Art. 6/2.

§ 1.

Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, zal de Koning:

na overleg met de netbeheerder en de in artikel 6 bedoelde titularissen van een domeinconcessie, de uiterste datum bepalen waarop elk deel van het Modular Offshore Grid bedoeld in artikel 2, 7°ter, a) tot e) in dienst moet gesteld zijn;

een vergoedingssysteem instellen ten behoeve van de betrokken titularissen van een domeinconcessie bedoeld in artikel 6, ingeval het Modular Offshore Grid geheel of gedeeltelijk niet in dienst zou gesteld zijn op de datum bepaald krachtens 1°, of ingeval van een volledige of gedeeltelijke onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid na de indienststelling ervan. De toepassing van dit vergoedingssysteem sluit elke andere wetsbepaling uit die het mogelijk maakt de netbeheerder verantwoordelijk te stellen.

 

De besluiten bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, worden geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien ze niet bij wet zijn bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van hun inwerkingtreding.

 

§ 2.

De doorrekening in de tarieven van de netbeheerder van de kosten van een uit het eerste lid, 2°, resulterende vergoeding gebeurt met toepassing van de tariefmethodologie bedoeld in artikel 12. Wanneer de onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid  bedoeld in artikel 2, 7 °ter, a) tot en met e) echter te wijten is aan een zware of opzettelijke fout van de netbeheerder, wordt de kost van de vergoeding door de commissie te zijnen laste gelegd in evenredig verband met zijn fout zonder dat die, voor het geheel van de gebeurtenissen die gedurende een gegeven jaar plaatsvinden, hoger mag zijn dan de vergoeding, resulterend uit de tariefberekening, die hem tijdens datzelfde jaar wordt toegekend voor de verwezenlijking en het beheer van het Modular Offshore Grid bedoeld in artikel 2, 7 °ter, a) tot en met e) .