Art. 6.3.4. 1. Als de plaats niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn in de vorige staat wordt hersteld, als het strijdige gebruik niet binnen die termijn wordt gestaakt of als de bouw- of aanpassingswerken niet binnen die termijn worden uitgevoerd, beveelt het vonnis of arrest altijd dat de stedenbouwkundige inspecteur en de burgemeester ambtshalve in de uitvoering ervan kunnen voorzien in de plaats en op kosten van de veroordeelde.
Het opstarten van een ambtshalve uitvoering geschiedt met naleving van artikel 6.3.10, 1. Er wordt onder verstaan :
1 hetzij het aanvatten van een gunningsprocedure tot aanwijzing van een particulier die het vonnis of het arrest zal uitvoeren;
2 hetzij het schriftelijk of mondeling belasten van een particulier, binnen een raamovereenkomst, tot uitvoering van het vonnis of arrest;
3 hetzij het geven van de nodige instructies aan een ambtenaar of een dienst voor de uitvoering van het vonnis of arrest.
De overheid of de particulier die het vonnis of het arrest uitvoert, is gerechtigd om de materialen en voorwerpen, afkomstig van de herstelling van de plaats of van de staking van het strijdig gebruik te verkopen, te vervoeren en te verwijderen.
De overtreder die in gebreke blijft, is verplicht alle uitvoeringskosten, verminderd met de opbrengst van de verkoop van materialen en voorwerpen, te vergoeden op vertoon van een staat die de overheid, vermeld in het eerste lid, heeft opgesteld of die de beslagrechter in de burgerlijke rechtbank begroot en uitvoerbaar verklaard heeft.
De verjaring van het recht op het uitvoeren van de herstelmaatregel neemt een aanvang vanaf het verstrijken van de termijn die de rechtbank heeft bepaald voor de tenuitvoerlegging ervan.
2. De meerwaarde en de kosten die verbonden zijn aan de ambtshalve uitvoering, vermeld in paragraaf 1, kunnen ook worden verhaald op de titularis van een zakelijk recht, verkregen onder bezwarende titel en middels een authentieke akte, verleden na de inwerkingtreding van dit lid, op het goed dat het voorwerp uitmaakte van het vonnis of arrest.
Op voorwaarde dat de titel al was overgeschreven vr de gedinginleidende akte, vermeld in artikel 6.3.1, 6, en 6.3.3, 2, blijft het verhaal van de kosten die verbonden zijn aan de ambtshalve uitvoering, vermeld in paragraaf 1, evenwel beperkt tot de verrijking die de titularis van het zakelijk recht ingevolge de uitvoering van de opgelegde herstelmaatregel heeft verkregen.
3. De meerwaarde en de kosten die verbonden zijn aan de ambtshalve uitvoering, vermeld in paragraaf 1, worden, samen met de invorderingskosten, gewaarborgd door een wettelijke hypotheek, die zich uitstrekt tot alle zakelijke rechten die toebehoren aan de veroordeelde, vermeld in paragraaf 1, en die ingeschreven, vernieuwd, verminderd of geheel of gedeeltelijk wordt doorgehaald conform hoofdstuk IV en V van de Hypotheekwet van 16 december 1851. De hypotheek wordt ingeschreven op voorlegging van een afschrift van de rechterlijke beslissing waarin de herstelmaatregelen worden opgelegd, niettegenstaande beroep of verzet.
Daarnaast kan een wettelijke hypotheek ingeschreven worden op alle zakelijke rechten van de titularis van een zakelijk recht op het goed dat het voorwerp uitmaakt van de opgelegde herstelmaatregel, vermeld in artikel 6.3.1, 1, of artikel 6.3.3, 1, voor zover dit recht verkregen werd onder bezwarende titel en middels een authentieke akte, verleden na de inwerkingtreding van dit lid. Als diens titel echter al overgeschreven was vr de overschrijving van de gedinginleidende akte, blijft de wettelijke hypotheek, voor de kosten die verbonden zijn aan de ambtshalve uitvoering, vermeld in paragraaf 1, beperkt tot het onroerend goed waarop de maatregel betrekking heeft, en dit ten belope van de verrijking die de titularis ingevolge de uitvoering van die maatregel zal verkrijgen of al verkregen heeft.
Het bestuur dat belast is met de inschrijving van de wettelijke hypotheek, kan op voorstel van de veroordeelde of de titularis van het zakelijk recht, vermeld in paragraaf 2, een alternatieve zekerheid aanvaarden of het onderpand van de hypotheek inperken, als daarvoor ernstige redenen bestaan en de alternatieve of ingeperkte zekerheid voldoende zijn voor de waarborging van de bedragen, vermeld in het eerste lid.
4. Het bestuur dat belast is met de invordering van de dwangsom, is ertoe gemachtigd aan de schuldenaars die bijzondere omstandigheden kunnen bewijzen, uitstel of spreiding van betaling toe te staan.
De gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester, vermeld in de betekening van de dwangsomtitel, kan, respectievelijk in naam van het Vlaamse Gewest of de gemeente, ambtshalve of op eenvoudig verzoek beslissen dat een opeisbare dwangsomschuld niet of maar gedeeltelijk wordt ingevorderd, zonder dat die beslissing betrekking kan hebben op de gerechts- en uitvoeringskosten die zijn gemaakt. Er wordt in de beslissing rekening gehouden met de gestelde handelingen en genomen engagementen met het oog op een correcte uitvoering van de hoofdveroordeling, alsook met de gehele of gedeeltelijke realisatie van het herstel.

De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden vastleggen en procedurele regelen bepalen voor de toepassing van het tweede lid.

5. Onverminderd paragraaf 4 kan het Vlaamse Gewest of de gemeente, respectievelijk vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering of het college van burgemeester en schepenen, op gemotiveerd verzoek tijdelijk of definitief afzien van verdere inning van een opeisbaar geworden dwangsomschuld. Dat kan voor het geheel of voor een gedeelte van de opeisbare schuldvordering zonder dat het betrekking kan hebben op de gerechts- en uitvoeringskosten die zijn gemaakt. De Vlaamse Regering respectievelijk het college van burgemeester en schepenen kunnen hun beslissingsbevoegdheid delegeren.

Het gemotiveerde verzoek, met inbegrip van eventuele bijlagen, wordt ingediend met een beveiligde zending respectievelijk bij de Vlaamse Regering of haar gemachtigde of bij het college van burgemeester en schepenen of zijn gemachtigde. De verzoeker bezorgt een afschrift van het verzoek aan de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester, vermeld in de betekening van de dwangsomtitel.

Binnen een ordetermijn van negentig dagen vanaf de dag na de ontvangst van de beveiligde zending wordt er uitspraak gedaan, in voorkomend geval, na het schriftelijke advies, vermeld in artikel 6.3.12, van de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering. De termijn van negentig dagen is geschorst vanaf de adviesaanvraag tot de dag dat het advies wordt verleend of tot de termijn voor het verlenen van advies is verstreken. Het advies is niet bindend.

De verzoeker wordt met een beveiligde zending op de hoogte gebracht van de beslissing. De beslissing wordt ook bezorgd aan de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester, vermeld in de betekening van de dwangsomtitel.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de uitvoering van deze paragraaf.