Art. 63/16.

§ 1

Een vergunning kan op verzoek van de houder of ambtshalve door de Vlaamse Regering gewijzigd worden.
Een vergunning kan niet in die mate worden gewijzigd dat ze voor een andere activiteit geldt.

§ 2

Een aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van een vergunning kan alleen worden ingewilligd als de geldigheidsduur van de oorspronkelijke vergunning onvoldoende is gebleken om de activiteiten waarvoor de vergunning geldt, op een verantwoorde wijze te verrichten, en als die activiteiten verricht zijn in overeenstemming met de vergunning en dit decreet en er, als het een winningsvergunning voor aardwarmte betreft, niet is afgeweken van het winningsplan voor aardwarmte. De verlenging duurt op haar beurt niet langer dan noodzakelijk is om de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend, op een verantwoorde wijze te verrichten.
In het besluit van de Vlaamse Regering waarin de geldigheidsduur van de vergunning wordt verlengd, kan een beperking worden opgenomen van het oorspronkelijk vergunde volumegebied tot een deel daarvan. Artikel 63/7, § 2, is van overeenkomstige toepassing.
De geldigheidsduur van een opsporingsvergunning voor aardwarmte kan alleen voor opsporingsactiviteiten worden verlengd.

§ 3

Een aanvraag tot wijziging van het volumegebied waarvoor een vergunning geldt, kan alleen worden ingewilligd met inachtneming van de voorschriften, vermeld in artikel 63/7, § 3.
Als de invloedssfeer van de activiteiten waarvoor een opsporingsvergunning voor aardwarmte geldt, de grenzen van het vergunningsgebied overschrijdt, zorgt de vergunninghouder er bij het aanvragen van een winningsvergunning voor aardwarmte voor dat het aangevraagde volumegebied zo goed mogelijk aansluit bij de invloedssfeer van de geplande winning van aardwarmte.
Als de houder van een winningsvergunning voor aardwarmte vaststelt dat de invloedssfeer van de winning van aardwarmte de grenzen van het vergunningsgebied overschrijdt, meldt hij dat binnen een termijn van dertig dagen aan de minister, en bezorgt hij de minister een onderbouwde inschatting van de grootte van de invloedssfeer.
Voor zover de vergunning door de wijziging van het vergunningsgebied zou gelden voor een volumegebied waarvoor een ander een opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte heeft, wordt de wijziging alleen toegestaan als die ander daarmee instemt en dat gedeelte van zijn gebied opgeeft.
Het besluit van de Vlaamse Regering waarbij het volumegebied waarvoor een winningsvergunning voor aardwarmte geldt, verkleind wordt, kan gepaard gaan met een beperking van de oorspronkelijke geldigheidsduur van de vergunning, op voorwaarde dat de nieuwe geldigheidsduur voldoende is om de winning op een verantwoorde wijze te verrichten.