Onderafdeling IV.
Verplichtingen van de vergunninghouders


Art. 63/9.
Voor hij boorgaten voor de opsporing of winning van aardwarmte aanlegt, toont de houder van een vergunning aan dat hij over de nodige technische en financiŽle middelen beschikt om de activiteiten te verrichten waarvoor de vergunning is verleend.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de verplichting, vermeld in het eerste lid.

Art. 63/10.
De houder of laatste houder van een vergunning neemt alle maatregelen die redelijkerwijs van hem verwacht kunnen worden om te voorkomen dat de activiteiten waarop de vergunning slaat:
milieuverstoring veroorzaken;
schade door bodembeweging veroorzaken;
de openbare veiligheid schaden;
het planmatige beheer van aardwarmte en van andere toepassingen in de ondergrond verstoren.

Art. 63/11.
De houder van een vergunning deelt elke wijziging in een vergunningscriterium, vermeld in artikel†63/5 en 63/6, onmiddellijk mee aan de Vlaamse Regering.

Art. 63/12.

ß 1

Aardwarmte wordt gewonnen overeenkomstig een winningsplan voor aardwarmte, waarvoor de goedkeuring van de Vlaamse Regering noodzakelijk is.
Het is verboden om aardwarmte te winnen voor men over een door de Vlaamse Regering goedgekeurd winningsplan voor aardwarmte beschikt, of op een wijze die afwijkt van het door de Vlaamse Regering goedgekeurde winningsplan voor aardwarmte. Om aardwarmte te winnen in het kader van een opsporingsvergunning voor aardwarmte is geen winningsplan vereist.
Als dat noodzakelijk is voor een efficiŽnte winning van de aardwarmte, kan het winningsplan voor aardwarmte op initiatief van de vergunninghouder gewijzigd of geactualiseerd worden. Voor het gewijzigde of geactualiseerde winningsplan voor aardwarmte is opnieuw de goedkeuring van de Vlaamse Regering noodzakelijk.

ß 2

De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de inhoud en de goedkeuringsprocedure van het winningsplan voor aardwarmte.

Art. 63/13.
De houder van een vergunning dient jaarlijks een rapport in bij de Vlaamse Regering met een overzicht van de in het voorbije jaar verrichte activiteiten, en een overzicht van de in het eerstvolgende jaar geplande activiteiten. Als er in het voorbije jaar geen activiteiten verricht zijn, of in het eerstvolgende jaar geen activiteiten gepland zijn, is de vergunninghouder niet ontslagen van zijn verplichting om dat in een jaarlijks rapport aan de Vlaamse Regering te melden.
Het jaarlijkse rapport wordt ingediend uiterlijk voor het einde van de derde maand nadat een jaarlijkse periode verstreken is vanaf de datum van het besluit van de Vlaamse Regering waarbij de vergunning verleend is.

Art. 63/14.
De Vlaamse Regering kan in de vergunning aan de houder ervan de verplichting opleggen om metingen te verrichten om de kans op bodembeweging ten gevolge van de vergunde activiteiten in te schatten.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de metingen, vermeld in het eerste lid.

Art. 63/15.
Met behoud van de toepassing van artikel†63/25 kan de Vlaamse Regering de houder of laatste houder van een opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte verplichten om een financiŽle zekerheid te stellen voor het dekken van de aansprakelijkheid voor de schade waarvan vermoed wordt dat ze kan ontstaan door bodembeweging als gevolg van het opsporen of het winnen van aardwarmte.
Als toepassing gemaakt wordt van artikel†63/24, kan de Vlaamse Regering de houder of laatste houder van een opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte verplichten om een financiŽle zekerheid te stellen voor het dekken van de kosten die gepaard gaan met de verwijdering, overeenkomstig artikel†63/24 in samenhang met artikel†32, ߆3, van alle door zijn toedoen opgetrokken gebouwen en installaties.
De Vlaamse Regering kan de houder van een opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte verplichten om vůůr het aanleggen van boorgaten een financiŽle zekerheid te stellen om de kosten te dekken die gepaard gaan met het veilig afsluiten van de aangelegde boorgaten.
De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag en de termijn waarvoor en het tijdstip en de wijze waarop een financiŽle zekerheid gesteld moet worden.