Onderafdeling 5.
Medegebruik inzake natuurschoon


Art. 4.4.5. In alle bestemmingsgebieden kunnen, naast de handelingen die gericht zijn op de verwezenlijking van de bestemming, ook handelingen worden vergund die gericht zijn op de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van de natuur en het natuurlijk milieu en van landschapswaarden, voor zover ze door hun beperkte impact de verwezenlijking van de algemene bestemming niet in het gedrang brengen.

In alle bestemmingsgebieden, gelegen binnen een kavelplan, vastgesteld overeenkomstig artikel 11, tweede lid, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet, kan de Vlaamse Regering bij haar beslissing met toepassing van artikel 65, eerste lid, van de voormelde wet van 22 juli 1970 om over te gaan tot ruilverkaveling, beslissen dat, naast handelingen die gericht zijn op de verwezenlijking van de bestemming, ook handelingen kunnen worden vergund die gericht zijn op de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van de natuur en het natuurlijk milieu en van landschapswaarden.

De Vlaamse Regering kan bij haar beslissing met toepassing van artikel 65 van de voormelde wet van 22 juli 1970 om over te gaan tot ruilverkaveling, beslissen dat de bevoegde overheid voor het geheel of een gedeelte van de ruilverkaveling binnen de drie jaar na het verlijden van de ruilverkavelingsakte zoals bedoeld in artikel 37 van de voormelde wet van 22 juli 1970, een ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan voorlopig moet vaststellen.

De Vlaamse Regering kan nadere regelen bepalen voor de toepassing van het eerste lid.