Art. 54.
De handelsvestigingen die stedenbouwkundig hoofdzakelijk vergund of vergund geacht zijn en geen vergunning voor handelsvestigingen dienden aan te vragen op basis van de wet van 29†juni 1975 betreffende de handelsvestigingen, worden vanaf de dag van inwerkingtreding van artikel†11 voor de toepassing van dit decreet geacht te beschikken over een omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten.
Als de in het eerste lid bedoelde handelsvestigingen sindsdien geen vergunning dienden te bekomen voor aanmerkelijke wijzigingen van het assortiment, dan worden de op de dag van inwerkingtreding van artikel†11 aanwezige categorieŽn van kleinhandelsactiviteiten, zoals opgesomd in artikel†3, geacht vergund te zijn met de op dat ogenblik aanwezige oppervlakten en percentages.
De vergunningen, vermeld in het eerste lid, vervallen als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken vanaf de datum van inwerkingtreding van artikel†11.