Bijlage 3.
Gegevens en minimuminlichtingen die in het in artikelá8 bedoelde veiligheidsrapport aan de orde moeten komen

1

Inlichtingen over het beheerssysteem en de organisatie van de inrichting, met het oog op de preventie van zware ongevallen.
Deze inlichtingen dienen de in bijlageá2 aangegeven punten te bestrijken.

2

Presentatie van de omgeving van de inrichting:
a)
beschrijving van de plaats en zijn omgeving, met inbegrip van de geografische ligging, de meteorologische, geologische en hydrografische gegevens en, in voorkomend geval, de voorgeschiedenis;
b)
identificatie van de installaties en andere activiteiten binnen de inrichting die een gevaar van een zwaar ongeval met zich kunnen brengen;
c)
op basis van de beschikbare informatie, identificatie van naburige inrichtingen, alsmede andere bedrijven die buiten het toepassingsgebied van dit samenwerkingsakkoord vallen, zones en ontwikkelingen die de bron kunnen zijn van, of het risico op of de gevolgen van een zwaar ongeval en domino-effecten kunnen verhogen;
d)
beschrijving van de zones die door een zwaar ongeval zouden kunnen worden getroffen.

3

Beschrijving van de installatie:
a)
beschrijving van de voornaamste werkzaamheden en producten uit de gedeelten van de inrichting die belangrijk zijn uit het oogpunt van de veiligheid, van de mogelijke oorzaken van risico's van zware ongevallen en van de omstandigheden waarin zo'n zwaar ongeval zich zou kunnen voordoen, vergezeld van een beschrijving van de genomen preventieve maatregelen;
b)
beschrijving van de processen, met name de werkwijzen; indien van toepassing, rekening houdend met de beschikbare informatie betreffende beste praktijken;
c)
beschrijving van de gevaarlijke stoffen:
i.
inventaris van de gevaarlijke stoffen met:
de beschrijving van de gevaarlijke stoffen: chemische naam, CAS-nummer, naam volgens de IUPAC-nomenclatuur,
de maximale hoeveelheid van de gevaarlijke stof (fen) die aanwezig is (zijn) of kan (kunnen) zijn,
ii.
fysische, chemische en toxicologische kenmerken en gegevens over zowel de onmiddellijk als de later optredende gevaren voor de menselijke gezondheid en het milieu,
iii.
het fysische of chemische gedrag onder normale gebruiksvoorwaarden of bij een voorzienbaar ongeval.

4

Identificatie en analyse van de ongevallenrisico's en preventiemiddelen:
a)
gedetailleerde beschrijving van de scenario's voor mogelijke zware ongevallen en de omstandigheden waarin deze zich kunnen voordoen, inclusief een samenvatting van de voorvallen die bij het op gang brengen van deze scenario's een belangrijke rol kunnen spelen, ongeacht of de oorzaken binnen of buiten de installatie liggen, met name:
i.
operationele oorzaken;
ii.
externe oorzaken, bijvoorbeeld met betrekking tot domino-effecten, andere bedrijven die buiten het toepassingsgebied van dit samenwerkingsakkoord vallen, zones en ontwikkelingen die de bron kunnen zijn van, of het risico op of de gevolgen van een zwaar ongeval kunnen vergroten;
iii.
natuurlijke oorzaken, bijvoorbeeld aardbevingen of overstromingen;
b)
beoordeling van de omvang en de ernst van de gevolgen van de ge´dentificeerde zware ongevallen met inbegrip van kaarten, beelden of, indien nuttig, gelijkwaardige beschrijvingen waarop de gebieden zijn aangegeven die bij door de inrichting veroorzaakte ongevallen kunnen getroffen worden;
c)
evaluatie van ongevallen en incidenten uit het verleden waarbij dezelfde stoffen en processen werden gebruikt, beschouwing van de daaruit getrokken lessen en expliciete vermelding van de getroffen specifieke maatregelen om dergelijke ongevallen te voorkomen;
d)
beschrijving van de technische parameters en van de uitrusting die van belang is voor de veiligheid van de installaties.

5

Beschermings -en interventiemaatregelen om de gevolgen van een zwaar ongeval te beperken:
a)
beschrijving van de apparatuur die op de installatie is aangebracht om de gevolgen van zware ongevallen voor de menselijke gezondheid en het milieu te beperken, inclusief de middelen om de omvang en verspreiding van een accidentele vrijzetting te beperken, zoals detectiesystemen, afsluitventielen, noodopvangsystemen, bluswateropvang watersproeiers, dampschermen;
b)
organisatie van het alarm en de interventie;
c)
beschrijving van de inzetbare interne of externe middelen;
d)
beschrijving van alle technische en niet-technische maatregelen die de gevolgen van een zwaar ongeval kunnen beperken.