Hoofdstuk 1.
Regels na te leven door hergebruikcentra bij de voorbereiding voor hergebruik van gebruikte EEA


Artikel 1.
Het hergebruikcentrum moet ieder apparaat visueel inspecteren op herbruikbaarheid. De test kan plaatsvinden in het hergebruikcentrum of op de plaats van inzameling.
Tijdens de visuele inspectie moet potentieel herbruikbare EEA gescheiden worden van niet-herbruikbare afgedankte EEA. Als voldaan is aan ten minste een van de volgende criteria moet het apparaat beschouwd worden als niet-herbruikbaar:
het apparaat is erg verouderd en/of heeft geen marktwaarde meer;
het apparaat heeft veel roest en/of uiterlijke schade;
het apparaat verkeert in slechte algemene staat;
het apparaat is economisch gezien niet meer herstelbaar;
het apparaat bevat een kathodestraalbuisscherm (CRT-scherm). Professionele EEA met een geïntegreerd CRT-scherm, zoals bepaalde medische apparatuur, kunnen wel nog worden voorbereid voor hergebruik.

Art. 2.
Het hergebruikcentrum moet op elk apparaat dat na de visuele inspectie verder wordt voorbereid voor hergebruik, een etiket aanbrengen met de volgende vermeldingen:
de naam van het hergebruikcentrum;
de unieke identificatiecode.
Het etiket moet stevig aan het apparaat bevestigd worden en moet zichtbaar en leesbaar zijn.

Art. 3.
Het hergebruikcentrum moet van elk apparaat dat na de visuele inspectie door het hergebruikcentrum verder wordt voorbereid voor hergebruik, een hergebruikfiche opstellen die na iedere stap in het verdere proces van voorbereiding voor hergebruik wordt aangevuld.
De fiche moet ten minste de volgende gegevens bevatten:
de naam van het hergebruikcentrum;
de unieke identificatiecode als vermeld op het etiket van het apparaat;
de benaming van het apparaat;
de EEA-categorie;
het identificatienummer/typenummer, in voorkomend geval;
het productiejaar, indien bekend;
een gedetailleerde beschrijving van de volgende uitgevoerde handelingen en resultaten:
a)
visuele inspectie: de visueel vastgestelde gebreken;
b)
check van de hergebruikscriteria;
c)
test elektrische veiligheid: vermelding van de uitgevoerde tests en de testresultaten;
d)
test energieverbruik voor de apparaten, vermeld in bijlage 1: de manier waarop het energieverbruik werd getest en het energielabel van het apparaat;
e)
test functionaliteit: de aard van de uitgevoerde testen en testresultaten;
f)
wissen van data voor de apparaten, vermeld in bijlage 3, wissen van de aanwezige software en installatie van nieuwe software;
g)
herstel van het apparaat: welke onderdelen of componenten vervangen werden en welke herstelwerkzaamheden werden uitgevoerd;
h)
hertesten, waar nodig;
i)
datum waarop het apparaat de volledige procedure van voorbereiding voor hergebruik heeft doorlopen en klaar is voor hergebruik.
De hergebruikfiche kan de vorm aannemen van een papieren fiche, een digitale fiche of een registratie in een database. Het hergebruikcentrum bewaart de hergebruikfiches gedurende ten minste vier jaar.

Art. 4.
Het hergebruikcentrum moet nagaan of de apparaten voldoen aan de hergebruikscriteria, vermeld in hoofdstuk 2.

Art. 5.
Het hergebruikcentrum moet elk apparaat testen op elektrische veiligheid.
Het hergebruikcentrum zorgt ervoor dat het apparaat veilig is voor gebruik zoals oorspronkelijk bedoeld en geen gevaar oplevert voor de veiligheid en gezondheid van de mens.

Art. 6.
Het hergebruikcentrum moet de apparaten, vermeld in bijlage 1, testen op het energieverbruik. Daarvoor kan gebruik gemaakt worden van een van de volgende manieren:
nagaan van het energielabel van het apparaat met behulp van een databank;
meten van het energieverbruik van het apparaat aan de hand van een gedocumenteerde testprocedure die bij de OVAM ter goedkeuring moet worden voorgelegd.

Art. 7.
Het hergebruikcentrum moet elk apparaat testen op functionaliteit volgens een gedocumenteerde testprocedure.
Welke tests worden uitgevoerd, hangt af van de aard van de apparaten. Voor de meeste gebruikte apparaten volstaat een functionaliteitstest van de belangrijkste functies. Voor computers en randapparatuur, mobiele telefoons, koelkasten en diepvriezers moet de functionaliteit getest worden aan de hand van de specifiekere criteria, vermeld in bijlage 2.

Art. 8.
Het hergebruikcentrum moet van de apparaten, vermeld in bijlage 3, alle aanwezige data permanent wissen.
Als een data-dragende component van een apparaat defect wordt bevonden of als de permanente verwijdering van de data niet geverifieerd kan worden, moet de data-dragende component worden gedemonteerd van het apparaat.

Art. 9.
Het hergebruikcentrum moet alle niet-transfereerbare auteursrechtelijk beschermde software verwijderen van de apparaten aan de hand van een gedocumenteerde procedure voor het verwijderen van software. Als nieuwe software wordt geïnstalleerd, moet die altijd een licentie hebben.

Art. 10.
Het hergebruikcentrum moet de apparaten herstellen volgens een gedocumenteerde herstelprocedure.
Als tijdens het herstel onderdelen van het apparaat moeten worden vervangen, moet het hergebruikcentrum ervoor zorgen dat het gebruik van deze onderdelen het veilige gebruik van het apparaat niet in gevaar brengt. Er mag daarbij alleen gebruik gemaakt worden van vervangonderdelen die geschikt zijn voor de beoogde toepassing en het beoogde doel.
De gebruikte vervangonderdelen mogen geen stoffen bevatten als vermeld in bijlage II van het koninklijk besluit van 17 maart 2013 tot beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur.

Art. 11.
Het hergebruikcentrum moet de apparaten na eventueel herstel opnieuw testen op elektrische veiligheid, overeenkomstig artikel 5, en op functionaliteit, overeenkomstig artikel 7.