Art. 6.2.5/1. § 1. De volgende personen kunnen verbalisant ruimtelijke ordening zijn:
1° de personeelsleden van de entiteit, bevoegd voor de uitvoering van de handhavingstaken met betrekking tot de ruimtelijke ordening, die daarvoor worden aangewezen door de Vlaamse Regering;
2° de personeelsleden van het Vlaamse Gewest van andere entiteiten, die daarvoor worden aangewezen door de Vlaamse Regering;
3° de personeelsleden van de gemeente, die daarvoor worden aangewezen door het college van burgemeester en schepenen;
4° de personeelsleden van een intergemeentelijk samenwerkingsverband, die daarvoor worden aangewezen door de colleges van burgemeester en schepenen.

De Vlaamse Regering kan voorwaarden, die onder meer betrekking kunnen hebben op de scholingsvereisten, bepalen waaraan de verbalisanten ruimtelijke ordening moeten voldoen.

§ 2. De Vlaamse Regering wijst onder de gewestelijke personeelsleden die als verbalisant ruimtelijke ordening zijn aangewezen, degenen aan die de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, verkrijgen om misdrijven als vermeld in dit hoofdstuk, op te sporen en vast te stellen in een proces-verbaal.

§ 3. Contractuele personeelsleden kunnen alleen verbalisant ruimtelijke ordening zijn als ze zijn beėdigd. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden van de eedaflegging bepalen.

Een beėdiging op grond van artikel 106 van het Gemeentedecreet geldt tevens als eedaflegging in de zin van het eerste lid.

§ 4. De Vlaamse Regering kan de aanwijzingsbevoegdheid, vermeld in paragraaf 1 en 2, delegeren.