Rubriek 19.
Hout (hout, houtschors, riet, vlas (houtachtig gedeelte), stro of soortgelijke producten):

rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
19.

Hout (hout, houtschors, riet, vlas (houtachtig gedeelte), stro of soortgelijke producten):

Uitzondering:

Het verwerken van hout, houtschors, riet, vlas, stro of soortgelijke producten, gekoppeld aan de uitvoering van eigenlijke bouw- of sloopwerken, is niet in deze rubriek ingedeeld.

[...]
           

Rubriek 19.1.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
19.1. andere fineer-, triplex-, houtvezel- en spaanderplaatfabrieken, van hout en dergelijke, dan de fabrieken, vermeld in rubriek 19.2, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:            
  a) 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied 3          
    b) 5 kW tot en met 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied 3          
  a) meer dan 200 kW tot en met 1000 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied  2 A       O
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied 2 A       O
  a) meer dan 1000 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied 1   B     O
    b) meer dan 500 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied 1    B     O

Rubriek 19.2.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
19.2. Vervaardiging van houtvezelplaten en andere platen, hoofdzakelijk samengesteld uit hout en dergelijke, gefabriceerd volgens een nat procedé met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:            
  a) 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied 3          
    b) 5 kW tot en met 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied 3          
  a) meer dan 200 kW tot en met 1000 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied  2 A       O
    b) meer dan 100 kW tot en met 500 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied 2 A       O
  a) meer dan 1000 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied 1   B     O
    b) meer dan 500 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied 1    B     O

Rubriek 19.3.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
19.3. inrichtingen voor het mechanisch behandelen en het vervaardigen van artikelen van hout en dergelijke, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:            
  a) 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied 3          
    b) 5 kW tot en met 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied 3          
  a) meer dan 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied 2 A,T N      
    b) meer dan 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied 2 A,T N      

Rubriek 19.4.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
19.4. inrichtingen voor het chemisch behandelen van hout en soortgelijke producten:            
  installaties voor houtverduurzaming met een jaarlijks oplosmiddelenverbruik van maximaal 25 ton met:
producten met minder dan 150 g VOS/l op emulsie- of dispersiebasis door instrijken/indompeling of drenking in een bad, toegepast in een houtverduurzamingsstation waaraan de technische goedkeuring ATG van de Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw (BUtgb) is toegekend
3          O
  andere installaties voor houtverduurzaming  2         A
  industriėle installaties voor de conservering van hout en houtproducten met chemicaliėn met een productiecapaciteit van 50 m3 per dag of meer  1   A   R A
 

de conservering van hout en houtproducten met behulp van chemische stoffen met een productiecapaciteit van meer dan 75 m³ per dag, met uitzondering van de behandeling die uitsluitend gericht is op het voorkomen van sapvlekken

(Er kan overlapping zijn met een of meer rubrieken van rubriek 19.)
 1  M,X A P R B,S

Rubriek 19.5.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
 19.5. droogovens voor hout en dergelijke, met een elektrisch vermogen van:            
  a) 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied 3          
    b) 5 kW tot en met 75 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied 3          
  meer dan 75 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied  2          
  meer dan 200 kW  1   B      

Rubriek 19.6.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
 19.6.

opslagplaatsen van hout (hout, houtschors, riet, vlas (houtachtig gedeelte), stro of soortgelijke producten), met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48 [...] , met een capaciteit van:

           
  als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied:            
    a) meer dan 40 m³ tot en met 400 m³ in een lokaal 3          
    b) meer dan 200 m³ tot en met 1.600 m³ in openlucht 3          
    c)

meer dan 400 m³ in een lokaal

2 T        
    d) meer dan 1.600 m³ in openlucht 2 T        
  als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied             
    a) meer dan 40 m³ tot en met 200 m³ in een lokaal 3          
    b) meer dan 200 m³ tot en met 800 m³ in openlucht  3          
    c)

meer dan 200 m³ in een lokaal

2 T        
    d) meer dan 800 m³ in openlucht 2 T        

Rubriek 19.7.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
19.7.

houtvezelplaat-, spaanderplaat-, duplex-, triplex- en multiplexfabrieken met een productiecapaciteit van 200 ton per dag en meer

Er kan overlapping zijn met een of meer subrubrieken van rubriek 19.
1   B      

Rubriek 19.8.

[...]

 

Rubriek 19.8 werd volledig opheven als gevolg van artikel 187, 16°, e), B.Vl.R. 3 mei 2019 (B.S. 26 september 2019)

De indelingsrubrieken vermeld in de meldingen van standaardhoutbewerkingsbedrijven waarvan akte werd genomen voor de inwerkingtreding van dit besluit worden gelezen als de hiermee overeenstemmende indelingsrubrieken vermeld in kolom 3 van onderstaande tabel.

 

Indelingsrubrieken vermeld in de meldingen van standaardhoutbewerkingsbedrijven

Rubrieken van de indelingslijst

19.8.1°.a)

werkplaatsen voor het mechanisch behandelen en het

vervaardigen van artikelen van hout en dergelijke met een

geļnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100

kW als ze volledig of gedeeltelijk gelegen zijn in een ander

gebied dan industriegebied, respectievelijk van 5 kW tot en

met 200 kW als ze volledig gelegen zijn in industriegebied

19.3.1°

andere inrichtingen voor het mechanisch behandelen en het vervaardigen van artikelen van hout en dergelijke dan de inrichtingen, vermeld in rubriek 19.8, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

 1°

a) 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied    

b) 5 kW tot en met 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied

19.8.1°.b)

 

installaties voor houtverduurzaming met een jaarlijks oplosmiddelenverbruik van maximaal 25 ton met producten met minder dan 150 g VOS/l op emulsie- of dispersiebasis door instrijken/indompeling of drenking ineen bad, toegepast in een houtverduurzamingsstation waaraan de technische goedkeuring ATG van de Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw (BUtgb) is toegekend

19.4.1°

installaties voor houtverduurzaming met een jaarlijks oplosmiddelenverbruik van maximaal 25 ton met:
producten met minder dan 150 g VOS/l op emulsie- of dispersiebasis door instrijken/indompeling of drenking in een bad, toegepast in een houtverduurzamingsstation waaraan de technische goedkeuring ATG van de Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw (BUtgb) is toegekend

19.8.1°.c)

 

droogovens voor fineer-, gelijmde stukken of massief hout,

met een elektrisch vermogen van 5 kW tot en met 75 kW

als ze volledig of gedeeltelijk gelegen zijn in een ander

gebied dan industriegebied, respectievelijk van 5 kW tot en

met 200 kW als ze volledig gelegen zijn in industriegebied

19.5

andere droogovens voor hout en dergelijke dan de droogovens, vermeld in rubriek 19.8, met een elektrisch vermogen van:

a) 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

b) 5 kW tot en met 75 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied

19.8.1°.d), 1)

opslagplaatsen van hout en dergelijke met een capaciteit

van:

als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied:

i) meer dan 20 ton tot en met 200 ton of meer dan 40 tot en met 400 m³ in een lokaal

ii) meer dan 100 ton tot en met 800 ton of meer dan 200 m³ tot en met 1600 m³ in openlucht

19.6.1°

opslagplaatsen van hout (hout, houtschors, riet, vlas (houtachtig gedeelte), stro of soortgelijke producten), met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48 en rubriek 19.8, met een capaciteit van:

als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied:

a) meer dan 40 m³ tot en met 400 m³ in een lokaal

a) meer dan 200 m³ tot en met 1.600 m³ in openlucht

19.8.1°.d), 2)

opslagplaatsen van hout en dergelijke met een capaciteit

van:

als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied:

i) meer dan 20 ton tot en met 100 ton of meer dan 40 tot en met 200 m³ in een lokaal

ii) meer dan 100 ton tot en met 400 ton of meer dan 200 m³ tot en met 800 m³ in openlucht

19.6.2°

opslagplaatsen van hout (hout, houtschors, riet, vlas (houtachtig gedeelte), stro of soortgelijke producten), met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48 en rubriek 19.8, met een capaciteit van:

als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied 

a) meer dan 40 m³ tot en met 200 m³ in een lokaal

b) meer dan 200 m³ tot en met 800 m³ in openlucht 

19.8. 2°.a), 1)

 

het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van ander huishoudelijk afvalwater dan huishoudelijk afvalwater, afkomstig van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m³/jaar, als het lozingspunt is gelegen in een gemeente waarvoor het gemeentelijke zoneringsplan definitief is vastgesteld en het lozingspunt is gelegen in een centraal gebied of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan

3.2

het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van ander huishoudelijk afvalwater dan huishoudelijk afvalwater dat afkomstig is van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m³/jaar:

2° als het lozingspunt is gelegen in een gemeente waarvoor het gemeentelijke zoneringsplan definitief is vastgesteld:

a) het lozingspunt ligt in een centraal gebied of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan

19.8. 2°.a), 2)

 

het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat geen van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C van dit besluit, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van dit besluit, met een debiet tot en met 2 m³/h

Als het indelingscriterium GS voor een lozingsparameter lager ligt dan de rapportagegrens, vermeld in artikel 4 van bijlage 4.2.5.2 van dit besluit, wordt voor die parameter de rapportagegrens gehanteerd.

3.4

het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van dit besluit, met een debiet:

Opmerking:
Als het indelingscriterium GS voor een lozingsparameter lager ligt dan de rapportagegrens, vermeld in artikel 4 van bijlage 4.2.5.2 van dit besluit, wordt voor deze parameter de rapportagegrens gehanteerd. 

1° tot en met 2 m3/h:

a) als het bedrijfsafvalwater geen hogere concentratie van gevaarlijke stoffen dan de voormelde concentraties bevat

19.8. 2°.a), 3)

 

afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijbehorende slibproductie voor de behandeling van:

i) ander huishoudelijk afvalwater dan huishoudelijk

afvalwater dat afkomstig is van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m³/jaar

ii) bedrijfsafvalwater dat geen van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C van dit besluit, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van dit besluit, met een effluent tot en met 5 m³/uur

Als het indelingscriterium GS voor een lozingsparameter lager ligt dan de rapportagegrens, vermeld in artikel 4 van bijlage 4.2.5.2 van dit besluit, wordt voor die parameter de rapportagegrens gehanteerd.

3.6

afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijbehorende slibproductie:

1. voor de behandeling van ander huishoudelijk afvalwater dan huishoudelijk afvalwater dat afkomstig is van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m³/jaar

2. […]

3. voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van dit besluit, met uitzondering van de in rubriek 3.6.5 ingedeelde inrichtingen, met een effluent:

Opmerking:
Als het indelingscriterium GS voor een lozingsparameter lager ligt dan de rapportagegrens, vermeld in artikel 4 van bijlage 4.2.5.2 van dit besluit, wordt voor deze parameter de rapportagegrens gehanteerd.

1° tot en met 5 m3/h:

a) als het effluentwater geen hogere concentratie van gevaarlijke stoffen dan de voormelde concentraties bevat

19.8. 2°.b), 1)

 

installaties voor het mechanisch, pneumatisch of elektrostatisch aanbrengen van bedekkingsmiddelen:

 

voorzien van een filterinstallatie met gebruik van actieve kool voor de adsorptie van de afvalgassen of een gelijkwaardige installatie, alsook installaties waar uitsluitend bedekkingsmiddelen met minder dan 150 g VOS/l worden aangebracht, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 25 kW als ze volledig of gedeeltelijk gelegen zijn in een ander

gebied dan industriegebied, respectievelijk van 5 kW tot en met 60 kW als ze volledig gelegen zijn in industriegebied

4.3.a)

inrichtingen voor het mechanisch, pneumatisch of elektrostatisch aanbrengen van bedekkingsmiddelen

 

inrichtingen, voorzien van een filterinstallatie met gebruik van actieve kool voor de adsorptie van de afvalgassen of een gelijkwaardige installatie, alsook inrichtingen waar uitsluitend bedekkingsmiddelen met minder dan 150 g VOS/l worden aangebracht, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van

i) 5 kW tot en met 60 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

ii) 5 kW tot en met 25 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied ander dan het industriegebied, vermeld in i)

19.8. 2°.b), 2)

 

waarmee bedekkingsmiddelen worden aangebracht met een maximaal gehalte aan vluchtige organische stoffen, zoals conform de EG-richtlijn 2004/42/EG,

bepaald in bijlage 2A van het koninklijk besluit van 7 oktober 2005 inzake de reductie van het gehalte aan vluchtige organische stoffen in bepaalde verven en vernissen en in producten voor het overspuiten van voertuigen (zie A van voetnota onder rubriek 4.3, b)), met een geļnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 25 kW als ze volledig of gedeeltelijk gelegen zijn in een ander gebied dan industriegebied, respectievelijk van 5 kW tot en met 60 kW als ze volledig gelegen zijn in industriegebied

4.3.b)

inrichtingen waarin bedekkingsmiddelen worden aangebracht met een maximaal gehalte aan vluchtige organische stoffen, zoals conform de EG-richtlijn 2004/42/EG, bepaald in bijlage 2A en 2B van het koninklijk besluit van 7 oktober 2005 inzake de reductie van het gehalte aan vluchtige organische stoffen in bepaalde verven en vernissen en in producten voor het overspuiten van voertuigen (voetnoot zie achteraan bijlage 1), met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

i) 5 kW tot en met 60 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

ii) 5 kW tot en met 25 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied ander dan het industriegebied, vermeld in i)

19.8. 2°.b), 3)

 

andere installaties dan de installaties, vermeld in 1) en 2), met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

i) 5 kW tot en met 25 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

ii) 5 kW tot en met 10 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan het industriegebied, vermeld in i)

4.3.c)

andere inrichtingen voor het mechanisch, pneumatisch of elektrostatisch aanbrengen van bedekkingsmiddelen dan de inrichtingen, vermeld in a) en b), met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

i) 5 kW tot en met 25 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

ii) 5 kW tot en met 10 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan het industriegebied, vermeld in i)

19.8. 2°.c)

 

elektrische noodgroep met een geļnstalleerd totaal

elektrisch vermogen van maximaal 1000 kW, aangedreven

door gas- of dieselmotor met een totaal nominaal

vermogen van 100 kW tot en met 300 kW als die volledig

gelegen is in industriegebied

Voor de vast opgestelde motoren met minder dan 360

bedrijfsuren per kalenderjaar die noodgeneratoren

aandrijven, moet het nominaal vermogen maar voor 5O%

in rekening worden gebracht voor het bepalen van het

totaal nominaal vermogen.

12.1

Elektriciteitsproductie

 

niet in rubrieken 20.1.5, 20.1.6 en 43.2 bedoelde inrichtingen voor elektriciteitsproductie, uitgezonderd de aspecten die betrekking hebben op de kernbrandstofcyclus:

 

uitzonderingen:

- elektriciteitsproductie op basis van zonne-energie is niet ingedeeld

- verplaatsbare elektriciteitsproductiegroepen tijdelijk ingezet voor de elektrische voeding van werktuigen, toestellen en installaties gebruikt bij de uitvoering van de eigenlijke bouw-, sloop- of wegeniswerken en verplaatsbare elektrische noodgroepen zijn niet ingedeeld in rubriek 12.1.

- de inrichtingen voor elektriciteitsproductie, vallend onder de toepassing van rubriek 15.5 en rubriek 19.8, zijn niet ingedeeld in rubriek 12.1.

 

opmerking:

Voor noodstroomgroepen met minder dan 500 bedrijfsuren per kalenderjaar, moet het elektrisch (schijnbaar) vermogen maar voor 50% in rekening worden gebracht voor het bepalen van het totaal elektrisch (schijnbaar) vermogen.

 

1.1° inrichtingen die wisselspanning opwekken, met een geļnstalleerd totaal elektrisch schijnbaar vermogen van:

a) 150 kVA tot en met 800 kVA als de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied

b) 150 kVA tot en met 200 kVA als de inrichting volledig of gedeeltelijk in een ander gebied dan een industriegebied ligt

2.1° inrichtingen die gelijkspanning opwekken, met een geļnstalleerd totaal elektrisch vermogen van:

a) 150 kW tot en met 800 kW als de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied

b) 150 kW tot en met 200 kW als de inrichting volledig of gedeeltelijk in een ander gebied dan een industriegebied ligt

19.8. 2°. d)

 

elektrische transformatoren met een individueel nominaal

vermogen van 100 kVA tot en met 1.000 kVA

 

12.2

Transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van:

 Uitzonderingen: Verplaatsbare transformatoren opgesteld op een bouwplaats voor de uitvoering van eigenlijke bouw, sloop- of wegenwerken zijn niet ingedeeld in rubriek 12.2.

De transformatoren, vallend onder de toepassing van rubriek 15.5 en rubriek 19.8, zijn niet ingedeeld in rubriek 12.2

1° 100 kVA tot en met 1.000 kVA

19.8. 2°. e)

 

vaste inrichtingen voor het laden van elektrische

accumulatoren door middel van toestellen met een

geļnstalleerd totaal vermogen van meer dan 10 kW

 

12.3

accumulatoren (gebruik van):

De accumulatoren die vallen onder de toepassing van rubriek 15.5 en rubriek 19.8, zijn niet ingedeeld in deze rubriek 12.3.

2° vaste inrichtingen voor het laden van accumulatoren door middel van toestellen met een geļnstalleerd totaal vermogen van meer dan 10 kW

19.8. 2°. f)

 

vast opgestelde elektrische batterijen waarvan het product

van het vermogen, uitgedrukt in Ah, met de klemspanning,

uitgedrukt in V, meer bedraagt dan 10.000

12.3

accumulatoren (gebruik van):

De accumulatoren die vallen onder de toepassing van rubriek 15.5 en rubriek 19.8, zijn niet ingedeeld in deze rubriek 12.3.

1° vast opgestelde batterijen waarvan het product van de capaciteit, uitgedrukt in Ah, met de klemspanning, uitgedrukt in V, meer bedraagt dan 10.000

19.8. 2°. g)

 

al dan niet overdekte ruimten waarin 3 tot en met 25

autovoertuigen of aanhangwagens worden gestald die

geen personenwagens zijn

 

15.1

Al dan niet overdekte andere ruimte dan de ruimte, vermeld in rubriek 15.5 en 19.8, waarin de volgende voertuigen gestald worden

1° 3 tot en met 25 autovoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens zijn

19.8. 2°. h)

 

luchtcompressoren en airconditioningsinstallaties met een

koelmiddelinhoud < 30 kg met een totale geļnstalleerde

drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW

 

16.3

inrichtingen voor het fysisch behandelen van gassen (samenpersen - ontspannen):

[...]

1° koelinstallaties voor het bewaren van producten, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties, met een totale geļnstalleerde drijfkracht van:

uitzonderingen:
- luchtcompressoren, tijdelijk ingezet bij wegen-, bouw- en sloopactiviteiten, zijn niet ingedeeld
- de installaties die vallen onder de toepassing van rubriek 15.5 en rubriek 19.8, zijn niet ingedeeld in deze rubriek 16.3. 

1° 5 kW tot en met 200 kW

19.8. 2°. i)

 

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs

met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen tot en met 3000 liter, respectievelijk in verplaatsbare recipiėnten met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1000 liter

 

17.1.2.2

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs, uitgezonderd de opslagplaatsen van drukvaten die deel uitmaken van compressoren, en uitgezonderd buffervaten (reserve aan koelmiddel in een opslagtank waarvan de afnameleiding afgesloten is van het koelcircuit, is wel ingedeeld), met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen:

1° tot en met 3000 liter

17.1.2.1

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiėnten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van:

Opmerking:

De gebruikte verplaatsbare recipiėnten moeten worden meegeteld voor de bepaling van het gezamenlijke waterinhoudsvermogen.

Verplaatsbare recipiėnten aangeschakeld aan verplaatsbare verbruikstoestellen, worden niet meegeteld. Verplaatsbare recipiėnten aangeschakeld aan vaste verbruikstoestellen, worden evenmin meegeteld als het waterinhoudsvermogen van de recipiėnt of van de flessenbatterij minder dan 300 liter bedraagt.

1° 300 liter tot en met 1000 liter

19.8. 2°. j)

 

opslagplaatsen voor oxiderende, bijtende, en schadelijke

vloeistoffen en vaste stoffen, op basis van etikettering

gekenmerkt door respectievelijk het gevarenpictogram

GHS03, GHS05 of GHS07, met een

gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 2000

kg als ze volledig of gedeeltelijk gelegen zijn in ander

gebied dan industriegebied, respectievelijk 200 kg tot en

met 20.000 kg als ze volledig gelegen zijn in

industriegebied

17.3.3

oxiderende vloeistoffen en vaste stoffen

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering, gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS03, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van:

a) 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied

b) 200 kg tot en met 2 ton, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied

17.3.4

bijtende vloeistoffen en vaste stoffen

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering, gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van:

a) 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied

b) 200 kg tot en met 2 ton, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied

17.3.6

schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering, gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van:

a) 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied

b) 200 kg tot en met 2 ton, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied

19.8. 2°. k)

 

opslagplaatsen voor brandgevaarlijke vloeistoffen, op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram

GHS02

1) voor gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen met een vlampunt ≥ 55 °C die behoren

tot de ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg

tot en met 20 ton

2) voor de overige andere ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 dan de ontvlambare vloeistoffen, vermeld in punt 1, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 10 ton

3) voor ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1

en 2, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 50

kg tot en met 2 ton in verplaatsbare recipiėnten

17.3.2.1.1

gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van:

1° b) 100 kg tot en met 20 ton voor andere inrichtingen dan de inrichtingen, vermeld in punt a

17.3.2.1.2

overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van:

1° 100 kg tot en met 10 ton

17.3.2.2

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van:

1° 50 kg tot en met 2 ton

19.8. 2°. l)

 

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totaal inhoudsvermogen van 200 liter tot en met 50.000 liter

6.4

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van:

1° 200 l tot en met 50.000 l
uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt

19.8. 2°. m)

 

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen die gevaarlijk zijn voor het aquatisch milieu, op basis van

etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS09, met een opslagcapaciteit van meer dan 100

kg tot en met 2000 kg

17.3.8

vloeistoffen en vaste stoffen die gevaarlijk zijn voor het aquatisch milieu

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering, gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS09 , met een gezamenlijke opslagcapaciteit van:

1° 100 kg tot en met 2 ton

19.8. 2°. n)

 

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn een gevaar inhouden voor de gezondheid, op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 ( ), met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 2000 kg als ze volledig of gedeeltelijk gelegen zijn in ander gebied dan industriegebied, respectievelijk van 100 kg tot en met 20.000 kg als ze volledig gelegen zijn in industriegebied

17.3.7

vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn gevaarlijk zijn voor de gezondheid

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering, gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 ( ), met een gezamenlijke opslagcapaciteit van:

a) 100 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied

b) 100 kg tot en met 2 ton, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied

19.8. 2°. o)

 

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen, namelijk installaties voor het vullen van brandstoftanks

van motorvoertuigen met vloeistoffen als vermeld in punt k, 1, bestemd voor de voeding van de erop geļnstalleerde

motor(en), met maximaal 1 verdeelslang

6.5

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen, namelijk installaties voor het vullen van brandstoftanks van motorvoertuigen met vloeibare koolwaterstoffen, bestemd voor de voeding van de erop geļnstalleerde motor(en):

1° inrichtingen met maximaal 2 verdeelslangen

19.8. 2°. p)

 

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen in verpakkingen van maximaal 30 liter of 30 kg voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5000 kg of 5000 liter

17.4

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l

19.8. 2°. r)

 

inrichtingen voor het behandelen van kunststoffen en het vervaardigen van voorwerpen uit kunststoffen, met

uitzondering van de extrusie en het opschuimen van kunststofprofielen, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW als ze volledig of gedeeltelijk gelegen zijn in een ander gebied dan industriegebied, respectievelijk van 5 kW tot en met 200 kW als ze volledig gelegen zijn in industriegebied

23.2

inrichtingen voor het behandelen van kunststoffen en het vervaardigen van voorwerpen uit kunststoffen, met uitzondering van de inrichtingen, vermeld in rubriek 41, met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

opmerkingen:
De inrichtingen voor het behandelen van kunststoffen en het vervaardigen van voorwerpen uit kunststoffen die vallen onder de toepassing van rubriek 19.8, zijn niet ingedeeld in deze rubriek.

[...]

a) 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

b) 5 kW tot en met 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied

19.8. 2°. s)

 

opslag van kunststoffen en van voorwerpen uit kunststoffen, met een maximumcapaciteit van:

1) meer dan 10 ton tot en met 200 ton in een lokaal of meer dan 100 ton tot en met 800 ton in openlucht, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

2) meer dan 10 ton tot en met 20 ton in een lokaal of meer dan 100 ton tot en met 200 ton in openlucht, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied

23.3

opslag van kunststoffen en van voorwerpen uit kunststoffen, met uitzondering van de opslag, vermeld in rubriek 41 en 48, met een capaciteit van:

opmerking:

opslag van kunststoffen en van voorwerpen uit kunststoffen die vallen onder de toepassing van rubriek 19.8 zijn niet ingedeeld in deze rubriek.

1° als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied:

a) meer dan 10 ton tot en met 200 ton in een lokaal

b) meer dan 100 ton tot en met 800 ton in openlucht

2° als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan een industriegebied

a) meer dan 10 ton tot en met 20 ton in een lokaal

b) meer dan 100 ton tot en met 200 ton in openlucht 

19.8. 2°. t)

 

installaties voor het mechanisch behandelen van metalen met een geļnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW als ze volledig of gedeeltelijk gelegen zijn in ander gebied dan industriegebied, respectievelijk van 5 kW tot en met 200 kW als ze volledig gelegen zijn in industriegebied

29.5.2

andere smederijen dan de smederijen, vermeld in rubriek 29.5.1, en inrichtingen voor het mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal met een geļnstalleerde totale drijfkracht van:

opmerking:
De inrichtingen voor het mechanisch behandelen van metalen die vallen onder de toepassing van rubriek 15.5 en van rubriek 19.8, zijn niet ingedeeld in deze rubriek.

a) 5 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

b) 5 kW tot en met 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied

19.8. 2°. u)

 

installaties voor het ontvetten van metalen of voorwerpen uit metaal met organische oplosmiddelen met een totaal

inhoudsvermogen van de baden en spoelbaden van 10 liter tot en met 300 liter als ze volledig of gedeeltelijk gelegen zijn in een ander gebied dan industriegebied, respectievelijk van 10 liter tot en met 1000 liter als ze volledig gelegen zijn in industriegebied

29.5.5

oppervlaktebehandeling, met inbegrip van ontvetting van metalen door middel van een elektrolytisch of chemisch procedé, als de gezamenlijke inhoud van de gebruikte behandelingsbaden en spoelbaden of van de opvangrecipiėnten voor de opvang van de gebruikte chemicaliėn, als niet gebruikgemaakt wordt van behandelingsbaden en spoelbaden, uit de volgende volumes bestaat:

opmerking:

De inrichtingen die vallen onder de toepassing van rubriek 15.5 en rubriek 19.8, zijn niet ingedeeld in deze rubriek.

a) 10 liter tot en met 1000 liter, als de inrichting volledig in een industriegebied ligt

b) 10 liter tot en met 300 liter, als de inrichting volledig of gedeeltelijk in een ander gebied dan een industriegebied ligt

29.5.7

ontvetten van metalen of voorwerpen van metaal door middel van:

opmerkingen:
De inrichtingen voor het ontvetten van metalen of voorwerpen uit metaal met organische oplosmiddelen die vallen onder de toepassing van rubriek 15.5
en rubriek 19.8, zijn niet ingedeeld in deze rubriek.

[...]

1° gehalogeneerde oplosmiddelen of oplosmiddelen met een vlampunt tot en met 55 °C met een totaal inhoudsvermogen van de baden en de spoelbaden of van de opvangrecipiėnten voor de opvang van de gebruikte chemicaliėn als niet gebruikgemaakt wordt van behandelingsbaden en spoelbaden, van:

a)

1) 10 l tot en met 1000 l, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

2) 10 l tot en met 300 l, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied

2° andere organische oplosmiddelen met een totaal inhoudsvermogen van de baden en de spoelbaden of van de opvangrecipiėnten voor de opvang van de gebruikte chemicaliėn als niet gebruikgemaakt wordt van behandelingsbaden en spoelbaden, van:

a)

1) 10 l tot en met 1000 l, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied

2) 10 l tot en met 300 l, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied

19.8. 2°. v)

 

stookinstallaties zonder elektriciteitsproductie, met een

totaal warmtevermogen van maximaal:

1) 300 kW tot en met 2000 kW als de inrichting

i) volledig gelegen is in een industriegebied

ii) gestookt wordt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas

2) 300 kW tot en met 500 kW in de andere gevallen dan de gevallen, vermeld in 1)

43.1

het stoken in installaties, met uitzondering van stationaire motoren en gasturbines, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van:

opmerkingen:
De stookinstallaties die vallen onder de toepassing van rubriek 15.5 en rubriek 19.8, zijn niet ingedeeld in deze rubriek.

[...]

a) 300 kW tot en met 2000 kW, als de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied en gestookt wordt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas

b) 300 kW tot en met 2000 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied en gestookt wordt met aardgas

c) 300 kW tot en met 500 kW in de andere gevallen dan de gevallen, vermeld in a) en b)


Rubriek 19.9.
rubriek
omschrijving
 
klasse opmer-
kingen
coör-
dinator
audit jaar-
verslag
VLAREBO
19.9.

De industriėle fabricage van een of meer van de volgende platen en panelen van hout: oriented strand board (OSB), spaanplaat, vezelplaat met een productiecapaciteit van meer dan 600 m³ per dag

(Er kan overlapping zijn met een of meer subrubrieken van rubriek 19.)
1 M,X A P R