder deze subrubriek 2.1.

           
2.1.1. opslag van afvalstoffen die niet aan de verwerking van afvalstoffen verbonden zijn            
  [...]            
[...] a) andere afvalstoffen dan de afvalstoffen, vermeld in b)            
    maximaal 100 ton 2  O,T  B      A
    meer dan 100 ton 1  O,T  B      A
  b) al dan niet een combinatie van de opslag van gemengde afvalstoffen (een lading afvalstoffen die bestaat uit duidelijk verschillende, identificeerbare afvalstoffen die volgens de geldende sorteerregels gezamenlijk ingezameld mogen worden. Ze moeten nog verder gesorteerd worden voor ze definitief verwerkt kunnen worden), mengsels van afvalstoffen (een lading afvalstoffen die bestaat uit duidelijk verschillende, identificeerbare afvalstoffen die in strijd met de geldende sorteerregels zijn samengevoegd of ingezameld) en gevaarlijke afvalstoffen 1  O,T B     A
2.1.2. opslag en overslag van afvalstoffen die niet aan verwerking verbonden zijn, met een opslagcapaciteit van (overslag van afvalstoffen is het bijeenvoegen van gelijksoortige afvalstoffen in grotere recipiënten of transportmiddelen met het oog op een rendabeler transport ervan):            
  a) maximaal 1 ton afvalstoffen, vermeld in d) 2  O,T        
  b) maximaal 1 ton afvalstoffen, vermeld in e) 2 O,T        
  c) maximaal 1 ton afvalstoffen, vermeld in f) 2 O,T        
  d) meer dan 1 ton andere afvalstoffen dan de afvalstoffen,  vermeld in e) en f)            
    tot maximaal 100 ton 2 O,T B     A
    meer dan 100 ton 1 O,T B     A
  e) meer dan 1 ton asbesthoudend afval (afval waarvan het totaalgehalte aan asbestvezels groter is dan het bepaalde in artikel 2.3.2.1, §1, 5°, van het VLAREMA), bestaande uit asbestcement of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is 1 O,T B     A
  f) meer dan 1 ton afvalstoffen, bestaande uit al dan niet een combinatie van gemengde afvalstoffen, zoals bepaald in rubriek 2.1.1.b), mengsels van afvalstoffen, zoals bepaald in rubriek 2.1.1.b), en gevaarlijke afvalstoffen 1 O,T B     A
2.1.3.

tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven bodem die niet voldoet aan de bepalingen voor het gebruik van bodemmaterialen, vermeld in het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en het VLAREBO-besluit van 14 december 2007

Bijbehorende beperkte mechanische activiteiten, zoals het sorteren of zeven van uitgegraven bodem zijn begrepen in deze rubriek 
           
  met een capaciteit van maximaal 10.000 m³ 2  O N     O
  met een capaciteit van meer dan 10.000 m³ 1  O N     A

 


Rubriek 2.2.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
2.2.

opslag en nuttige toepassing van afvalstoffen

Alle inrichtingen onder 2.2 zijn inrichtingen waarin handelingen gebeuren waardoor nuttige toepassing van het merendeel van de afvalstoffen mogelijk wordt. Het verbranden en meeverbranden van afvalstoffen, alsook het reinigen van recipiënten door uitbranden, zijn ingedeeld onder rubriek 2.3, ook als die handeling als een nuttige toepassing (terugwinning van energie of stoffen) wordt beschouwd.

           
2.2.1. opslag en sortering van:
Sorteren is de afvalstoffen manueel of met lichte gereedschappen soort bij soort voegen. Als het sorteren deel is van andere ingedeelde handelingen op afvalstoffen, valt 2.2.1 weg. 
           
  a) inerte afvalstoffen 2 O,T       A
  b)

selectief ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen, met inbegrip van gevaarlijk afval (recyclagepark)

Het is een inrichting van een exploitant die belast is met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.
2 O,T       A
  c) niet-gevaarlijke afvalstoffen, bestaande uit papier en karton, hout, textiel, kunststoffen, metaal, glas, rubber, bouw- en sloopafval, met een opslagcapaciteit van (het betreft inrichtingen waar twee of meer afvalstromen van elkaar worden gescheiden)            
    maximaal 100 ton 2 O,T        A
    meer dan 100 ton 1 O,T B     B
  d) andere niet-gevaarlijke afvalstoffen, met een opslagcapaciteit van (het betreft inrichtingen die gericht zijn op het sorteren van één specifieke afvalstroom):            
    maximaal 100 ton 2 O,T       A
    meer dan 100 ton 1 O,T B     A
  e) gevaarlijke afvalstoffen, uitgezonderd de inrichtingen, vermeld in subrubriek 2.2.1, b), met een opslagcapaciteit van            
    maximaal 1 ton andere afvalstoffen dan asbestafval bestaande uit asbestcement of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is 2 O,T        
    maximaal 1 ton asbestafval bestaande uit asbestcement of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is 2 O,T        
    meer dan 1 ton andere afvalstoffen dan asbestafval bestaande uit asbestcement of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is 1 O,T A P   B
    meer dan 1 ton asbestafval bestaande uit asbestcement of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is 1 O,T N     B
2.2.2.

opslag en mechanische behandeling van:

Mechanisch behandelen is het behandelen van de afvalstoffen met werktuigen, zonder de chemische eigenschappen van de afvalstoffen te veranderen. Het is onder meer het breken, demonteren, hakselen, klieven, knippen, kuisen, persen, pletten, scheiden, shredderen, snijbranden, stralen, wassen, zagen, zeven.

 

Het persen van papier, karton, textiel, kunststoffen, rubber en metaal in een perscontainer op de plaats van inzameling (containerpark) van die afvalstoffen wordt in deze context niet beschouwd als een behandeling van afvalstoffen.

 

[..] 
           
  a) inerte afvalstoffen, met een opslagcapaciteit van:            
     maximaal 1000 m³ 2 O,T        A
     meer dan 1000 m³ 1 O,T B      A
  b) niet-gevaarlijke afvalstoffen uit 2.2.1.c, met een opslagcapaciteit van:             
    maximaal 100 ton  2 O,T        A
    meer dan 100 ton  1 O,T B      B
  c) niet-gevaarlijk schroot, met een opslagcapaciteit van:             
    maximaal 10 ton  3          O
    meer dan 10 ton tot en met 100 ton 2 O,T        A
    meer dan 100 ton tot en met 500 ton 2  O,T B      B
    meer dan 500 ton 1 O,T B      B
  d) voertuigwrakken [...], met een opslagcapaciteit van:             
      uitzonderingen:            
      [...]            
      In afwijking van de algemeen geldende uitzondering, vermeld in rubriekstitel 2, is het demonteren, klieven, knippen, persen of zagen van voertuigwrakken [...] op de plaats van de productie ingedeeld in deze rubriek 2.2.2.d).             
    a) maximaal 25 ton voertuigwrakken [...] die noch vloeistoffen, noch andere gevaarlijke onderdelen bevatten (de afgedankte voertuigen zijn alleen afkomstig van erkende centra voor depollutie, demontage en vernietiging van afgedankte voertuigen); 3         O
      b) maximaal 5 ton voertuigwrakken [...] die wel nog vloeistoffen of andere gevaarlijke onderdelen kunnen bevatten. 3         O
    a)

meer dan 25 ton tot maximaal 100 ton voertuigwrakken [...] die noch vloeistoffen, noch andere gevaarlijke onderdelen bevatten (afgedankte voertuigen die noch vloeistoffen, noch andere gevaarlijke onderdelen bevatten, zijn alleen afkomstig van erkende centra voor depollutie, ontmanteling en vernietiging van afgedankte voertuigen);

2 O,T        A
      b) meer dan 5 ton tot maximaal 100 ton voertuigwrakken [...] die wel nog vloeistoffen of andere gevaarlijke onderdelen kunnen bevatten.  2 O,T         A
    meer dan 100 ton voertuigwrakken [...] die al dan niet vloeistoffen of andere gevaarlijke onderdelen bevatten (afgedankte voertuigen die noch vloeistoffen, noch andere gevaarlijke onderdelen bevatten zijn alleen afkomstig van erkende centra voor depollutie, demontage en vernietiging van afgedankte voertuigen. 1  O,T B      B
  e) scheepssloperijen en andere sloperijen dan de sloperijen, vermeld in c) en d) 1 O,T  B     B
  f) andere niet-gevaarlijke afvalstoffen met een opslagcapaciteit van:              
    maximaal 100 ton 2  O,T        A
    meer dan 100 ton  1  O,T B      A
  g) andere gevaarlijke afvalstoffen, met een opslagcapaciteit van:             
    maximaal 1 ton 2  O,T        
    meer dan 1 ton  1  O,T A      B
  h) afvalstoffen, afkomstig van één specifiek bouw- en sloopwerf of wegenwerk, waarbij minstens 50% van de stoffen na behandeling nuttig wordt aangewend op de plaats van het ontstaan ervan, waarbij de inrichting niet langer dan één jaar in exploitatie zal zijn en waarbij de inrichting zich op maximaal 1000 m van het wegenwerk bevindt of ter plaatse (op het perceel zelf of op een aangrenzend perceel) van de bouw- en sloopwerf   3          
2.2.3.

opslag en biologische behandeling van:

 

plantaardig materiaal dat vrijkomt bij een particulier of op een boerderij en dat wordt gecomposteerd bij respectievelijk die particulier of op die boerderij, is geen afvalstof als de geproduceerde compost uitsluitend bestemd is voor gebruik op de eigen percelen 
           
  a) compostering van uitsluitend groenafval met:              
    opslag- of composteerruimte van maximaal 25 m³  3          
    opslag- of composteerruimte van meer dan 25 m³ tot en met 2000 m³ 2 O,T N      
    opslag- of composteerruimte van meer dan 2000 m³  1  G,M,O,T B E    
  b) compostering van groente-, fruit- en tuinafval (gft-afval) met:            
    opslag- of composteerruimte, inclusief wijkcompostering, compostpaviljoen en dergelijke, van maximaal 25 m³ 3          
    opslag- of composteerruimte van meer dan 25 m³ tot en met 2000 m³  2 M,O,T  N      
    opslag- of composteerruimte van meer dan 2000 m³ 1 G,M,O,T  B E    
  c) compostering van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen:              
    opslag- of composteerruimte van maximaal 25 m³ met uitsluitend bedrijfseigen uitgangsmateriaal   3          
    andere opslag- of composteerruimte dan de opslag- en composteerruimte, vermeld in 1°, van maximaal 2000 m³   2 M,O,T N      
    opslag- of composteerruimte van meer dan 2000 m³ 1 G,M,O,T B E    
  d) opslag en voorbehandeling van maaisel in afwachting van een nuttige toepassing met een opslagcapaciteit:              
    tot en met 1000 m³  3          
    meer dan 1000 m³ 2 O,T        
  e) vergistingsinstallatie van niet-gevaarlijke afvalstoffen met een inhoudscapaciteit van:              
    maximaal 25 m³ 2 G,M,O,T B E    
    meer dan 25 m³ 1  G,M,O,T B E    
  f) andere biologische behandelingsinstallaties van niet-gevaarlijke afvalstoffen met een inhoudscapaciteit van:            
    maximaal 25 m³ 2 G,M,O,T B E    
    meer dan 25 m³ 1 G,M,O,T B E    
  g) biologische behandeling van gevaarlijke afvalstoffen 1 G,M,O,T A P   A
2.2.4.

Dierlijke bijproducten worden beschouwd als afvalstoffen zoals vermeld in het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.

 

Voor de toepassing van deze rubriek gelden de bepalingen conform de verordening dierlijke bijproducten en de uitvoerende verordening (EU) nr. 142/2011.

 

Voor andere dierlijke bijproducten dan afvalstoffen: zie inzonderheid rubriek 45.18.
Het composteren en vergisten van dierlijk afval valt onder de toepassing van rubriek 2.2.3.
De verwijdering van krengen van gezelschapsdieren door begraving valt onder de toepassing van rubriek 2.3.12.
De verwijdering van dierlijk afval door verbranding valt onder de toepassing van rubriek 2.3.4.
De destructie of verwerking van kadavers of dierlijk afval met een verwerkingscapaciteit van meer dan 10 ton per dag valt onder de toepassing van rubriek 2.4.7.
De bewerking en verwerking van dierlijke mest vallen onder de toepassing van de rubriek 28.3.    
           
  op- en overslag van dierlijke bijproducten 2 G,O,T N     A
  opslag en activiteiten van:            
    a) categorie 3-materiaal 2 G,O,T N     A
    b) categorie 2-materiaal 1 G,M,O,T B P   A
    c) categorie 1-materiaal 1 G,M,O,T A P   A
2.2.5.

opslag en fysisch-chemische behandeling, al of niet in combinatie met een mechanische behandeling, van:

 

Fysisch-chemisch behandelen van afvalstoffen is de chemische eigenschappen, de chemische samenstelling of de aggregatietoestand van de afvalstoffen wijzigen, onder meer het decanteren, distilleren, extraheren, mengen, neerslaan, neutraliseren, ontwateren, oxideren, raffineren, reduceren, regenereren, smelten, solidifiëren.
Er kan overlapping zijn met rubriek 2.3.2.

 

uitzondering:

 

Het afscheiden van vuil en van verontreinigende stoffen uit water, rioolwater of afvalwater door middel van vuilroosters, roostergoedpers, zandvangers, vetvangers, voorbezinktanks, beluchtingsbassins,nabezinktanks, voorindikkers, na-indikkers, centrifugeren of persen, en andere procesmatige onderdelen van afvalwaterzuiveringsinstallaties als vermeld in rubriek 3.6, en van drinkwaterzuiveringsinstallaties betreft geen inrichting voor de verwerking van afvalstoffen en is dus niet ingedeeld onder deze rubriek 2.
           
  a) niet-gevaarlijke slibs, met een opslagcapaciteit van:            
    tot en met 1 ton 2 O,T       O
    meer dan 1 ton tot en met 25 ton 2 M,O,T A     B
    meer dan 25 ton 1 M,O,T A     B
  b) gevaarlijke slibs, met een opslagcapaciteit van:            
    tot en met 1 ton 2 O,T       A
    meer dan 1 ton 1 M,O,T A P   B
  c) afgewerkte olie, met een opslagcapaciteit van:            
    tot en met 1 ton 2 O,T       A
    meer dan 1 ton 1 M,O,T A P   B
  d) organische oplosmiddelen, met een opslagcapaciteit van:            
    tot en met 1 ton 2 G,O,T       A
    meer dan 1 ton 1 G,M,O,T A P   B
  e) andere niet-gevaarlijke afvalstoffen, met een opslagcapaciteit van:            
    tot en met 1 ton 2 O,T        
    meer dan 1 ton tot en met 25 ton 2 M,O,T A     B
    meer dan 25 ton 1 M,O,T A     B
  f) andere gevaarlijke afvalstoffen, met een opslagcapaciteit van:            
    tot en met 1 ton 2 O,T        
    meer dan 1 ton 1 M,O,T A P   B
2.2.6.

opslag en inwendige reiniging van lege (op hun ladingsresten na) recipiënten waarin stoffen zijn opgeslagen, die getransporteerd worden over de weg, het spoor of het water, en die als afvalstoffen zijn gerangschikt bij de:

           
    Uitzondering: Reinigen van scheepsruimen, waarbij, voor wat betreft het lozen door schepen van deze eigen waswaters, blijvend, voor zover cumulatief, wordt voldaan aan:            
    de lozingsvoorwaarden voorzien in het verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart ondertekend te Straatsburg op 9 september 1996 (CDNI-verdrag);            
    de uitzonderingen op de losstandaarden voorzien door de havenkapiteindiensten binnen de Vlaamse havenbesturen.            
  a) inerte afvalstoffen    2  O,T       A
  b) niet-gevaarlijke biologische afvalstoffen 2 O,T       A
  c) andere niet-gevaarlijke afvalstoffen 1 M,O,T A P   B
  d) gevaarlijke afvalstoffen 1 M,O,T A P   B
  Recipiënten zijn verpakkingen, containers, laadkisten voor vervoer, vaten, tanks, tankwagens, bulkwagens, spoorwagons en scheepsruimen, exclusief kratten en rolcontainers voor niet-gevaarlijke afvalstoffen, huisvuilwagens en veegmachines.            
 

uitzondering:

het wassen - bij de vuller of gebruiker - van recipiënten die bestemd en ontworpen zijn om binnen hun levensduur een aantal omlopen te maken, dat wil zeggen die opnieuw gevuld of gebruikt worden voor hetzelfde doel als waarvoor ze zijn ontworpen, is geen inrichting voor de verwerking van afvalstoffen.
           
2.2.7. [...]            
2.2.8. opslag en behandeling van bagger- of ruimingsspecie die niet voldoet aan de bepalingen voor het gebruik van bodemmaterialen, vermeld in het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en het VLAREBO-besluit van 14 december 2007
Uitzondering : De tijdelijke oeverdeponie bij de ontwatering van bagger- of ruimingsspecie of bij noodruiming die wordt uitgevoerd overeenkomstig de procedure voor tijdelijke oeverdeponie bij de ontwatering van bagger- of ruimingsspecie, respectievelijk de procedure voor tijdelijke oeverdeponie bij noodruiming van bagger- of ruimingsspecie, vermeld in het VLAREBO-besluit van 14 december 2007, is niet vergunningsplichtig en is dus niet ingedeeld in deze rubriek.
           
  a) opslag in afwachting van behandeling 3         A
  b) mechanische, fysisch-chemische of biologische behandeling 3         A
2.2.9. Ontginning van een stortplaats, voor de valorisatie van gestorte afvalstoffen 1 G,O,M A P    

 


Rubriek 2.3.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
2.3.

opslag en verwijdering van afvalstoffen
Alle inrichtingen onder 2.3 zijn inrichtingen waarin handelingen gebeuren die leiden tot de vernietiging of de definitieve opslag in of op de bodem van afvalstoffen, met uitzondering van subrubriek 2.3.11.
Het verbranden en meeverbranden van afvalstoffen alsook het reinigen van recipiënten door uitbranden zijn ingedeeld onder deze rubriek 2.3, ook als die handeling als een nuttige toepassing (terugwinning van energie of stoffen) wordt beschouwd.
 

           
2.3.1. andere opslag en mechanische behandeling dan de opslag en mechanische behandeling, vermeld in rubriek 2.3.7, van:
Mechanisch behandelen is het behandelen van de afvalstoffen met werktuigen, zonder de chemische eigenschappen van de afvalstoffen te veranderen, onder meer het breken, demonteren, hakselen, klieven, knippen, kuisen, persen, pletten, scheiden, shredderen, snijbranden, stralen, wassen, zagen, zeven.
           
  a) niet-gevaarlijke afvalstoffen 1 O,T B     A
  b) gevaarlijke afvalstoffen 1 O,T A P   B
2.3.2.

opslag en fysisch-chemische behandeling, al of niet in combinatie met andere mechanische behandeling dan de mechanische behandeling, vermeld in rubriek 2.3.7, van :
Fysisch-chemisch behandelen van afvalstoffen is de chemische eigenschappen, de chemische samenstelling of de aggregatietoestand van de afvalstoffen wijzigen, onder meer het decanteren, distilleren, extraheren, mengen, neerslaan, neutraliseren, ontwateren, oxideren, raffineren, regenereren, reduceren, smelten, solidifiëren.
Er kan overlapping zijn met rubriek 2.2.5 .

 

Uitzonderingen:

 

Het afscheiden van vuil en van verontreinigende stoffen uit water, rioolwater of afvalwater door middel van vuilroosters, roostergoedpers, zandvangers, vetvangers, voorbezinktanks, beluchtingsbassins, nabezinkstanks, voorindikkers, na-indikkers, centrifugeren of persen, en andere procesmatige onderdelen van afvalwaterzuiveringsinstallaties als vermeld in rubriek 3.6, en van drinkwaterzuiveringsinstallaties, betreft geen inrichting voor de verwerking van afvalstoffen en is dus niet ingedeeld onder deze rubriek 2. De opslag en behandeling van restvloeistoffen, afkomstig van het vullen en het schoonmaken van hand- en rugspuitapparatuur, is niet ingedeeld.

 

opmerking:

 

De behandeling van risicohoudende medische afvalstoffen die in aanmerking komen voor decontaminatie met vochtige hitte, is niet ingedeeld in rubriek 2.3.2. maar in rubriek 2.3.13.

           
  a) niet-gevaarlijke slibs met een opslagcapaciteit van:            
    maximaal 25 ton   2 M,O,T A     A
    meer dan 25 ton  1 M,O,T A     A
  b) gevaarlijke slibs  1 M,O,T  A P   A
  c) afgewerkte olie  1 M,O,T A P   A
  d) organische oplosmiddelen  1  M,O,T A P   B
  e) andere niet-gevaarlijke afvalstoffen met een opslagcapaciteit van:            
    maximaal 25 ton  2 O,T A     A
    meer dan 25 ton  1 O,T A     A
  f)

restvloeistoffen, afkomstig van het vullen en het schoonmaken van apparatuur voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen [...]

 

[...]
 2 O,T        
  g) andere gevaarlijke afvalstoffen  1 M,O,T A P   B
2.3.3.

andere opslag en biologische behandeling dan de opslag en biologische behandeling, vermeld in rubriek 2.3.7, van :   

 

Uitzondering:

De opslag en behandeling van restvloeistoffen, afkomstig van het vullen en het schoonmaken van hand- en rugspuitapparatuur, is niet ingedeeld

           
  a) niet-gevaarlijke afvalstoffen met een inhoudscapaciteit van:            
    maximaal 25 m³ 2 O,T A      
    meer dan 25 m³ 1 O,T A      
  b) restvloeistoffen, afkomstig van het vullen en het schoonmaken van apparatuur voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen [...] 2 O,T        
  c) andere gevaarlijke afvalstoffen 1 O,T A     B
2.3.4. opslag en verbranding of meeverbranding, al dan niet als experiment, met of zonder energiewinning en met of zonder terugwinning van stoffen van:            
 

uitzondering:

De volgende activiteiten zijn niet ingedeeld:
           
  1. het verbranden van de hierna vermelde stoffen in toestellen, voor de verwarming van woonverblijven en werkplaatsen, in sfeerverwarmers en gelijksoortige toestellen met een nominaal thermisch vermogen van maximaal 300 kW: onbehandeld houtafval met een watergehalte van maximaal 20%, uitgezonderd zaagsel, krullen, schaafsel, stof en spanen            
  2. het maken van vuur in openlucht indien nodig bij het beheer van bossen, als beheersmaatregel, als fytosanitaire maatregel of als onderdeel van een wetenschappelijk experiment, in overeenstemming met de bepalingen van het Bosdecreet van 13 juni 1990             
  3. het maken van vuur in openlucht in natuurgebieden, als beheermaatregel, als afvoer of verwerking ter plaatse van het biomassa-afval niet mogelijk is, of als fytosanitaire maatregel             
  4. de verbranding in openlucht van plantaardige afvalstoffen, afkomstig van eigen bedrijfslandbouwkundige werkzaamheden, als afvoer of verwerking ter plaatse van het biomassa-afval niet mogelijk is, of als dat vanuit fytosanitair oogpunt noodzakelijk is            
  5. het verbranden van droog onbehandeld hout bij het maken van een open vuur            
  6. het verbranden van droog onbehandeld hout of een vaste fossiele brandstof in een sfeerverwarmer            
  7. het verbranden van dierlijke bijproducten die worden beschouwd als afvalstoffen zoals vermeld in het Materialendecreet, in overeenstemming met de bepalingen, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013 betreffende dierlijke bijproducten en afgewerkte producten            
  8. het verbranden van droog onbehandeld hout en onversierde kerstbomen in het kader van folkloristische evenementen             
2.3.4.1. opslag en verbranding van:            
  a) Biomassa-afval :            
    - plantaardig afval van land- en bosbouw
- plantaardig afval van de levensmiddelenindustrie
- vezelachtig plantaardig afval, afkomstig van de productie van ruwe pulp en van de productie van papier uit pulp, dat op de plaats van productie wordt meeverbrand en waarvan de vrijgekomen energie wordt teruggewonnen
- kurkafval
- onbehandeld houtafval,met een nominaal thermisch vermogen van: 
           
      1° tot en met 5 MW 2 O,T        
      2° meer dan 5 MW   1 M,O,T B      
   

niet-verontreinigd behandeld houtafval,

met een nominaal thermisch vermogen van:
           
      1° tot en met 5 MW  2 M,O,T        
      2° meer dan 5 MW  1 M,O,T B      
  b) verontreinigd behandeld houtafval   1 M,O,T B     A
  c) afgewerkte olie  1 M,O,T B P   A
  d) […]            
  e) niet-gevaarlijke huishoudelijke afvalstoffen  1 M,O,T B P   A
  f) niet-gevaarlijke bedrijfsafvalstoffen die vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen   1 M,O,T B P   A
  g) vast niet-risicohoudend medisch afval  1 G,M,O,T B P    
  h) risicohoudend medisch afval en vloeibaar en pasteus niet-risicohoudend medisch afval  1 G,M,O,T A P   A
  i) krengen in dierencrematoria  1 G,M,O,T   P    
  j) andere niet-gevaarlijke afvalstoffen 1 M,O,T B P   A
  k) andere gevaarlijke afvalstoffen  1 M,O,T A P   A
  l) dierlijke bijproducten die worden beschouwd als afvalstoffen zoals vermeld in het Materialendecreet, met uitzondering van krengen in dierencrematoria  1 G,M,O,T B P   A
  m) waterzuiveringsslib  1 M,O,T B P   A
 2.3.4.2. opslag en meeverbranding van:            
  a) biomassa-afval :            
   

- plantaardig afval van land- en bosbouw

- plantaardig afval van de levensmiddelenindustrie

- vezelachtig plantaardig afval, afkomstig van de productie van ruwe pulp en van de productie van papier uit pulp, dat op de plaats van productie wordt meeverbrand en waarvan de vrijgekomen energie wordt teruggewonnen

- kurkafval

onbehandeld houtafval, met een nominaal thermisch vermogen van:
           
      1° tot en met 5 MW 2 O,T        
      2° meer dan 5 MW  1 M,O,T B      
   

niet-verontreinigd behandeld houtafval,

met een nominaal thermisch vermogen van: 
           
      1° tot en met 5 MW 2 M,O,T        
      2° meer dan 5 MW 1 M,O,T B      
  b) verontreinigd behandeld houtafval 1 M,O,T B     A
  c) afgewerkte olie  1 M,O,T 

B

P   A
  d) andere niet-gevaarlijke afvalstoffen 1 M,O,T B P   A
  e) andere gevaarlijke afvalstoffen  1 M,O,T A P   A
  f) dierlijke bijproducten die worden beschouwd als afvalstoffen zoals vermeld in het Materialendecreet, met uitzondering van krengen in dierencrematoria  1 G,M,O,T   P   A
  g) Waterzuiveringsslib  1 M,O,T B P   A
2.3.4.3. experimentele verbranding of meeverbranding waar minder dan 50 ton afval per jaar wordt verbrand of meeverbrand. Als minder dan 50 ton afval per jaar wordt verbrand of meeverbrand, zijn de rubrieken 2.3.4.1 of 2.3.4.2 niet van toepassing.
Als meer dan 50 ton afval per jaar wordt verbrand of meeverbrand, wordt de inrichting ingedeeld onder 2.3.4.1 of 2.3.4.2.
1 M,O,T B P    
2.3.5. opslag en reiniging van metalen recipiënten door uitbranden 1 M,O,T B P   B
2.3.6.

andere stortplaatsen dan de stortplaatsen, vermeld in rubriek 2.3.7, van:

Het rechtstreeks terugstorten op de plaats van ontginning, van materialen of stoffen in hun natuurlijke staat, voor zover ze afkomstig zijn van geologische afzettingen die tot het tertiare of het kwartaire tijdperk behoren (zand-, klei-, leem-, mergel- en grindafzettingen) is geen stortactiviteit.
           
  a) categorie 3: stortplaats voor inerte afvalstoffen            
    stortplaats voor inerte afvalstoffen 1 O,W B     A
    monostortplaats voor inerte afvalstoffen 1 O,W B     A
  b) categorie 2: stortplaats voor niet-gevaarlijke afvalstoffen            
    stortplaats voor gemengde niet-gevaarlijke huishoudelijke vaste afvalstoffen met hoog gehalte aan organisch/bioafbreekbaar en anorganisch afval 1 G,O,W A P   B
    stortplaats voor voornamelijk organisch niet-gevaarlijke afvalstoffen 1 G,O,W A P   B
    stortplaats voor anorganische niet-gevaarlijke afvalstoffen met laag organisch/bioafbreekbaar gehalte 1 G,O,W A P   B
    monostortplaats voor andere niet-gevaarlijke afvalstoffen dan inerte afvalstoffen 1 G,O,W A P   B
    stortplaats voor niet-gevaarlijke afvalstoffen van iedere andere oorsprong die voldoen aan de criteria voor de aanvaarding van afvalstoffen op stortplaatsen voor niet-gevaarlijk afval (criteria: zie afdeling 5.2.4 van dit besluit) 1 G,O,W A P   B
   

stortplaats voor stabiele, niet-reactieve gevaarlijke afvalstoffen (bijvoorbeeld verharde of verglaasde afvalstoffen) met een uitlooggedrag dat gelijkwaardig is aan dat van de niet-gevaarlijke afvalstoffen, vermeld in 5°, die voldoen aan de relevante aanvaardingscriteria (criteria: zie afdeling 5.2.4 van dit besluit)

 

Die gevaarlijke afvalstoffen worden niet gestort in cellen die voor biologisch afbreekbare niet-gevaarlijke afvalstoffen bestemd zijn.
1 G,O,W A P   B
  c) categorie 1: stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen            
    stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen die voldoen aan de criteria voor de aanvaarding van afvalstoffen op stortplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen (criteria: zie afdeling 5.2.4 van dit besluit) 1 G,O,W A P   B
    monostortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen 1 G,O,W A P   B
    monostortplaatsen voor gevaarlijke afvalstoffen die bestaan uit asbestcement of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is 1 G,O,W B P   B
    ondergrondse opslagplaats voor gevaarlijke afvalstoffen 1 N,G,O,W B P   B
2.3.7. opslag en behandeling van bagger- of ruimingsspecie die niet voldoet aan de bepalingen voor het gebruik van bodemmaterialen, vermeld in het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en het VLAREBO-besluit van
14 december 2007

Uitzondering : De tijdelijke oeverdeponie bij de ontwatering van bagger- of ruimingsspecie of bij noodruiming die wordt uitgevoerd overeenkomstig de procedure voor tijdelijke oeverdeponie bij de ontwatering van bagger- of ruimingsspecie, respectievelijk de procedure voor tijdelijke oeverdeponie bij noodruiming van bagger- of ruimingsspecie, vermeld in het VLAREBO-besluit van 14 december 2007, is niet vergunningsplichtig en is dus niet ingedeeld in deze rubriek.
           
  a) monostortplaatsen voor bagger- of ruimingsspecie 1  N,O,W B     A
  b) terugstorten van bagger- of ruimingsspecie in de waterloop waaruit ze afkomstig is 2 O,T        
  c) opslag van bagger- of ruimingsspecie in afwachting van behandeling 2 O,T       A
  d) mechanische, fysisch-chemische of biologische behandeling van bagger- of ruimingsspecie 2 O,T       A
2.3.8. [...]            
2.3.9.

installaties voor de verwijdering van niet-gevaarlijke afvalstoffen, met een capaciteit van meer dan 50 ton per dag, met uitzondering van de installaties, vermeld in 2.4.3, a), i en ii

(Er kan een overlapping zijn met andere deelrubrieken van rubriek 2.3.)
1 G,O B E R A
2.3.10. [...]            
2.3.11. Het verzamelen of storten van winningsafval op een terrein, ongeacht of dat afval zich in vaste vorm, in een oplossing, in een suspensie, of in vloeibare toestand bevindt, gedurende de volgende termijnen:            
 

uitzondering:

Het volgende valt niet onder subrubriek 2.3.11:
           
  afval dat wordt gegenereerd door de prospectie, winning en behandeling van mineralen en de exploitatie van groeven, maar dat niet rechtstreeks afkomstig is van die activiteiten             
  afval dat afkomstig is van de offshoreprospectie, -winning en behandeling van mineralen             
  de volgende handelingen voor zover ze niet verboden zijn en als ze vergund zijn, overeenkomstig dit besluit:            
    a) injectie van water dat stoffen bevat ingevolge exploratie- en winningsactiviteiten van koolwaterstoffen of mijnbouw, en injectie van water om technische redenen, in geologische formaties waaruit koolwaterstoffen of andere stoffen zijn gewonnen, of in geologische formaties die van nature blijvend ongeschikt zijn voor andere doeleinden. Dergelijke injecties mogen geen andere stoffen bevatten dan die welke het gevolg zijn van de hierboven vermelde activiteiten            
    b) herinjectie van uit mijnen en steengroeven gepompt grondwater of met civieltechnische bouw- of onderhoudswerkzaamheden geassocieerd grondwater            
  niet-verontreinigde bodem en niet-commercialiseerbare fracties oppervlaktedelfstoffen            
 

opmerking:

De definities, vermeld in dit besluit onder “Afval van winningsindustrieën”, zijn ook van toepassing. 

 

Tot de hieronder vermelde voorzieningen worden dammen of andere structuren gerekend voor het bevatten, vasthouden, beperken of anderszins ondersteunen van een dergelijke voorziening, alsook, maar niet uitsluitend, afvalbergen en bekkens, maar met uitzondering van uitgravingen waarin afval wordt teruggeplaatst na extractie van het mineraal met het oog op rehabilitatie- en bouwdoeleinden.   

           
  a) geen termijn voor afvalvoorzieningen van categorie A en voorzieningen voor in het afvalbeheersplan als gevaarlijk gekarakteriseerd afval    1 G,M,N,O B     A
  b) een termijn van meer dan zes maanden voor voorzieningen voor gevaarlijk afval dat onverwacht wordt gegenereerd 1 G,M,N,O B     A
  c) een termijn van meer dan één jaar voor voorzieningen voor niet-gevaarlijk niet-inert afval 2 G,M,N,O        
  d) een termijn van meer dan drie jaar voor voorzieningen voor niet-gevaarlijk afval uit prospectie, afval uit de winning, de behandeling en de opslag van turf en inert afval 2 G,M,N,O        
  [...]            
2.3.12. dierenbegraafplaatsen 2 O,W N      
2.3.13. opslag en behandeling met vochtige hitte en mechanische verkleining van infectieuze afvalstoffen met uitzondering van dierlijke bijproducten  1  G,O,M,T A     O
2.3.14. Andere dan onder rubriek 2.2.9, 2.3.6, 2.3.7, 2.3.9 en 2.3.11 vallende ingrepen in een stortplaats  1  G,O,M A P    

 


Rubriek 2.4.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
2.4.

afvalbeheer in het kader van industriële emissies

 

Voor rubriek 2.4.1 en 2.4.3, a) en b), wordt de capaciteit bepaald op dit rubrieksniveau en niet op het niveau van de onderliggende opsplitsing van die rubrieken.

 

Er kan een overlapping zijn met andere subrubrieken van rubriek 2.) 
           
2.4.1. de verwijdering of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 10 ton per dag door middel van een of meer van de volgende activiteiten                
  a) biologische behandeling G,M,O,T,X  A P R B,S
  b) fysisch-chemische behandeling G,M,O,T,X  A P R B,S
  c) mengen of vermengen voorafgaand aan een van de behandelingen, vermeld in rubriek 2.4.1 en 2.4.2 G,M,O,T,X  A P R B,S
  d) herverpakking, voorafgaand aan een van de behandelingen, vermeld in rubriek 2.4.1 en 2.4.2 G,M,O,T,X  A P R B,S
  e) terugwinning/regeneratie van oplosmiddelen G,M,O,T,X  A P R B,S
  f) recycling/terugwinning van andere anorganische materialen dan metalen of metaalverbindingen G,M,O,T,X  A P R B,S
  g) regeneratie van zuren of basen G,M,O,T,X  A P R B,S
  h) terugwinning van bestanddelen die worden gebruikt om vervuiling tegen te gaan G,M,O,T,X  A P R B,S
  i) terugwinning van bestanddelen uit katalysatoren G,M,O,T,X  A P R B,S
  j) herraffinage van olie en ander hergebruik van olie G,M,O,T,X  A P R B,S
  k) opslag in waterbekkens G,M,O,T,X  A P R B,S
2.4.2. de verwijdering of nuttige toepassing van afvalstoffen in afvalverbrandings- of afvalmeeverbrandingsinstallaties voor:            
  a) niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 3 ton per uur  1

E,G,O,M,T,

X

A P R A,S
  b) gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 10 ton per dag   1

E,G,O,M,T,

X
A P R B,S
2.4.3. a) de verwijdering van niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 50 ton per dag door middel van een of meer van de volgende activiteiten, met uitzondering van de activiteiten, vermeld in rubriek 3.6.4:            
    biologische behandeling 1 G,M,O,T,X A P R A,S
    fysisch-chemische behandeling 1 G,M,O,T,X  A P R A,S 
    voorbehandeling van afval voor verbranding of meeverbranding 1 G,M,O,T,X A P R A,S
    behandeling van slakken en as 1 G,M,O,T,X A P R A,S
    behandeling in shredders van metaalafval, met inbegrip van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en voertuigwrakken en de onderdelen daarvan 1 G,M,O,T,X A P R A,S
  b)

nuttige toepassing, of een combinatie van nuttige toepassing en verwijdering, van niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 75 ton per dag, door middel van een of meer van de volgende activiteiten, met uitzondering van de activiteiten, vermeld in rubriek 3.6.4:

 

(Als de behandeling van het afval beperkt blijft tot anaerobe vergisting, bedraagt de capaciteitsdrempelwaarde voor die activiteit 100 ton per dag.)
           
    biologische behandeling> 1 G,M,O,T,X A P R A,S
    voorbehandeling van afval voor verbranding of meeverbranding 1 G,M,O,T,X A P R A,S
    behandeling van slakken en as 1 G,M,O,T,X A P R B,S
    behandeling in shredders van metaalafval, met inbegrip van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en voertuigwrakken en de onderdelen daarvan 1 G,M,O,T,X A P R B,S
2.4.4. a) stortplaatsen die meer dan 10 ton per dag ontvangen met uitzondering van stortplaatsen voor inerte afvalstoffen 1  G,O,T,X A P R B,S
  b) stortplaatsen die een totale capaciteit van meer dan 25.000 ton hebben met uitzondering van stortplaatsen voor inerte afvalstoffen 1 G,O,T,X A P R B,S
2.4.5. tijdelijke opslag van gevaarlijke afvalstoffen die niet onder rubriek 2.4.4 vallen, in afwachting van de behandelingen, vermeld in rubriek 2.4.1, 2.4.2, 2.4.4 en 2.4.6, met een totale capaciteit van meer dan 50 ton, met uitsluiting van tijdelijke opslag op de plaats van de productie die aan de inzameling voorafgaat  1 G,O,T,X A P R B,S
2.4.6. ondergrondse opslag van gevaarlijke afvalstoffen met een totale capaciteit van meer dan 50 ton  1 N,O,W,T,X  A P R B,S
2.4.7. de destructie of verwerking van kadavers of dierlijk afval met een verwerkingscapaciteit van meer dan 10 ton per dag  1  G,O,W,T,X A P R A,S