Art. 15/2novies.

§ 1

Met het oog op onderhandelingen over overeenkomsten met betrekking tot de coördinatie van civiele werken als bedoeld in artikel 15/2octies, stelt de beheerder van een niet-actieve infrastructuur, op specifiek schriftelijk ingediend verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, de volgende minimuminformatie ter beschikking over lopende of geplande civiele werken met betrekking tot zijn niet-actieve infrastructuur waarvoor een vergunning is verleend, waarvoor een vergunningsprocedure loopt of waarvoor binnen de komende zes maanden een eerste aanvraag voor een vergunning bij de bevoegde vergunningverlenende autoriteiten zal worden ingediend:
de locatie en het type werkzaamheden;
de betrokken elementen van de niet-actieve infrastructuur;
de geraamde datum voor de aanvang van de werkzaamheden en de duur; en
een contactpunt.
In haar verzoek vermeldt de onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, het gebied waarin de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid wordt overwogen. De beheerder van een niet-actieve infrastructuur verleent uiterlijk twee weken vanaf de datum van ontvangst van het schriftelijke verzoek de gevraagde informatie, onder evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden.
Een beperking van de toegang tot de minimuminformatie wordt gemotiveerd en uitsluitend toegestaan indien dit noodzakelijk wordt geacht met het oog op de veiligheid en integriteit van de niet-actieve infrastructuur, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de openbare veiligheid, de vertrouwelijkheid en de bescherming van handels- en bedrijfsgeheimen.

§ 2

De beheerder van een niet-actieve infrastructuur kan het verzoek overeenkomstig § 1 weigeren in de volgende gevallen:
hij heeft de gevraagde informatie in elektronisch formaat openbaar gemaakt, of
de toegang tot dergelijke informatie is mogelijk via het centraal informatiepunt.

§ 3

De beheerder van een niet-actieve infrastructuur stelt de in § 1 bedoelde minimuminformatie waar om is verzocht, ter beschikking via het centraal informatiepunt.

§ 4

(...)
Het eerste lid is van toepassing onverminderd de mogelijkheid voor elke partij om bij geschillen de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die beslist als in kort geding, overeenkomstig de procedure die bepaald is in artikel 15/2decies.