Art. 6.2.4. Onverminderd de bevoegdheden van de agenten en de officieren van gerechtelijke politie zijn de verbalisanten ruimtelijke ordening bevoegd om de misdrijven, omschreven in dit hoofdstuk, op te sporen en vast te stellen door een proces-verbaal dat ze onmiddellijk bezorgen aan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waar het misdrijf is gepleegd. De processen-verbaal waarin de misdrijven, omschreven in dit hoofdstuk, worden vastgesteld, gelden tot bewijs van het tegendeel. Als de vermoedelijke overtreder bekend is, wordt een kopie van het proces-verbaal met een beveiligde zending betekend aan de vermoedelijke overtreder. Die betekening gebeurt binnen een termijn van veertien dagen na de datum van de afsluiting van het proces-verbaal.

De agenten, officieren van de gerechtelijke politie en de verbalisanten ruimtelijke ordening hebben toegang tot de bouwplaats en de gebouwen om alle nodige opsporingen en vaststellingen te verrichten.

Als deze verrichtingen de kenmerken van een huiszoeking dragen, mogen ze alleen worden uitgevoerd op voorwaarde dat de politierechter daarvoor een machtiging heeft verstrekt.

Een afschrift van een proces-verbaal waarin een misdrijf wordt vastgesteld of van een navolgend proces-verbaal waarin het vrijwillig herstel of de regularisatie wordt vastgesteld, wordt altijd gericht aan de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, de gewestelijke entiteit en de gemeente van het grondgebied waarop de handelingen hebben plaatsgevonden.