[Afdeling 4.
Het gemeentelijk beleidsplan ruimte (verv. decr. 8 december 2017, art. 23, I: 5 mei 2018)]


Art. 2.1.11. 1. De gemeenteraad besluit tot de opmaak van een gemeentelijk beleidsplan ruimte. Het college van burgemeester en schepenen neemt de nodige maatregelen voor de opmaak en de vaststelling ervan.

2. De opmaak van een gemeentelijk beleidsplan ruimte omvat minstens de volgende stappen:
1 de raadpleging in verschillende fasen van het opmaakproces van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening;
2 overleg tussen de verschillende bestuursniveaus in verschillende fasen van het opmaakproces;
3 de raadpleging van het publiek in verschillende fasen van het opmaakproces, met inbegrip van een openbaar onderzoek over een voorlopig vastgestelde visie en een voorlopig vastgesteld beleidskader;
4 een voorlopige vaststelling en een definitieve vaststelling door de gemeenteraad.

De Vlaamse Regering en de deputatie kunnen, naar aanleiding van de definitieve vaststelling van het gemeentelijk beleidsplan ruimte, een voorbehoud maken bij bepaalde opties uit het plan. Dat voorbehoud is voldoende precies.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de opmaak en de vaststelling van een gemeentelijk beleidsplan ruimte, en voor de toepassing van het tweede lid.

Art. 2.1.12. Besluiten houdende definitieve vaststelling van een gemeentelijke strategische visie of een gemeentelijk beleidskader worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Ze treden in werking veertien dagen na de bekendmaking ervan.

De strategische visie of het beleidskader kunnen worden ingezien op de gemeente.

Het geldende gemeentelijk beleidsplan ruimte is raadpleegbaar op de website van de gemeente. Op dezelfde website wordt documentatie bijgehouden over aspecten van het cyclische planningsproces, vermeld in artikel 2.1.1, 1, vierde lid, wat betreft het gemeentelijk beleidsplan ruimte.

Art. 2.1.13. De regels voor de opmaak en de vaststelling van het gemeentelijk beleidsplan ruimte zijn van toepassing op de herziening ervan. De herziening kan gedeeltelijk zijn.

Art. 2.1.14. ...

Art. 2.1.15. ...

Art. 2.1.16. ...

Art. 2.1.17. ...

Art. 2.1.18. ...

Art. 2.1.19. ...