Onderafdeling 3.
Bedrag


Art. 2.6.10. Aard van de bestemmingswijziging

§ 1. De planbatenheffing wordt berekend uitgaande van de vermoede meerwaarde van een perceel ten gevolge van de bestemmingswijziging en op basis van de oppervlakte van de bestemmingswijziging op het perceel. De oppervlakte van het perceel is de bij het kadaster gekende oppervlakte.

§ 2.De vermoede meerwaarde van een perceel wordt berekend conform de volgende tabel:

aard van de bestemmingswijziging bedrag van de vermoede meerwaarde per mŲ
wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 1° 117,64 euro
wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 2° 116,65 euro
wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 3° 113,24 euro
wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 4° 116,07 euro
wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 5° 63,08 euro
wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 6° 84,80 euro
wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 7° 83,81 euro
wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 8° 80,40 euro
wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 9° 83,23 euro
wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 10° 2,83 euro
wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 11° 4,40 euro
wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 12° 3,41 euro
wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 13° 0,99 euro
wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 14° 5,49 euro
wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 15° 4,50 euro


Indien het perceel het voorwerp uitmaakt van meerdere gelijktijdige bestemmingswijzigingen, wordt de vermoede meerwaarde van het perceel berekend als de optelsom van de producten van de respectievelijke oppervlaktes van elke wijziging en het bedrag van de vermoede meerwaarde per m2, zoals weergegeven in de tabel, opgenomen in het eerste lid.

Indien een zone die nog niet is afgebakend met toepassing van artikel 2.2.6, § 2, eerste lid, onder meerdere categorieėn van gebiedsaanduiding valt, wordt de vermoede meerwaarde berekend aan de hand van de categorie waaronder de meerderheid van de functies van de zone ressorteert.

§ 3. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de berekening van de vermoede meerwaarde de oppervlakte van de bestemmingswijziging beperkt tot een maximale oppervlakte van 2750 m2, voor zover tegelijk aan volgende voorwaarden is voldaan :
1° het betreft een bestemmingswijziging zoals vermeld in artikel 5.4.2, tweede lid;
2° de bestemmingswijziging heeft niet tot gevolg dat het bestaande aantal woongelegenheden kan worden verhoogd;
3° de bestemmingswijziging heeft niet tot gevolg dat het bouwvolume kan worden verhoogd tot meer dan 1 000 m3;
4° de bestemmingswijziging heeft niet tot gevolg dat een verkavelingsvergunning voor het perceel kan worden afgeleverd.

De beperking van de oppervlakte is niet van toepassing op eventuele andere gelijktijdige bestemmingswijzigingen op het perceel.

§ 4. Paragraaf 3 is van toepassing op ruimtelijke uitvoeringsplannen die vanaf 1 september 2009 voorlopig worden vastgesteld.

Indien voor het perceel dat onder de toepassing valt van paragraaf 3 reeds een planbatenheffing werd gevestigd, kan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie ambtshalve ontheffing ten belope van het te veel aangerekende bedrag verlenen. Indien dit aanleiding geeft tot een gedeeltelijke terugbetaling van de planbatenheffing zijn geen moratoriumintresten verschuldigd.


Art. 2.6.11.
Voor de berekening van de planbatenheffing wordt het bedrag van de vermoede meerwaarde van een perceel verdeeld in schijven, die elk onderworpen worden aan een specifiek heffingspercentage.

Deze berekening gebeurt aan de hand van volgende tabel :

Gedeelte van de vermoede meerwaarde

Percentage toepasselijk op het overeenstemmend gedeelte

Totale bedrag van de heffing over het voorgaand gedeelte

van 0,01 tot en met 12.500 EUR

1 t.h.

/

van 12.500 tot en met 25.000 EUR

2 t.h.

125 EUR

van 25.000 tot en met 50.000 EUR

3 t.h.

375 EUR

van 50.000 tot en met 100.000 EUR

5 t.h.

1.125 EUR

van 100.000 tot en met 150.000 EUR

8 t.h.

3.625 EUR

van 150.000 tot en met 200.000 EUR

14 t.h.

7.625 EUR

van 200.000 tot en met 250.000 EUR

18 t.h.

14.625 EUR

van 250.000 tot en met 500.000 EUR

24 t.h.

23.625 EUR

boven de 500.000 EUR

30 t.h.

83.625 EUR


Art. 2.6.12. § 1. De in artikel 2.6.10, § 2, eerste lid, opgenomen vermoede meerwaarden per m2 worden vijfjaarlijks geactualiseerd. De Vlaamse Regering legt daartoe vijfjaarlijks een voorstel voor aan de decreetgever, op grond van het evaluatierapport, vermeld in artikel 2.6.19, tweede lid. De cyclus van vijf jaar vangt aan op 1 januari 2009.
Indien op 31 december van het laatste jaar van de cyclus van vijf jaar, vermeld in het eerste lid, geen actualisering is doorgevoerd, wordt het bedrag van de verschuldigde planbatenheffing, als bepaald overeenkomstig artikel 2.6.10 en 2.6.11, vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar geactualiseerd door dit te vermenigvuldigen met de gezondheidsindex voor de maand volgend op de maand van de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan of het bijzonder plan van aanleg, en te delen door de gezondheidsindex voor de maand volgend op de maand van de inwerkingtreding van het decreet waarin het toepasselijke bedrag van de vermoede meerwaarde per m2 voor het laatst werd vastgesteld of aangepast.

§ 2. In afwijking van § 1 legt de Vlaamse Regering reeds uiterlijk op 31 december 2011 een eerste voorstel tot actualisering van de vermoede meerwaarden per m2 voor de bestemmingswijzigingen, vermeld in artikel 2.6.4, 14° en 15°, aan de decreetgever voor. Het voorstel is gebaseerd op een specifieke evaluatie betreffende deze bestemmingswijzigingen.

De regeling, vermeld in het eerste lid, stelt de bestemmingswijzigingen, vermeld in artikel 2.6.4, 14° en 15°, niet vrij van de globale vijfjaarlijkse evaluatie en actualisering, vermeld in § 1, eerste lid. De regeling, vermeld in § 1, tweede lid, is ook op deze bestemmingswijzigingen onverkort van toepassing.