Art. 63/19.

1

De Vlaamse Regering kan een vergunning onder meer in de volgende gevallen geheel of gedeeltelijk schorsen:
1
als dat wordt gerechtvaardigd door een wijziging in een vergunningscriterium;
2
als de opsporings- of winningsactiviteiten niet overeenkomstig de vergunning of dit decreet zijn uitgevoerd of als is afgeweken van het winningsplan voor aardwarmte;
3
als de uitvoering van de vergunning op een ongunstige wijze interfereert met andere voordien vergunde activiteiten in de ondergrond.

2

Voor de Vlaamse Regering kan overgaan tot een gehele of gedeeltelijke schorsing van een vergunning, stuurt ze een ingebrekestelling aangetekend naar de vergunninghouder. De ingebrekestelling bevat een omschrijving van de redenen voor de geplande schorsing en de vermelding van een termijn van ten minste vijf dagen waarin de vergunninghouder uitleg kan verschaffen, bezwaar kan aantekenen, of zijn activiteiten in overeenstemming kan brengen met de vergunning, met dit decreet en, als het een winningsvergunning voor aardwarmte betreft, met het winningsplan voor aardwarmte.
Zo spoedig mogelijk na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, neemt de Vlaamse Regering een besluit over het al dan niet schorsen van de vergunning. Een besluit tot volledige of gedeeltelijke schorsing van de vergunning vermeldt de voorwaarden waaraan de vergunninghouder moet voldoen om de schorsing ongedaan te maken.

3

Als de vergunninghouder heeft voldaan aan alle voorwaarden om de schorsing ongedaan te maken, neemt de Vlaamse Regering een besluit waarbij de schorsing van de vergunning wordt opgeheven.