Art. 24.

§ 1

Na de vaststelling van een inbreuk omschreven in dit hoofdstuk kan een gewestelijke toezichthouder bestuurlijke maatregelen opleggen door middel van een bestuurlijk besluit.
De bestuurlijke maatregelen in het bestuurlijk besluit kunnen het volgende inhouden:
het bevel de kleinhandelsactiviteiten en daarmee verbonden activiteiten geheel of gedeeltelijk stop te zetten;
het bevel tot verwijderen van de betrokken producten die vallen onder één of meer categorieën van kleinhandelsactiviteiten, hetzij het ambtshalve verwijderen ervan op kosten van de overtreder;
het verbod het kleinhandelsbedrijf of een gedeelte ervan, zowel wat de gebouwen als de terreinen betreft en alles wat zich daarop bevindt, te betreden;
het verbod tot exploitatie van het kleinhandelsbedrijf, geheel dan wel gedeeltelijk.
Een gewestelijke toezichthouder kan in het besluit een uitvoeringstermijn opleggen. Is er geen uitvoeringstermijn opgelegd dan dienen de maatregelen onverwijld uitgevoerd te worden.
Een gewestelijke toezichthouder kan in het besluit een dwangsom opleggen. Hij stelt de dwangsom vast op een bedrag ineens, op een bedrag per tijdseenheid waarin de maatregel niet is uitgevoerd of per overtreding van de maatregel. De toezichthouder kan een bedrag vaststellen waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd.
Een dwangsom wordt pas verbeurd verklaard na de betekening van het uitvoerbare besluit, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval samen met de beslissing over het beroep.
Een gewestelijke toezichthouder is bevoegd om het bestuurlijk besluit in te trekken of te wijzigen, zowel ambtshalve als op verzoek van elke belanghebbende of overtreder.

§ 2

Een bestuurlijk besluit bevat minstens:
de locatie van de uitbating van het kleinhandelsbedrijf en de aanhorigheden en het KBO-nummer van het kleinhandelsbedrijf;
de identificatie van de overtreder of belanghebbende en zijn relatie tot het kleinhandelsbedrijf;
de vermelding van de inbreuk en de categorie van producten;
een overzicht van de raadgevingen, aanmaningen en vaststellingen van de schending;
een omschrijving van de bestuurlijke maatregelen en desgevallend de uitvoeringstermijn ervan;
desgevallend de dwangsom;
de beroepsmogelijkheden.
De Vlaamse Regering kan bepalen welke overheden op de hoogte moeten gebracht worden van de opgelegde bestuurlijke maatregelen en de wijze waarop dit dient te gebeuren.

§ 3

Elke belanghebbende of overtreder kan tegen het besluit beroep instellen bij de Vlaamse Regering.
Het beroep is alleen ontvankelijk als het wordt ingesteld bij een met redenen omklede brief binnen een termijn van dertig dagen, die de dag na de betekening van het besluit aanvangt. Als de verzoeker gehoord wil worden, maakt hij daarvan melding in zijn beroepschrift. Het beroepschrift wordt met een beveiligde zending betekend. Het beroep schorst de maatregelen niet.
Binnen een termijn van negentig dagen na de betekening van het beroepschrift wordt er uitspraak over gedaan. De beslissing over het beroep wordt binnen vijf werkdagen met een beveiligde zending verstuurd aan de persoon die beroep heeft ingesteld.

§ 4

Elke belanghebbende of overtreder brengt de bevoegde administratie onmiddellijk met een beveiligde zending op de hoogte van de vrijwillige uitvoering van de opgelegde maatregelen.
Een gewestelijke toezichthouder gaat onmiddellijk ter plaatse voor een controle en stelt een verslag van uitvoering op. Hij verzendt een kopie hiervan binnen een maand aan de betrokkene.
Het verslag van uitvoering geldt als bewijs van de stopzetting van de inbreuk en van de datum van de stopzetting.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor het verslag van uitvoering.

§ 5

Een bestuurlijk besluit is onmiddellijk uitvoerbaar en houdt het recht op ambtshalve uitvoering op kosten van de overtreder in wanneer binnen de gestelde uitvoeringstermijn geen gevolg wordt gegeven aan de bestuurlijke maatregelen.
De ambtshalve uitvoering in de plaats en op kosten van de overtreder is enkel mogelijk door een gerechtsdeurwaarder na de betekening van het uitvoerbare besluit en desgevallend de beslissing in beroep.
Om aan het besluit uitvoering te geven hebben de personen die daartoe zijn aangewezen door de gerechtsdeurwaarder toegang tot elke plaats die redelijkerwijze voor de vervulling van hun taak nodig is.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de bewaring en teruggave van de meegevoerde zaken aan de rechthebbende.
De verschuldigde kosten, verhoogd met de invorderingskosten, worden verder ingevorderd via de gerechtsdeurwaarder.

§ 6

Een bestuurlijk besluit mag geen afbreuk doen aan het gezag van gewijsde van een eerder tussengekomen rechterlijke beslissing.

§ 7

De verjaring van de bestuurlijke maatregel neemt een aanvang vanaf de betekening van het besluit of vanaf de dag na het verstrijken van de uitvoeringstermijn, voor zover de dag komt na de betekening van het besluit.

§ 8

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de uitvoering van dit artikel.