Art. 2.1.5. 1. De Vlaamse Regering beslist tot de opmaak van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en neemt de nodige maatregelen voor de opmaak en de vaststelling ervan.

2. De opmaak en de vaststelling van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen omvatten minstens de volgende stappen:
1 de raadpleging in verschillende fasen van het opmaakproces van:
a) de strategische adviesraad;
b) de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
c) de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen;
d) de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij;
e) de Mobiliteitsraad van Vlaanderen;
2 overleg tussen de verschillende bestuursniveaus in verschillende fasen van het opmaakproces;
3 de raadpleging van het publiek in verschillende fasen van het opmaakproces, met inbegrip van een openbaar onderzoek over een voorlopig vastgestelde visie en een voorlopig vastgesteld beleidskader;
4 wat de strategische visie betreft:
a) een voorlopige vaststelling van de visie door de Vlaamse Regering;
b) een standpunt van het Vlaams Parlement over de voorlopig vastgestelde visie, vermeld in punt a);
c) een definitieve vaststelling van de visie door de Vlaamse Regering;
d) de bekrachtiging door het Vlaams Parlement van de definitief vastgestelde visie, vermeld in punt c);
5 wat de beleidskaders betreft:
a) een voorlopige vaststelling door de Vlaamse Regering;
b) een definitieve vaststelling door de Vlaamse Regering.

Bij de definitieve vaststelling van beleidskaders kan de Vlaamse Regering onderdelen van provinciale of gemeentelijke beleidskaders omschrijven of aanduiden die niet meer geldig zijn. De Vlaamse Regering wint hiervoor het advies in van de betrokken provincieraad of de gemeenteraad, al naargelang.

3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de opmaak en de vaststelling van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.