Hoofdstuk 9.
Slotbepalingen


Art. 52.
De vervaltermijn voorzien in artikel 13 van de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen voor nog geldende vergunningen voor handelsvestigingen die verleend werden met toepassing van de wet van 29 juni 1975 betreffende de handelsvestigingen en de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen, wordt geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de vergunning aanhangig is bij de Raad van State en zolang een beroep tot vernietiging van eventuele andere vergunningen, machtigingen of toelatingen, benodigd voor het project, aanhangig is bij de Raad van State of de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
Dezelfde vervaltermijn, wanneer van toepassing op een socio-economische vergunning voor een handelsvestiging waarvoor eveneens een stedenbouwkundige of een milieuvergunning nodig is, wordt geschorst zolang de stedenbouwkundige vergunning of de milieuvergunning niet definitief werd verleend. In dat geval gaat de termijn bepaald in artikel 13 van de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen pas in op de dag dat de stedenbouwkundige vergunning en/of de milieuvergunning definitief wordt verleend.

Art. 53.
Alle nog geldende vergunningen voor handelsvestigingen verleend met toepassing van de wet van 29 juni 1975 betreffende de handelsvestigingen en de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen worden vanaf de dag van inwerkingtreding van artikel 11 beschouwd als omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten overeenkomstig dit decreet en het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Als deze vergunningen voor handelsvestigingen meer gedetailleerde categorieën van kleinhandelsactiviteiten bevatten dan deze voorzien in artikel 3, dan worden deze vanaf de dag van inwerkingtreding van artikel 11 van rechtswege terug herleid naar de in artikel 3 opgesomde categorieën van kleinhandelsactiviteiten.
De vergunningen, vermeld in het eerste lid, vervallen als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen ervan aanvangen of meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken vanaf de de dag van inwerkingtreding van artikel 11.
Deze termijnen van vijf jaar worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de vergunning aanhangig is bij de Raad van State en zolang een beroep tot vernietiging van eventuele andere vergunningen, machtigingen of toelatingen, benodigd voor het project, aanhangig is bij de Raad van State of de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Art. 54.
De handelsvestigingen die stedenbouwkundig hoofdzakelijk vergund of vergund geacht zijn en geen vergunning voor handelsvestigingen dienden aan te vragen op basis van de wet van 29 juni 1975 betreffende de handelsvestigingen, worden vanaf de dag van inwerkingtreding van artikel 11 voor de toepassing van dit decreet geacht te beschikken over een omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten.
Als de in het eerste lid bedoelde handelsvestigingen sindsdien geen vergunning dienden te bekomen voor aanmerkelijke wijzigingen van het assortiment, dan worden de op de dag van inwerkingtreding van artikel 11 aanwezige categorieën van kleinhandelsactiviteiten, zoals opgesomd in artikel 3, geacht vergund te zijn met de op dat ogenblik aanwezige oppervlakten en percentages.
De vergunningen, vermeld in het eerste lid, vervallen als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken vanaf de datum van inwerkingtreding van artikel 11.

Art. 55.
Aanvragen tot vergunning voor handelsvestigingen, vermeld in de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen, die vóór de datum van inwerkingtreding van artikel 11 van dit decreet zijn ingediend, worden behandeld volgens de procedureregels van de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen zoals die golden op het ogenblik van indiening van de aanvraag.

Art. 56.
[Artikel 30 en 31] van dit decreet zijn niet van toepassing op ontwerpen van verordeningen die reeds een eerste maal door de Vlaamse Regering, de deputatie of het college van burgemeester en schepenen zijn vastgesteld voor de inwerkingtreding van de nadere regels rond het openbaar onderzoek, vermeld in deze artikelen.

Art. 57.
De bevelen tot onderbreking die werden opgelegd vóór de datum van inwerkingtreding van artikel 23 van dit decreet worden van rechtswege beschouwd als een stakingsbevel zoals voorzien in artikel 23 wanneer de feiten nog bestuurlijk beboet kunnen worden als vermeld in artikel 18.

Art. 58.
De voorzitter van de rechtbank van koophandel die zetelt als in kortgeding kan de vorderingen die regelmatig bij hem aanhangig zijn gemaakt nog steeds inwilligen als de feiten bewezen worden geacht en deze feiten op het ogenblik van de uitspraak nog bestuurlijk beboet kunnen worden als vermeld in artikel 18.

Art. 59.
Dit decreet treedt in werking op de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van:
artikel 10, § 1. Deze paragraaf treedt in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum, en ten vroegste op de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering dat uitvoering geeft aan de bepalingen in artikel 2.3.1 en 2.3.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zoals gewijzigd door artikelen 30 en 31 van dit decreet;
hoofdstukken 4 en 6. Deze hoofdstukken treden in werking op [een door de Vlaamse Regering per artikel vast te stellen datum];
hoofdstukken 7 en 8. Deze hoofdstukken treden in werking op een door de Vlaamse Regering per artikel vast te stellen datum;
[...]