Art. 14.

§ 1

Een of meer gemeenten en een of meer ontwikkelaars of exploitanten van kleinhandelsbedrijven of handelsgehelen kunnen op vrijwillige basis handelsvestigingsconvenanten sluiten.
Handelsvestigingsconvenanten zijn overeenkomsten naar burgerlijk recht waarin afspraken kunnen worden gemaakt over:
een rationeel aanbod- en locatiebeleid;
gezamenlijke initiatieven en de bekostiging daarvan;
de participatie in het kernversterkende beleid van de betrokken gemeenten;
inspanningsverbintenissen van de gemeenten op het vlak van de facilitering van de stabiliteit van het lokale handelsvestigingsbeleid.
De afspraken, vermeld in het tweede lid, hebben geen betrekking op de inhoud van goedkeuringen, machtigingen, vergunningen of subsidies.
De ontwikkelaars en exploitanten die partij zijn bij een handelsvestigingsconvenant, nemen de relevante bepalingen op afdwingbare wijze op in hun verdere overeenkomsten met betrekking tot het kleinhandelsbedrijf of handelsgeheel, met inbegrip van:
overeenkomsten tot overdracht van het eigendomsrecht aan derden;
overeenkomsten tot overdracht van elk recht van gebruik of genot aan derden;
het vestigen van een recht van vruchtgebruik, erfpacht of opstal;
de fusie of splitsing van rechtspersonen.

§ 2

Een handelsvestigingsconvenant kan het Comité voor Kleinhandel, vermeld in artikel 8, aanwijzen als bemiddelende instantie bij geschillen over de toepassing van het convenant.