Art. 13.4.11.

§ 1

Het Vlaams Energieagentschap legt, na de betrokkenen te hebben gehoord of daartoe naar behoren te hebben opgeroepen, aan iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon in de volgende gevallen een administratieve geldboete op die niet lager is dan 150 euro, en niet hoger dan 20.000 euro:
bij het zonder machtiging van de betrokken netbeheerder handelingen uitvoeren op het distributienet of op het plaatselijk vervoernet voor elektriciteit;
bij het zonder machtiging de aansluiting op het distributienet of op het plaatselijk vervoernet voor elektriciteit manipuleren;
bij het niet uitvoeren van de meldingsverplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, het aansluitingsreglement, het aansluitingscontract of het technisch reglement;
bij het bezorgen van informatie die niet consistent of in overeenstemming met de werkelijkheid is in het kader van meldingsverplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, het aansluitingsreglement, het aansluitingscontract of het technisch reglement.

§ 2

Het opleggen van de administratieve boete wordt aan de betrokkene meegedeeld in een met redenen omklede aangetekende brief, met verwijzing naar de bepalingen die van toepassing zijn en de hoogte van de administratieve boete.

§ 3

Na de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in paragraaf 2, moet de administratieve geldboete binnen zestig kalenderdagen betaald worden. Het Vlaams Energieagentschap kan uitstel van betaling verlenen voor een door haar bepaalde termijn.

§ 4

Als de betrokkene nalaat de administratieve geldboete binnen de in paragraaf 3 bepaalde termijn te betalen, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd.
Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling of bij aangetekende brief.

§ 5

Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging.

§ 6

De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald is bij artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.