Afdeling 2.
Raadgeving en aanmaning


Art. 16.
Als een toezichthouder vaststelt dat een inbreuk omschreven in dit hoofdstuk dreigt te worden gepleegd, kan hij alle raadgevingen geven die hij nuttig acht om dat te voorkomen.

Art. 17.
Als een toezichthouder een inbreuk omschreven in dit hoofdstuk vaststelt, kan hij de vermoedelijke overtreder aanmanen om de nodige maatregelen te nemen om de inbreuk te beŽindigen of een herhaling ervan te voorkomen.