Art. 27.
De rechtbank kan de titel van eigendomsverkrijging, van verkrijging van een zakelijk genotsrecht of van huur van een goed dat een locatie voor de uitbating van kleinhandelsactiviteiten uitmaakt, vernietigen op vordering van een medecontractant, wanneer deze kleinhandelsactiviteiten het voorwerp uitmaken of kunnen uitmaken van een bestuurlijke maatregel als vermeld in dit hoofdstuk, onverminderd hun rechten om schadevergoeding te eisen.
De vordering tot vernietiging op basis van het eerste lid kan niet worden ingesteld tegen de titel, vermeld in het eerste lid, wanneer in deze titel expliciet melding is gemaakt van de inbreuk en de betreffende partij in deze titel uitdrukkelijk verzaakt heeft aan de vordering tot nietigverklaring. De vordering tot vernietiging op basis van het eerste lid, kan evenmin worden ingesteld door de overtreder.