Afdeling I.
Afzet


Art. 47.

§ 1

De landbouwer moet de meststoffen op een milieukundig verantwoorde wijze en overeenkomstig de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten afzetten.

In het kader van haar knipperlichtfunctie geeft de Mestbank via het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket aan de betrokken personen een overzicht van de verschillende bij de Mestbank geregistreerde mestverhandelingen. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen.

De exploitant kan een aantal van zijn dieren gedurende een bepaalde periode op landbouwgronden van een andere exploitant laten grazen. In dat geval moet er een overeenkomst, het inscharingscontract, opgemaakt worden tussen beide exploitanten. Dit inscharingscontract geldt als bewijs van mestafzet ten gunste van de exploitant, wiens dieren op landbouwgronden van een andere exploitant grazen en als bewijs van mestafname voor de exploitant, die op zijn landbouwgronden dieren van een andere exploitant laat grazen. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast.

 

§ 2

Indien de landbouwer niet bij machte is om de op zijn bedrijf geproduceerde hoeveelheid dierlijke mest overeenkomstig dit decreet af te zetten heeft hij ondermeer de keuze om :

  1. ofwel de exploitatie geheel of gedeeltelijk een tijdlang stop te zetten zonder dat dit het verval van de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit tot gevolg heeft op voorwaarde van melding aan de Mestbank van zowel de tijdelijke stopzetting als de herneming van de exploitatie.
    Indien echter de exploitatie gedurende 5 jaar is stopgezet en niet hernomen, worden de dienovereenkomstige nutriëntenemissierechten van rechtswege geannuleerd;
  2. ofwel in voorkomend geval beroep te doen op de stopzettingsregeling, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest afkomstig van één of meerdere diersoorten.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen, ondermeer met betrekking tot de wijze waarop de melding, vermeld in 1°, dient te gebeuren.

 

§ 3

Alle landbouwers dienen ervoor te zorgen dat op de gronden die zij in gebruik hebben de bemestingregels, vermeld in dit decreet, nageleefd worden.

 

§ 4

De producenten van andere meststoffen, de uitbaters van een mestverzamelpunt, een bewerkings-of een verwerkingseenheid zijn ertoe gehouden de in hun bedrijf geproduceerde, verhandelde of overgedragen dierlijke mest en andere meststoffen af te zetten of te exporteren overeenkomstig de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten.

 

§ 5.

De landbouwer die meststoffen vanuit zijn exploitatie overbrengt naar een naast gelegen mestverwerker, zonder dat deze meststoffen over de openbare weg vervoerd worden, moet hiervoor een overdrachtsdocument opmaken en overmaken aan de Mestbank.

 

De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels, onder meer wat betreft de inhoud van dit overdrachtsdocument en de wijze waarop dit overgemaakt moet worden aan de Mestbank.