Rubriek 9.
Dieren

rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
9.

Dieren

[...]

Opmerking: graasweiden die gebruikt worden om de dieren te laten grazen, maken geen onderdeel uit van de inrichting.

           

Rubriek 9.1.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
 9.1. Dieren in een publiek toegankelijke inrichting            
  1. dierentuin 1   B      
  2. kinderboerderij en dieren gehouden op een openbaar domein (conform bijlage 1 en 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning van dierentuinen) 2          
  3. opvangcentrum voor vogels en wilde dieren 2          
  4. dierenasiel 2          

Rubriek 9.2.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
9.2. Inrichtingen waarin amfibieën, reptielen of ongewervelden (insecten, spinachtigen en duizendpootachtigen) andere dan ingedeeld in rubriek 9.1 gefokt of gehouden worden            
   1. inrichtingen waarin amfibieën, reptielen of ongewervelden (insecten, spinachtigen en duizendpootachtigen) gefokt of gehouden worden die door hun agressiviteit, giftigheid of gedrag een gevaar inhouden, zoals schorpioenen, zwarte weduwe, enz. vanaf 1 volwassen dier 2          
   2. inrichtingen waarin volwassen amfibieën of reptielen andere dan ingedeeld in rubriek 9.2.1. gefokt of gehouden worden            
    1. tot en met 30 dieren 3          
    2. meer dan 30 dieren 2          

Rubriek 9.3.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
 9.3. Gevogelte            
  1.

Inrichtingen waarin pluimvee gefokt of gehouden wordt

(met inbegrip van:
- de inrichtingen voor de bewerking of verwerking van dierlijke mest, afkomstig van de op die plaats geproduceerde dierlijke mest, zonder bijmenging van afval
- de inrichtingen voor de compostering van dierlijke mest, afkomstig van de op die plaats geproduceerde dierlijke mest, met groenafval, afkomstig van de eigen inrichting en van de gronden die bij de inrichting horen
           
    a) in een ander gebied dan het gebied, vermeld in b) of c):            
      met plaatsen voor 50 tot en met 20.000 kippen, stuks pluimvee of gevogelte ouder dan 1 week 2   N      
      met plaatsen voor meer dan 20.000 kippen, stuks pluimvee of gevogelte ouder dan 1 week 1   N      
    b) in een woongebied met landelijk karakter:            
      met plaatsen voor 500 tot en met 20.000 kippen, stuks pluimvee of gevogelte ouder dan 1 week 2   N      
      met plaatsen voor meer dan 20.000 kippen, stuks pluimvee of gevogelte ouder dan 1 week 1   N      
    c) in een agrarisch gebied:            
      met plaatsen voor 1000 tot en met 20.000 kippen, stuks pluimvee of gevogelte ouder dan 1 week 2   N      
      met plaatsen voor meer dan 20.000 kippen, stuks pluimvee of gevogelte ouder dan 1 week 1   N      
    d) intensieve pluimveehouderij met meer dan 40.000 plaatsen voor pluimvee
(Er kan overlapping zijn met een andere deelrubriek van rubriek 9.3.1 [...])
1 X N   R  
   2.

struisvogels, emoes en nandoes

inrichtingen waarin struisvogels of emoes of nandoes worden gefokt of gehouden

met inbegrip van:
- de inrichtingen voor de bewerking of verwerking van dierlijke mest, afkomstig van de op die plaats geproduceerde dierlijke mest, zonder bijmenging van afval
- de inrichtingen voor de compostering van dierlijke mest, afkomstig van de op die plaats geproduceerde dierlijke mest, met groenafval, afkomstig van de eigen inrichting en van de gronden die bij de inrichting horen
           
    a) in een ander gebied dan het gebied, vermeld in b) en c):            
      5 tot en met 500 dieren ouder dan 3 weken 2   N      
      meer dan 500 dieren ouder dan 3 weken 1   N      
    b) in een woongebied met landelijk karakter:            
      10 dieren tot en met 500 dieren ouder dan 3 weken 2   N      
      meer dan 500 dieren ouder dan 3 weken 1   N      
    c) in een agrarisch gebied:            
      20 dieren tot en met 500 dieren ouder dan 3 weken 2   N      
      meer dan 500 dieren ouder dan 3 weken 1   N      
   3. Inrichtingen waarin roofvogels als vermeld op onderstaande lijst*, en andere dan ingedeeld in rubriek 9.1 gefokt of gehouden worden:

*

  • - Orde Falconiformes
    • · Familie Falconidae (valken en caracaras)
  •  -Orde Accipitriformes
    • · Familie Sagittariidae (secretarisvogel)
    • · Familie Pandionidae (visarend)
    • · Familie Accipitridae (haviken, sperwers en arenden)
  • - Orde Cathartiformes
    • · Familie Cathartidae (gieren van de Nieuwe Wereld)
  • - Orde Strigiformes
    • · Familie Tytonidae (kerkuilen)
    • · Familie Strigidae (uilen)
           
    1. met plaatsen vanaf 3 tot en met 10 roofvogels ouder dan 10 weken 3          
    2. met plaatsen voor meer dan 10 roofvogels ouder dan 10 weken 2          
   4. Inrichtingen waarin papegaaiachtigen als vermeld op onderstaande lijst*, en andere dan ingedeeld in rubriek 9.1 gefokt of gehouden worden:

*

  • - Familie Psittacidae (Echte papegaaien)
    • · Genus Alipiopsitta
    • · Genus Amazona
    • · Genus Anodorhynchus
    • · Genus Ara
    • · Genus Diopsittaca
    • · Genus Eclectus
    • · Genus Orthopsittaca
    • · Genus Primolius
    • · Genus Psittacus
  • - Familie Cacatuidae (Kaketoe's)
    • · Genus Cacatua
    • · Genus Callocephalon
    • · Genus Calyptorhynchus
    • · Genus Eolophus
    • · Genus Lophochroa
    • · Genus Probosciger
    • · Genus Zanda
  •  - Familie Strigopidae (Nieuw-Zeelandse papegaaien)
    • · Genus Nestor
           
   

1.

met plaatsen vanaf 20 tot en met 50 papegaaiachtigen ouder dan 10 weken 3          
   

2.

met plaatsen voor meer dan 50 papegaaiachtigen ouder dan 10 weken 2          
  5. Inrichtingen waarin gevogelte andere dan ingedeeld in rubriek 9.1, 9.3.1, 9.3.2, 9.3.3 en 9.3.4 gefokt of gehouden worden met plaatsen voor meer dan 500 stuks gevogelte ouder dan 10 weken 2          

Rubriek 9.4.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
9.4 Zoogdieren, andere dan vermeld in rubriek 9.1, 9.6, 9.7, 9.8 en 9.9            
  1. Varkens en gespeende biggen*

 

Inrichtingen waarin varkens of gespeende biggen gefokt of gehouden worden, met inbegrip van :

- de installatie(s) voor de bewerking of verwerking van dierlijke mest afkomstig van de op die plaats geproduceerde dierlijke mest, zonder bijmenging van afval

- de installatie(s) voor de compostering van dierlijke mest afkomstig van de op die plaats geproduceerde dierlijke mest met groenafval afkomstig van de eigen inrichting en de bij de inrichting horende gronden.

*

Bestaande plaatsen voor gespeende biggen worden geacht te zijn vergund onder de overeenstemmende indelingsrubriek voor zover er rekening mee werd gehouden in de vergunning voor de ingedeelde inrichting of activiteit waarvan ze deel uit maken.

 

Bestaande plaatsen voor gespeende biggen die geen deel uitmaken van een ingedeelde inrichting of activiteit, worden geacht te zijn vergund onder de overeenstemmende indelingsrubriek voor zover ze deel uit maken van een stedenbouwkundig hoofdzakelijk vergund geheel.

 

Bestaande biggenplaatsen zijn biggenplaatsen die deel uitmaken van hetzij een vergunde ingedeelde inrichting of activiteit hetzij van een stedenbouwkundig hoofdzakelijk vergund geheel op basis van een aanvraag ingediend voor 1 oktober 2019.

 

Het aantal bestaande plaatsen voor gespeende biggen wordt aangetoond of berekend:

a) op basis van het vergunningendossier van de voormelde ingedeelde inrichting of activiteit of het stedenbouwkundig geheel;

b) door het aantal plaatsen voor zeugen en gedekte jonge zeugen te vermenigvuldigen met een factor 5,4;

c) op basis van een gemotiveerd dossier.

 

           
    a) in een ander gebied dan deze vermeld onder b) en c):            
      1. met plaatsen voor varkens ouder dan 10 weken:            
        meer dan 5 tot en met 1.000 2          
        meer dan 1.000 1   N      
      2. met plaatsen voor gespeende biggen tot en met 10 weken:            
        meer dan 25 tot en met 5.000 2          
        meer dan 5.000 1   N      
    b) in een woongebied met landelijk karakter :            
      1. met plaatsen voor varkens ouder dan 10 weken:            
        meer dan 10 tot en met 1.000 2          
        meer dan 1.000 1   N      
      2. met plaatsen voor gespeende biggen tot en met 10 weken:            
        meer dan 50 tot en met 5.000 2          
        meer dan 5.000 1   N      
    c) in een agrarisch gebied :            
      1. met plaatsen voor varkens ouder dan 10 weken:            
        meer dan 20 tot en met 1.000 2          
        meer dan 1.000 1   N      
      2. met plaatsen voor gespeende biggen tot en met 10 weken:            
        meer dan 100 tot en met 5.000 2          
        meer dan 5.000 1   N      
    d) intensieve varkenshouderij met meer dan :            
      2.000 plaatsen voor mestvarkens van meer dan 30 kg 1 X N   J,R  
      750 plaatsen voor zeugen en gedekte jonge zeugen 1 X N   J,R  
      (Er kan overlapping zijn met een andere deelrubriek van rubriek 9.4.1 en 9.5 )            
  2. Mestkalveren

 

Inrichtingen waarin mestkalveren, gefokt of gehouden worden, met inbegrip van:

- de installatie(s) voor de bewerking of verwerking van dierlijke mest afkomstig van de op die plaats geproduceerde dierlijke mest, zonder bijmenging van afval

- de installatie(s) voor de compostering van dierlijke mest afkomstig van de op die plaats geproduceerde dierlijke mest met groenafval afkomstig van de eigen inrichting en de bij de inrichting horende gronden.

           
    a) in een ander gebied dan deze vermeld onder b) en c) :            
      met plaatsen voor 5 tot en met 500 dieren 2          
      met plaatsen voor meer dan 500 dieren 1   N      
    b) in een woongebied met landelijk karakter:            
      met plaatsen voor 10 tot en met 500 dieren 2          
      met plaatsen voor meer dan 500 dieren 1   N      
    c) in een agrarisch gebied:            
      met plaatsen voor 20 tot en met 500 dieren 2          
      met plaatsen voor meer dan 500 dieren 1   N      
  3. Grote zoogdieren (paard- en runderachtigen)

 

Inrichtingen waarin grote zoogdieren zoals paard- en runderachtigen andere dan mestkalveren gefokt of gehouden worden, met inbegrip van:

- de installatie(s) voor de bewerking of verwerking van dierlijke mest afkomstig van de op die plaats geproduceerde dierlijke mest, zonder bijmenging van afval

- de installatie(s) voor de compostering van dierlijke mest afkomstig van de op die plaats geproduceerde dierlijke mest met groenafval afkomstig van de eigen inrichting en de bij de inrichting horende gronden.

           
    a) in een ander gebied dan deze vermeld onder b) en c) :            
      met plaatsen voor 5 tot en met 200 gespeende dieren 2          
      met plaatsen voor meer dan 200 gespeende dieren 1   N      
    b) in een woongebied met landelijk karakter :            
      met plaatsen voor 10 tot en met 200 gespeende dieren 2          
      met plaatsen voor meer dan 200 gespeende dieren 1   N      
    c) in een agrarisch gebied :            
      met plaatsen voor 20 tot en met 200 gespeende dieren 2          
      met plaatsen voor meer dan 200 gespeende dieren 1   N      

Rubriek 9.5.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
 9.5.

gemengde inrichting

inrichting waarin dieren als vermeld in rubriek 9.3.1 en 9.4, gezamenlijk gefokt of gehouden worden.


Voor de toepassing van deze rubriek:

- worden de aantal plaatsen van de afzonderlijke diersoorten meegeteld als deze hoger zijn dan de respectievelijke ondergrenzen voor vergunningsplicht in het van toepassing zijnde gebied (conform rubriek 9.3.1, 9.4.1, 9.4.2 en 9.4.3.).

 

- wordt verstaan onder:
A. het aantal stuks pluimvee

B. het aantal varkens ouder dan 10 weken

C. het aantal mestkalveren

D. het aantal grote zoogdieren

E. het aantal gespeende biggen tot en met 10 weken

 

met inbegrip van:
- de inrichtingen voor de bewerking of verwerking van dierlijke mest, afkomstig van de op die plaats geproduceerde dierlijke mest, zonder bijmenging van afval
- de inrichtingen voor de compostering van dierlijke mest, afkomstig van de op die plaats geproduceerde dierlijke mest, met groenafval, afkomstig van de eigen inrichting en van de gronden die bij de inrichting horen.

           
   a) in een ander gebied dan woongebieden met landelijk karakter en agrarische gebieden:            
    inrichtingen waarbij de som ((A/50) +(B/5) + (C/5) + (D/5) + (E/25)) > 1 en de som ((A/20.000) + (B/1.000) + (C/500) + (D/200) + (E/5000)) ≤ 1            
      aantal plaatsen voor pluimvee 2   N      
      aantal plaatsen voor varkens ouder dan 10 weken 2   N      
      aantal plaatsen voor mestkalveren 2   N      
      aantal plaatsen voor grote zoogdieren 2   N      
      aantal plaatsen voor gespeende biggen tot en met 10 weken 2   N      
    inrichtingen waarbij de som ((A/20.000) + (B/1.000) + (C/500) + (D/200) + (E/5000)) > 1            
      aantal plaatsen voor pluimvee 1   N      
      aantal plaatsen voor varkens ouder dan 10 weken 1   N      
      aantal plaatsen voor mestkalveren 1   N      
      aantal plaatsen voor grote zoogdieren 1   N      
      aantal plaatsen voor gespeende biggen tot en met 10 weken 1   N      
  b) in een woongebied met landelijk karakter:             
    inrichtingen waarbij de som ((A/500) +(B/10) + (C/10) + (D/10) + (E/25)) > 1 en de som ((A/20.000) + (B/1.000) + (C/500) + (D/200) + (E/5000)) ≤ 1              
      aantal plaatsen voor pluimvee 2   N      
      aantal plaatsen voor varkens ouder dan 10 weken 2   N      
      aantal plaatsen voor mestkalveren 2   N      
      aantal plaatsen voor grote zoogdieren 2   N      
      aantal plaatsen voor gespeende biggen tot en met 10 weken 2   N      
    inrichtingen waarbij de som ((A/20.000) + (B/1.000) + (C/500) + (D/200) + (E/5000)) > 1                
      aantal plaatsen voor pluimvee 1   N      
      aantal plaatsen voor varkens ouder dan 10 weken   1   N      
      aantal plaatsen voor mestkalveren   1   N      
      aantal plaatsen voor grote zoogdieren  1   N      
      aantal plaatsen voor gespeende biggen tot en met 10 weken 1   N      
  c) in een agrarisch gebied:             
    inrichtingen waarbij de som ((A/1000) +(B/20) + (C/20) + (D/20)) > 1 en de som ((A/20.000) + (B/1.000) + (C/500) + (D/200) + (E/5000)) ≤ 1                
      aantal plaatsen voor pluimvee 2   N      
      aantal plaatsen voor varkens ouder dan 10 weken 2   N      
      aantal plaatsen voor mestkalveren 2   N      
      aantal plaatsen voor grote zoogdieren 2   N      
      aantal plaatsen voor gespeende biggen tot en met 10 weken 2   N      
    inrichtingen waarbij de som ((A/20.000) + (B/1.000) + (C/500) + (D/200) + (E/5000)) > 1                
      aantal plaatsen voor pluimvee 1   N      
      aantal plaatsen voor varkens ouder dan 10 weken 1   N      
      aantal plaatsen voor mestkalveren 1   N      
      aantal plaatsen voor grote zoogdieren 1   N      
      aantal plaatsen voor gespeende biggen tot en met 10 weken 1   N      
  d) een gemengde inrichting die al valt onder punt a),b), of c) met onder andere als onderdeel              
    een intensieve pluimvee- of varkenshouderij met meer dan 40.000 plaatsen voor pluimvee   1 X N   R  
    een intensieve varkenshouderij met meer dan 2000 plaatsen voor mestvarkens van meer dan 30 kg  1 X  N   R  
    een intensieve varkenshouderij met meer dan 750 plaatsen voor zeugen en gedekte jonge zeugen 1 X N   R  

Rubriek 9.6.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
9.6.

Kleine herkauwers

 

Inrichtingen waarin kleine herkauwers, zoals geiten, schapen, hertachtigen, alpaca’s, lama’s, en dergelijke, andere dan deze ingedeeld in rubriek 9.1 en 9.7, gefokt of gehouden worden:

met inbegrip van:

- de installatie(s) voor de bewerking of verwerking van dierlijke mest afkomstig van de op die plaats geproduceerde dierlijke mest, zonder bijmenging van afval

- de installatie(s) voor de compostering van dierlijke mest afkomstig van de op die plaats geproduceerde dierlijke mest met groenafval afkomstig van de eigen inrichting en de bij de inrichting horende gronden.

           
  a) in een gebied ander dan woongebieden met landelijk karakter en agrarische gebieden:            
    met plaatsen voor 10 tot en met 400 gespeende dieren 2          
    met plaatsen voor meer dan 400 gespeende dieren 1   N      
  b) in een woongebied met landelijk karakter:            
    met plaatsen voor 25 tot en met 400 gespeende dieren 2          
    met plaatsen voor meer dan 400 gespeende dieren 1   N      
  c) in een agrarisch gebied :            
    met plaatsen voor 50 tot en met 400 gespeende dieren 2          
    met plaatsen voor meer dan 400 gespeende dieren 1   N      

Rubriek 9.7.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
 9.7. Kleine zoogdieren

 

Inrichtingen waarin konijnen, knaagdieren, katten, en dergelijke, andere dan deze ingedeeld in rubriek 9.1, 9.8 en 9.9, gefokt of gehouden worden:
met inbegrip van:

 

- de installatie(s) voor de bewerking of verwerking van dierlijke mest afkomstig van de op die plaats geproduceerde dierlijke mest, zonder bijmenging van afval

- de installatie(s) voor de compostering van dierlijke mest afkomstig van de op die plaats geproduceerde dierlijke mest met groenafval afkomstig van de eigen inrichting en de bij de inrichting horende gronden.

           
  a) in een gebied ander dan woongebieden met landelijk karakter en agrarische gebieden:            
    met plaatsen voor 20 tot en met 50 gespeende dieren, met uitzondering van konijnen 3          
    met plaatsen voor meer dan 50 tot en met 10.000 gespeende dieren 2          
    met plaatsen voor meer dan 10.000 gespeende dieren 1   N      
  b) in een woongebied met landelijk karakter:            
    met plaatsen voor 20 tot en met 100 gespeende dieren, met uitzondering van konijnen  3          
    met plaatsen voor meer dan 100 tot en met 10.000 gespeende dieren 2          
    met plaatsen voor meer dan 10.000 gespeende dieren 1   N      
  c) in een agrarisch gebied:            
    met plaatsen voor 20 tot en met 150 gespeende dieren, met uitzondering van konijnen  3          
    met plaatsen voor meer dan 150 tot en met 10.000 gespeende dieren 2          
    met plaatsen voor meer dan 10.000 gespeende dieren 1   N      

Rubriek 9.8.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
9.8. Inrichtingen waarin pelsdieren worden gehouden, andere dan deze vermeld in rubriek 9.1 en 9.7 (vossen, marterachtigen, beverachtigen, chinchilla's en dergelijke):
met inbegrip van:
- de inrichtingen voor de bewerking of verwerking van dierlijke mest, afkomstig van de op die plaats geproduceerde dierlijke mest, zonder bijmenging van afval
- de inrichtingen voor de compostering van dierlijke mest, afkomstig van de op die plaats geproduceerde dierlijke mest, met groenafval, afkomstig van de eigen inrichting en van de gronden die bij de inrichting horen
           
  a) 20 tot en met 300 dieren 3          
  b) meer dan 300 tot en met 5.000 dieren  2   N      
  c) meer dan 5000 dieren   1   N      

Rubriek 9.9.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
9.9. honden:
inrichtingen waarin honden worden gehouden, inrichtingen voor het africhten van honden, hondenkennels en dergelijke:
           
  5 tot en met 10 volwassen dieren  3          
  meer dan 10 volwassen dieren  2   N