Hoofdstuk I.
Het beheer van de warmte- en koudenetten in het Vlaamse Gewest


Afdeling I.
Activiteiten van de warmte- of koudenetbeheerders


Art. 4/1.1.1.
Het beheer van een warmte- of koudenet omvat onder meer de volgende taken:
het beheer en onderhoud en het ontwikkelen onder economische voorwaarden van een veilig, betrouwbaar en efficiënt warmte- of koudenet, met inachtneming van het milieu en de energie-efficiëntie van het warmte- of koudenet, en het instaan voor de nodige ondersteunende diensten ervoor;
het aanhouden van voldoende capaciteit om de warmte- of koudebehoefte te dekken van de warmte- of koudeafnemers die aangesloten zijn op zijn warmte- of koudenet;
de herstelling, het preventieve onderhoud, de vernieuwing en de verbetering van zijn warmte- of koudenet en de bijbehorende installaties;
het herstellen van onderbrekingen en storingen bij de toevoer van warmte of koude via zijn net;
het opstellen, het bewaren en ter beschikking stellen van de plannen van zijn warmte- of koudenet;
het aansluiten, verzegelen, afsluiten en heraansluiten van installaties op zijn warmte- of koudenet en het verzwaren van de aansluitingen op zijn warmte- of koudenet;
het verlenen van toegang tot zijn warmte- of koudenet;
het beheren van het toegangsregister van zijn warmte- of koudenet;
het ter beschikking stellen, de plaatsing, de activering, de desactivering, het onderhoud en het herstellen van meters en tellers op de toegangspunten op zijn warmte- of koudenet;
10°
het aflezen van de meters en tellers op de toegangspunten op zijn warmte- of koudenet, de bepaling van de injectie en de afname van de warmte- of koudeproducenten en van de warmte- of koudeafnemers die aangesloten zijn op zijn warmte- of koudenet, en de verwerking en de bewaring van die gegevens;
11°
het verstrekken van de nodige meetgegevens en andere gegevens aan de warmteproducenten, de warmte- of koudeleveranciers, de warmte- of koudeafnemers en de VREG;
12°
het actief detecteren en vaststellen van alle vormen van energiefraude, en het nemen van maatregelen om energiefraude te vermijden.
De Vlaamse Regering kan nadere regels uitvaardigen voor de taken, vermeld in het eerste lid. Die regels kunnen de taken van de warmte- of koudenetbeheerders verder preciseren en concretiseren.

Afdeling II.
Aansluiting op een warmte- of koudenet


Art. 4/1.1.2.
Iedere warmte- of koudenetbeheerder maakt de geldende tarieven en voorwaarden bekend voor de aansluiting op zijn warmte- of koudenet.

Afdeling III.
Toegang tot een warmte- of koudenet


Art. 4/1.1.3.
Als de warmte- of koudenetbeheerder niet optreedt als leverancier van thermische energie, maakt hij de geldende tarieven bekend en de voorwaarden waaronder de toegangshouder voor thermische energie toegang tot het warmte- of koudenet kan verkrijgen.

Afdeling IV.
Openbaredienstverplichtingen, opgelegd aan de warmte- of koudenetbeheerder


Art. 4/1.1.4.
De Vlaamse Regering kan de warmte- of koudenetbeheerders openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot hun dienstverlening aan warmte- of koudeafnemers en aanvragers van een aansluiting op hun warmte- of koudenet.
Die openbaredienstverplichtingen kunnen onder meer betrekking hebben op:
de informatieverlening en het eventuele voorafgaande overleg bij een onderbreking van de toevoer van thermische energie voor de aanleg, het onderhoud en de herstelling van het net;
de karakteristieken van de geleverde thermische energie;
de termijnen waarin aanvragen voor nieuwe aansluitingen en aanpassingen van aansluitingen behandeld en uitgevoerd worden;
de termijnen waarin klachten en vragen van warmte- of koudeafnemers behandeld worden;
de facturatie aan warmte- of koudeafnemers;
de informatieverlening aan warmte- of koudeafnemers en aanvragers van een aansluiting op het warmte- of koudenet;
de behandeling van klachten van warmte- of koudeafnemers en aanvragers van een aansluiting op het warmte- of koudenet.

Art. 4/1.1.5.
De Vlaamse Regering kan de warmte- of koudenetbeheerders openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot hun dienstverlening aan de warmte- of koudeleveranciers die toegang hebben tot hun warmte- of koudenet, of aan de personen die de warmte- of koudeleveranciers aangesteld hebben.
De openbaredienstverplichtingen kunnen onder meer betrekking hebben op de termijnen waarin de meetgegevens en de aansluitingsgegevens van de klanten van de warmte- of koudeleverancier door de warmte- of koudenetbeheerder worden bezorgd aan de warmte- of koudeleveranciers of aan de personen die de warmte- of koudeleveranciers aangesteld hebben.

Art. 4/1.1.6.
De Vlaamse Regering kan de netbeheerders extra openbaredienstverplichtingen opleggen, naast de openbaredienstverplichtingen van dit decreet, met betrekking tot:
hun investeringen in het warmte- of koudenet;
de procedure die de warmte- of koudenetbeheerders moeten volgen bij wanbetaling door de warmte- of koudeafnemer;
het nemen van maatregelen van sociale aard.
De gemeenten en de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn verlenen hun medewerking aan de warmte- of koudenetbeheerders bij de uitvoering van de openbaredienstverplichtingen die hun opgelegd zijn volgens dit decreet of de uitvoeringsbepalingen ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de vorm waarin die medewerking zal bestaan.

Afdeling V.
Prerogatieven van de warmte- of koudenetbeheerders


Onderafdeling I.
Erfdienstbaarheden ten voordele van de netbeheerder


Art. 4/1.1.7.

§ 1

De warmte- of koudenetbeheerders hebben als erfdienstbaarheid het recht:
boomtakken af te hakken die te dicht bij de bovengrondse leidingen van een warmte- of koudenet komen en die schade aan de leiding kunnen veroorzaken;
wortels in te korten die te dicht bij ondergrondse leidingen van een warmte- of koudenet komen en die schade aan de leiding kunnen veroorzaken.

§ 2

In afwijking van paragraaf 1, 1° en 2°, kan de warmte- of koudenetbeheerder ook overgaan tot het rooien van de aanwezige bomen en beplantingen als om veiligheidsredenen het recht, vermeld in paragraaf 1, 1° en 2°, niet volstaat.

§ 3

De Vlaamse Regering kan voor elk geval afzonderlijk bepalen of het voor de warmte- of koudenetbeheerder van algemeen nut is om leidingen van een warmte- of koudenet aan te leggen boven of onder private onbebouwde gronden en welke voorwaarden daarbij gelden.
De warmte- of koudenetbeheerder heeft in dat geval het recht de leidingen van een warmte- of koudenet aan te leggen boven of onder die gronden, voor het toezicht daarop te zorgen en de noodzakelijke onderhouds- en herstellingswerken uit te voeren.

§ 4

De aangelegde leidingen en de bijbehorende uitrustingen blijven eigendom van de warmte- of koudenetbeheerder. Hij is ertoe gemachtigd alle nodige instandhoudingswerken daarvoor uit te voeren.

§ 5

Behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, wordt het recht wortels in te korten of boomtakken af te hakken, vermeld in paragraaf 1, 1° en 2°, en het recht om te rooien, vermeld in paragraaf 2, afhankelijk gesteld van de expliciete weigering van de eigenaar of, in voorkomend geval, van de domeinbeheerder, pachter, huurder of een andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed om zelf binnen een redelijke termijn te kappen, in te korten of te rooien, of van het feit dat hij gedurende een maand het verzoek van de warmte- of koudenetbeheerder zonder gevolg heeft gelaten. In die gevallen kan de warmte- of koudenetbeheerder overgaan tot inkorten, afhakken of rooien op kosten van de eigenaar. Als de warmte- of koudenetbeheerder overgaat tot afhakken, inkorten of rooien wegens hoogdringendheid, is dat voor rekening van de netbeheerder zelf.
Behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, mogen de werken, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, door de warmte- of koudenetbeheerder pas worden aangevangen na de rechtstreekse voorafgaande kennisgeving met een aangetekende brief aan de belanghebbende eigenaars, huurders, pachters, domeinbeheerder en iedere andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed. Die kennisgeving vindt minstens twee maanden voor de geplande start van de werken plaats.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de te volgen procedure bij de uitvoering van die rechten.

Art. 4/1.1.8.

§ 1

Als de aanwezige bomen en beplantingen gerooid worden, als vermeld in artikel 4/1.1.7, § 2, is de warmte- of koudenetbeheerder een eenmalige vergoeding verschuldigd aan de eigenaar als vergoeding voor de gerooide bomen en beplantingen en voor de eventuele minwaarde van het onroerend goed.

§ 2

De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen voor de procedure om de hoogte van de vergoeding te bepalen.

§ 3

Als partijen niet tot een minnelijke overeenkomst komen, wordt het geschil voorgelegd aan de vrederechter.

Art. 4/1.1.9.
De uitoefening door de warmte- of koudenetbeheerder van het recht, vermeld in artikel 4/1.1.7, kan de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of de houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed niet hinderen in zijn recht van omheinen, afbreken, verbouwen, herstellen of bouwen.
Als de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of houder van een zakelijk recht een dergelijk recht als vermeld in het eerste lid, wil uitoefenen, moet de warmte- of koudenetbeheerder de ondergrondse leidingen en de bovengrondse leidingen die geplaatst zijn op de onbebouwde grond, wegnemen, verplaatsen of aanpassen als ze de uitvoering van de rechten, vermeld in het eerste lid, hinderen. De eigenaar, pachter, domeinbeheerder of de houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed bezorgt de betrokken warmte- of koudenetbeheerder dat verzoek minstens zes maanden voor de geplande start van de werken.
De kosten voor het wegnemen, verplaatsen of aanpassen zijn ten laste van de warmte- of koudenetbeheerder in kwestie.
De betrokken warmte- of koudenetbeheerder kan die kosten terugvorderen van respectievelijk de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of van de houder van een zakelijk recht als die nog niet gestart is met de werken binnen een termijn van drie jaar na het verzoek tot wegneming, verplaatsing of aanpassing.

Onderafdeling II.
Onteigeningen door de warmte- of koudenetbeheerder


Art. 4/1.1.10.

§ 1

Warmte- of koudenetbeheerders die daartoe gemachtigd zijn door de Vlaamse Regering, kunnen overeenkomstig de reglementering over de onteigening ten algemenen nutte in eigen naam en voor eigen rekening onroerende goederen onteigenen die voor de rechtstreekse verwezenlijking van hun doel nodig zijn, met uitzondering van het gewestelijk openbaar domein.
De onteigeningen, vermeld in het eerste lid, zullen worden gevorderd met toepassing van de gemeenrechtelijke onteigeningsprocedure of van de rechtspleging in urgente omstandigheden.

§ 2

In afwijking van paragraaf 1 kan de Vlaamse Regering aan de warmte- of koudenetbeheerder op het gewestelijk openbaar domein domeintoelatingen, vergunningen voor privatief gebruik of domeinconcessies verlenen via het gelasten van de door haar of bij decreet aangestelde domeinbeheerder.

Onderafdeling III.
Recht op toegang van de warmte- of koudenetbeheerder tot alle installaties waarvan hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft en die zich bevinden in de inrichting van de netgebruiker


Art. 4/1.1.11.
De warmte- of koudenetbeheerder heeft recht op toegang tot de ruimtes waar de warmtewisselaar en de installatie voor de registratie van geleverde thermische energie zijn opgesteld en waarover hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, voor werken aan de aansluiting, de plaatsing, de inschakeling, de controle of de meteropname van de warmtewisselaar en van de installatie voor de registratie van geleverde thermische energie.
De netgebruiker verschaft de warmte- of koudenetbeheerder onmiddellijk toegang op eenvoudig mondeling verzoek na een behoorlijke legitimatie.

Onderafdeling IV.
Gebruik van persoonlijke gegevens door de warmte- of koudenetbeheerder


Art. 4/1.1.12.
De warmte- of koudenetbeheerders kunnen voor de unieke identificatie van warmte- of koudenetgebruikers het ondernemingsnummer, het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer opvragen en gebruiken.

Afdeling VI.
Gebruik van het openbaar domein door de warmte- of koudenetbeheerder


Art. 4/1.1.13.

§ 1

De warmte- of koudenetbeheerder heeft het recht het openbaar domein te gebruiken voor de aanleg en het onderhoud van leidingen boven of onder het openbaar domein en de bijbehorende uitrustingen als hij over een voorafgaande domeintoelating van de domeinbeheerder beschikt. Daarbij gelden de voorwaarden die de domeinbeheerder nuttig acht bij de verlening van de domeintoelating.

§ 2

In afwijking van de procedure, vermeld in paragraaf 1, wordt, als voor de geplande werkzaamheden, vermeld in paragraaf 1, zowel een domeintoelating als een stedenbouwkundige vergunning nodig is, de aanvraag van een domeintoelating samengevoegd met de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning. Beide aanvragen worden samen ingediend bij het vergunningverlenende bestuursorgaan.
Het vergunningverlenende bestuursorgaan verzoekt binnen tien dagen na de ontvangst van de aanvraag elke domeinbeheerder op het openbaar domein van wie het geplande traject loopt of de werkzaamheden gepland zijn, om een domeintoelating als vermeld in paragraaf 1, te verlenen of af te wijzen. De domeinbeheerders op wie het verzoek betrekking heeft, brengen het vergunningverlenende bestuursorgaan op de hoogte van hun beslissing en ze houden daarbij rekening met de volgende regelingen:
als de vergunningsaanvraag onderworpen is aan een openbaar onderzoek als vermeld in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wordt het vergunningverlenende bestuursorgaan op de hoogte gebracht van de beslissing binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag nadat het openbaar onderzoek is afgesloten;
in alle andere gevallen wordt het vergunningverlenende bestuursorgaan op de hoogte gebracht van de beslissing binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het verzoek. Die termijn kan door de domeinbeheerder eenmalig gemotiveerd worden verlengd met vijftien dagen.
Als de domeinbeheerder binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, geen beslissing neemt, wordt de aanvraag van de domeintoelating geacht te zijn toegestaan.
Het vergunningverlenende bestuursorgaan brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissingen over het verlenen van de domeintoelatingen en de stedenbouwkundige vergunning met een aangetekende brief of met een andere beveiligde zending als vermeld in artikel 1.1.2, 3°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.

§ 3

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de na te leven voorwaarden, de dossiersamenstelling en de te volgen procedure.

Art. 4/1.1.14.
De domeinbeheerder kan om redenen van algemeen belang op elk moment voorwaarden van de domeintoelating toevoegen of aanpassen of de warmte- of koudenetbeheerder verplichten de ondergrondse of bovengrondse leidingen en de steunen die geplaatst zijn op het openbaar domein, weg te nemen, te verplaatsen of aan te passen. De betrokken warmte- of koudenetbeheerder geeft daar uitvoering aan binnen een redelijke termijn na de ontvangst van het verzoek daarom.
De kosten voor het wegnemen, verplaatsen of aanpassen zijn ten laste van de betrokken warmte- of koudenetbeheerder.