Afdeling 4.
Bestuurlijke maatregelen


Onderafdeling 1.
Basisbepalingen


Art. 22.
Voor de toepassing van deze afdeling wordt de betekening met een aangetekende brief geacht te zijn uitgevoerd op de derde werkdag na de afgifte bij de post, behalve in geval van bewijs van het tegendeel.

Onderafdeling 2.
Het stakingsbevel


Art. 23.

§ 1

Een gewestelijke toezichthouder kan ter plaatse mondeling de staking van kleinhandelsactiviteiten inclusief de daarmee verbonden activiteiten bevelen als hij vaststelt dat die niet in overeenstemming zijn met de omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten of zonder vergunning worden uitgevoerd. Een dergelijk stakingsbevel is een preventieve maatregel. Als de gewestelijke toezichthouder ter plaatse niemand aantreft, brengt hij ter plaatse het schriftelijke bevel tot onmiddellijke staking van kleinhandelsactiviteiten op een zichtbare plaats aan, of wordt het stakingsbevel alsnog mondeling gegeven tijdens een verhoor van de overtreder.
Onder de daarmee verbonden activiteiten wordt niet limitatief gedoeld op het ontvangen van leveringen van de betrokken producten, het inruilen en terug nemen van de betrokken producten, het aanbieden en verdelen van de betrokken producten die in het kleinhandelsbedrijf zijn opgeslagen via een webshop of andere multimedia, het voeren van reclame voor de betrokken producten en het gebruiksklaar maken van het kleinhandelsbedrijf of een deel ervan, alsook de aanhorigheden met het oog op de kleinhandelsactiviteiten.
Het stakingsbevel wordt, op straffe van verval, binnen tien dagen bekrachtigd door de leidend ambtenaar van de bevoegde administratie. De bekrachtiging wordt binnen een termijn van twee werkdagen met een beveiligde zending verzonden aan de vermoedelijke overtreder.

§ 2

Een gewestelijke toezichthouder is bevoegd om alle maatregelen te treffen, met inbegrip van de verzegeling, om de onmiddellijke toepassing van het bevel tot staking van kleinhandelsactiviteiten alsook de bevestiging daarvan, te waarborgen.

§ 3

Elke belanghebbende of overtreder kan zoals in kort geding de opheffing van het bevel tot staking van de kleinhandelsactiviteiten, alsook tegen de bekrachtiging daarvan, vorderen tegen het Vlaamse Gewest. De vordering wordt gebracht voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het ambtsgebied waarin de kleinhandelsactiviteiten zijn uitgevoerd. Deel IV, boek II, titel VI, van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de inleiding en de behandeling van de vordering.

Onderafdeling 3.
Het bevel tot bestuurlijke maatregelen


Art. 24.

§ 1

Na de vaststelling van een inbreuk omschreven in dit hoofdstuk kan een gewestelijke toezichthouder bestuurlijke maatregelen opleggen door middel van een bestuurlijk besluit.
De bestuurlijke maatregelen in het bestuurlijk besluit kunnen het volgende inhouden:
het bevel de kleinhandelsactiviteiten en daarmee verbonden activiteiten geheel of gedeeltelijk stop te zetten;
het bevel tot verwijderen van de betrokken producten die vallen onder één of meer categorieën van kleinhandelsactiviteiten, hetzij het ambtshalve verwijderen ervan op kosten van de overtreder;
het verbod het kleinhandelsbedrijf of een gedeelte ervan, zowel wat de gebouwen als de terreinen betreft en alles wat zich daarop bevindt, te betreden;
het verbod tot exploitatie van het kleinhandelsbedrijf, geheel dan wel gedeeltelijk.
Een gewestelijke toezichthouder kan in het besluit een uitvoeringstermijn opleggen. Is er geen uitvoeringstermijn opgelegd dan dienen de maatregelen onverwijld uitgevoerd te worden.
Een gewestelijke toezichthouder kan in het besluit een dwangsom opleggen. Hij stelt de dwangsom vast op een bedrag ineens, op een bedrag per tijdseenheid waarin de maatregel niet is uitgevoerd of per overtreding van de maatregel. De toezichthouder kan een bedrag vaststellen waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd.
Een dwangsom wordt pas verbeurd verklaard na de betekening van het uitvoerbare besluit, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval samen met de beslissing over het beroep.
Een gewestelijke toezichthouder is bevoegd om het bestuurlijk besluit in te trekken of te wijzigen, zowel ambtshalve als op verzoek van elke belanghebbende of overtreder.

§ 2

Een bestuurlijk besluit bevat minstens:
de locatie van de uitbating van het kleinhandelsbedrijf en de aanhorigheden en het KBO-nummer van het kleinhandelsbedrijf;
de identificatie van de overtreder of belanghebbende en zijn relatie tot het kleinhandelsbedrijf;
de vermelding van de inbreuk en de categorie van producten;
een overzicht van de raadgevingen, aanmaningen en vaststellingen van de schending;
een omschrijving van de bestuurlijke maatregelen en desgevallend de uitvoeringstermijn ervan;
desgevallend de dwangsom;
de beroepsmogelijkheden.
De Vlaamse Regering kan bepalen welke overheden op de hoogte moeten gebracht worden van de opgelegde bestuurlijke maatregelen en de wijze waarop dit dient te gebeuren.

§ 3

Elke belanghebbende of overtreder kan tegen het besluit beroep instellen bij de Vlaamse Regering.
Het beroep is alleen ontvankelijk als het wordt ingesteld bij een met redenen omklede brief binnen een termijn van dertig dagen, die de dag na de betekening van het besluit aanvangt. Als de verzoeker gehoord wil worden, maakt hij daarvan melding in zijn beroepschrift. Het beroepschrift wordt met een beveiligde zending betekend. Het beroep schorst de maatregelen niet.
Binnen een termijn van negentig dagen na de betekening van het beroepschrift wordt er uitspraak over gedaan. De beslissing over het beroep wordt binnen vijf werkdagen met een beveiligde zending verstuurd aan de persoon die beroep heeft ingesteld.

§ 4

Elke belanghebbende of overtreder brengt de bevoegde administratie onmiddellijk met een beveiligde zending op de hoogte van de vrijwillige uitvoering van de opgelegde maatregelen.
Een gewestelijke toezichthouder gaat onmiddellijk ter plaatse voor een controle en stelt een verslag van uitvoering op. Hij verzendt een kopie hiervan binnen een maand aan de betrokkene.
Het verslag van uitvoering geldt als bewijs van de stopzetting van de inbreuk en van de datum van de stopzetting.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor het verslag van uitvoering.

§ 5

Een bestuurlijk besluit is onmiddellijk uitvoerbaar en houdt het recht op ambtshalve uitvoering op kosten van de overtreder in wanneer binnen de gestelde uitvoeringstermijn geen gevolg wordt gegeven aan de bestuurlijke maatregelen.
De ambtshalve uitvoering in de plaats en op kosten van de overtreder is enkel mogelijk door een gerechtsdeurwaarder na de betekening van het uitvoerbare besluit en desgevallend de beslissing in beroep.
Om aan het besluit uitvoering te geven hebben de personen die daartoe zijn aangewezen door de gerechtsdeurwaarder toegang tot elke plaats die redelijkerwijze voor de vervulling van hun taak nodig is.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de bewaring en teruggave van de meegevoerde zaken aan de rechthebbende.
De verschuldigde kosten, verhoogd met de invorderingskosten, worden verder ingevorderd via de gerechtsdeurwaarder.

§ 6

Een bestuurlijk besluit mag geen afbreuk doen aan het gezag van gewijsde van een eerder tussengekomen rechterlijke beslissing.

§ 7

De verjaring van de bestuurlijke maatregel neemt een aanvang vanaf de betekening van het besluit of vanaf de dag na het verstrijken van de uitvoeringstermijn, voor zover de dag komt na de betekening van het besluit.

§ 8

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de uitvoering van dit artikel.

Onderafdeling 4.
De minnelijke schikking


Art. 25.

§ 1

Een gewestelijke toezichthouder kan met elke belanghebbende of overtreder een minnelijke schikking aangaan onder de volgende voorwaarden:
de maatregel in de minnelijke schikking is in overeenstemming met artikel 24, § 1;
de minnelijke schikking doet geen afbreuk aan het gezag van gewijsde van een eerder tussengekomen rechterlijke beslissing noch aan een beslissing tot toepassing van eerdere bestuurlijke maatregelen;
de overtreder of belanghebbende verbindt zichzelf en maakt zich sterk voor andere belanghebbenden en overtreders;
de termijn voor de uitvoering van de maatregelen bedraagt niet meer dan zes maanden.

§ 2

De minnelijke schikking wordt aangevraagd door de personen die zich door de minnelijke schikking wensen te verbinden, volgens de regels, bepaald door de Vlaamse Regering.

§ 3

Een aanvraag tot minnelijke schikking schorst de verjaringstermijn van het opleggen van een bevel tot bestuurlijke maatregelen zoals voorzien in onderafdeling 3.
De schorsing vangt aan vanaf de datum van betekening van de aanvraag aan de gewestelijke toezichthouder. De schorsing neemt een einde vanaf:
de datum waarop de minnelijke schikking tot stand komt;
de datum waarop de minnelijke schikking wordt geweigerd.

Art. 26.
De minnelijke schikking wordt op schrift gesteld.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de inhoud en vorm van de minnelijke schikking.
Bij uitvoering van de minnelijke schikking is artikel 24, § 4, van overeenkomstige toepassing. De uitvoering van de minnelijke schikking, bevestigd in een verslag van uitvoering, dooft elk verder recht op herstel of vergoeding van schade, geleden door het algemeen belang naar aanleiding van de schendingen die er in omschreven zijn.
De miskenning van de verplichtingen die in de minnelijke schikking zijn opgenomen, vormt ten aanzien van de overtreders of andere belanghebbenden die de minnelijke schikking hebben ondertekend, een grondslag voor de toepassing van bestuurlijke maatregelen zoals voorzien in onderafdeling 3.