Art. 5.1.4. 1. De overheden die beslissingen nemen in verband met de vergunningverlening in het kader van deze codex of van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning of het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten sturen ambtshalve een afschrift van elke beslissing naar het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het betrokken onroerend goed gelegen is.

De overheden die betrokken zijn in een procedure die betrekking heeft op een betwisting in het kader van deze codex of van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning of het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten sturen ambtshalve een afschrift van elke dagvaarding of verzoekschrift, elke voorziening in hoger beroep of in cassatie, naar het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het betrokken onroerend goed gelegen is. Iedere in de zaak gewezen beslissing wordt ambtshalve doorgestuurd naar het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het betrokken onroerend goed gelegen is.

De overheden die belast zijn met het bezorgen van de afschriften, vermeld in het eerste en tweede lid, zijn verantwoordelijk voor de overeenstemming van deze afschriften met de stukken die zij in hun bezit hebben.

De kennisgeving, vermeld in het tweede lid, is niet vereist indien aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het betrokken onroerend goed gelegen is, reeds een afschrift van de in het tweede lid bedoelde documenten werd toegestuurd, op basis van een andere bepaling van deze codex of van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning of het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten.

2. De Vlaamse Regering kan nadere regelen bepalen betreffende de informatieplichten, vermeld in 1.