Art. 61.

§ 1.

Met behoud van de toepassing van § 2, worden voor dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten het uitoefenen van toezicht, het opleggen van bestuurlijke maatregelen, het onderzoeken van milieu-inbreuken, het opleggen van bestuurlijke geldboeten, het innen en invorderen van verschuldigde bedragen, het opsporen van milieumisdrijven, het strafrechtelijk bestraffen van milieumisdrijven en het opleggen van veiligheidsmaatregelen, uitgevoerd volgens de regels in hoofdstuk III, IV, V, Vbis, VI en VII van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

 

§ 2.

In afwijking van wat in paragraaf 1 bepaald is, zijn de artikelen 16.3.22 tot en met 16.6.5 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid niet van toepassing op de personen die vallen onder het toepassingsgebied van artikel 63.

 

§ 3.

De toezichthouders, die in uitvoering van artikel 16.3.9, § 2, eerste lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid aangewezen zijn om toezicht te houden op het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten, zijn bevoegd om in geval van overtreding proces-verbaal met bewijswaarde tot het tegendeel bewezen is, op te stellen.

 

§ 4.

Als de in § 3 vermelde toezichthouders vaststellen dat dit decreet of zijn uitvoeringsbesluiten dreigt overtreden te worden, kunnen zij alle raadgevingen geven die zij nuttig achten om dat te voorkomen.

 

§ 5.

Als de in § 3 vermelde toezichthouders bij de uitoefening van hun toezichtopdracht een overtreding op dit decreet of zijn uitvoeringsbesluiten vaststellen, kunnen zij de vermoedelijke overtreder en eventuele andere betrokkenen aanmanen om de nodige maatregelen te nemen om deze overtreding te beëindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of een herhaling ervan te voorkomen.

 

§ 6.

De in § 3 vermelde toezichthouders kunnen een bevel geven aan de vermoedelijke overtreder om maatregelen te nemen om de overtreding te beëindigen, de gevolgen ervan ongedaan te maken of herhaling te voorkomen.

 

§ 7.

Alle staalnames en analyses, die ter uitvoering van dit decreet verricht worden, moeten gebeuren door daartoe erkende laboratoria. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast met betrekking tot de voorwaarden voor de erkenning van laboratoria en de manier waarop deze erkenning wordt aangevraagd, verleend en geheel of gedeeltelijk kan worden opgeheven of geschorst. De Vlaamse Regering kan ook een bedrag aan de aanvrager van de erkenning opleggen ter delging van de kosten.

 

§ 8.

De staalnames en de analyses in het kader van dit decreet moeten gebeuren overeenkomstig het door de Mestbank beheerde “methodenboek met bemonsterings- en analysemethodes voor meststoffen, bodem en diervoeders in het kader van het Mestdecreet”. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de wijze waarop de staalnames en de analyses, die ter uitvoering van dit decreet verricht worden, moeten uitgevoerd worden.

De Vlaamse Regering kan bepalen dat een erkend laboratorium dat een staalname of een analyse uitvoert, in het kader van dit decreet, de Mestbank uiterlijk de werkdag voor de staalname of de analyse hiervan in kennis stelt via een door de Mestbank ter beschikking gestelde webapplicatie.