Hoofdstuk VIII.
Het flankerend beleid


Afdeling I.
Beheersovereenkomsten


Art. 42.

In de kwetsbare zone water, vermeld in artikel 6, kan de Vlaamse Regering beheerovereenkomsten met landbouwers sluiten ter stimulering van verdere maatregelen ter verbetering van de milieukwaliteit. Het betreft de beheerovereenkomsten gericht op het verbeteren van de waterkwaliteit.

Deze maatregelen betreffen maatregelen die verder gaan dan de dwingende voorschriften, vermeld in artikel 28, derde lid, van de verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad.


Binnen de perimeter van de speciale beschermingszones aangewezen door de Vlaamse Regering in toepassing van de richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand en van de richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna en binnen de kwetsbare zone water kan de Vlaamse Regering beheerovereenkomsten sluiten ter stimulering van bemestingspraktijken die een positieve impact hebben op de milieukwaliteit.

De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast.


Afdeling II.
Steunmaatregelen


Art. 43.

Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de Vlaamse Regering, overeenkomstig de Europese regels inzake staatssteun, stimulerende maatregelen nemen betreffende :

  1. de uitbouw en de werking van mestverwerkingsinstallaties;
  2. de vergroting van de mestopslagcapaciteit;
  3. de uitbouw van de mestbewerking;
  4. de opslag van drainwater in de tuinbouw;
  5. het ondersteunen van waterkwaliteitsgroepen;
  6. de opleiding, vorming en begeleiding van landen tuinbouwers om de toepassing van de codes van goede landbouwpraktijken te bevorderen;
  7. het wetenschappelijk onderzoek betreffende :
    1. de mestbewerking en de mestverwerking;
    2. de oordeelkundige bemesting;
    3. de relatie bemesting-bodem-oppervlaktewa ter en grondwater;
    4. de uitscheiding van nutriŽnten door de dier soorten, vermeld in artikel 27;
  8. het laten uitvoeren van bodem- en mestanalyses;
  9. het vragen en opvolgen van bemestingsadviezen;
  10. het gebruik van dierlijke mest.