[Afdeling 3.
Bestuursdwang (ing. Decr. 25 april 2014, art. 86, I: 1 maart 2018)]


Art. 6.4.7. § 1. De stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester kan beslissen om bestuursdwang toe te passen. Bestuursdwang houdt in dat bestuurlijke maatregelen aan overtreders worden opgelegd door middel van een bestuurlijke beslissing die onmiddellijk uitvoerbaar is en steeds het recht op ambtshalve uitvoering insluit.

De beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt op schrift gesteld. De schriftelijke beslissing wordt een besluit genoemd.

§ 2. De bestuurlijke maatregelen, genomen in het kader van bestuursdwang, hebben dezelfde inhoud als de herstelmaatregelen, vermeld in artikel 6.3.1, § 1, en respecteren de rangorde, vermeld in het voormelde artikel.

Het bedrag van de meerwaarde wordt door de stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester vastgesteld conform artikel 6.3.1, § 5, tweede lid.

§ 3. Het besluit bevat minstens :
1° de kadastrale omschrijving van het onroerend goed dat het voorwerp is van de inbreuk of het misdrijf en de identificatie van de personen die zakelijke rechten hebben op het goed en de overtreders aan wie het besluit zal worden betekend;
2° een vermelding van de voorschriften die worden of werden geschonden;
3° een overzicht van de vaststellingen van de inbreuk of het misdrijf;
4° een omschrijving van de opgelegde bestuurlijke maatregelen;
5° de vermelding dat tegen het besluit houdende de bestuurlijke maatregelen in beroep kan worden gegaan, alsook een omschrijving van de procedure om in beroep te gaan.

Het besluit wordt bij gerechtsdeurwaardersexploot of met een beveiligde zending betekend aan de overtreders en aan de rechthebbenden op de zaak ten aanzien van wie de bestuursdwang zal worden toegepast.

Een afschrift van het besluit wordt aan de gemeente en de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur gezonden.

§ 4. In het besluit wordt een termijn bepaald waarbinnen de overtreder en de belanghebbenden de tenuitvoerlegging kunnen voorkomen door zelf de bevolen maatregelen uit te voeren. De uitvoeringstermijn kan zo nodig worden gefaseerd of gedifferentieerd per maatregel.

Voor wat de betaling van de meerwaarde betreft, kan de overtreder zich ook op een geldige wijze kwijten door binnen de uitvoeringstermijn de legaliteit te herstellen door het herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand, het staken van het strijdige gebruik of het verkrijgen van een regularisatievergunning en de uitvoering van de daarin begrepen voorwaarden.

De uitvoeringstermijn neemt een aanvang de dag na de betekening.

§ 5. Het besluit wordt binnen een termijn van twee maanden overgeschreven in het hypotheekkantoor van het gebied waar het onroerend goed ligt. De beslissing, vermeld in artikel 6.4.8, § 2, tweede lid, wordt binnen een termijn van twee maanden nadat ze is gewezen, ingeschreven op de kant van die overschrijving, op de wijze, vermeld in artikel 84 van de Hypotheekwet van 16 december 1851. Hetzelfde geldt voor elke rechterlijke beslissing over de schorsing of vernietiging van het besluit of de beslissing, vermeld in artikel 6.4.8, § 2, tweede lid.

§ 6. De beslissing tot toepassing van bestuursdwang en elke volgende beslissing die in de zaak gewezen is, zijn tegenwerpelijk aan alle belanghebbenden, die de gevolgen ervan moeten dragen.

Art. 6.4.8. § 1. Tegen de beslissing tot toepassing van bestuursdwang kan de vermoedelijke overtreder beroep instellen bij de Vlaamse Regering of haar gemachtigde. Bij de beoordeling van de herstelmaatregelen is artikel 6.4.7, § 2, van overeenkomstige toepassing, met inbegrip van de mogelijkheid tot vermindering van de meerwaarde, op verzoek en ambtshalve. Het beroep heeft schorsende werking.

Het beroep is alleen ontvankelijk als het wordt ingesteld bij een met redenen omklede brief binnen een termijn van dertig dagen, die de dag na de betekening van het besluit aanvangt. Als de verzoeker gehoord wil worden, maakt hij daarvan melding in zijn beroepschrift. Het beroepschrift wordt met een beveiligde zending betekend.

§ 2. Binnen een termijn van negentig dagen na de betekening van het beroepschrift wordt er over het beroep uitspraak gedaan, in voorkomend geval, na schriftelijk advies over de herstelmaatregel van de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering als vermeld in artikel 6.3.12/1. De termijn van negentig dagen is geschorst vanaf de adviesaanvraag tot de dag dat het advies wordt verleend of tot de termijn voor het verlenen van advies is verstreken.

De termijn van negentig dagen kan op voorwaarde van kennisgeving binnen die termijn aan de vermoedelijke overtreder en de stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester die de beslissing heeft genomen, eenmalig worden verlengd met negentig dagen. Bij gebrek aan een tijdige beslissing over het beroep vervalt de bestuurlijke maatregel. De vermoedelijke overtreder en de stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester die de beslissing heeft genomen, wordt van het verval schriftelijk op de hoogte gebracht. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de kennisgeving van de beslissing over het beroep en de uitvoering van dit artikel.

§ 3. De dag na de betekening van de beslissing tot verwerping van het beroep begint de door de stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester bepaalde termijn opnieuw te lopen, verminderd met het aantal dagen die al verstreken waren op het ogenblik van het instellen van het beroep.


Art. 6.4.9. § 1. De overtreder brengt de stedenbouwkundige inspecteur of burgemeester die de titel heeft laten betekenen met bevel tot uitvoeren, onmiddellijk met een beveiligde zending op de hoogte van de vrijwillige uitvoering van de opgelegde maatregelen.

Daarop maakt de stedenbouwkundige inspecteur of burgemeester die de titel heeft laten betekenen met bevel tot uitvoeren, een proces-verbaal van vaststelling op.

Bij gebrek aan een betekening met bevel tot uitvoeren is alleen de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur bevoegd om een proces-verbaal van vaststelling op te stellen.

De stedenbouwkundige inspecteur of burgemeester die de titel heeft laten betekenen met bevel tot uitvoeren, bezorgt met een beveiligde zending een afschrift van het proces-verbaal van vaststelling aan de stedenbouwkundige inspecteur of burgemeester, die niet in de akte van betekening vermeld zijn als opdrachtgever de overtreder, diens rechtsopvolgers en de personen die zakelijke rechten hebben op het onroerend goed dat het voorwerp uitmaakte van de opgelegde maatregelen.

Behalve in geval van bewijs van het tegendeel geldt alleen het proces-verbaal van vaststelling als bewijs van uitvoering van de maatregelen en van de datum van uitvoering.

§ 2. Het proces-verbaal van vaststelling, vermeld in paragraaf 1, wordt conform artikel 84 van de Hypotheekwet van 16 december 1851 ingeschreven op de kant van de overschrijving, vermeld in artikel 6.4.7, § 5.

Zolang de inschrijving, vermeld in het eerste lid, niet is gebeurd, moet de instrumenterende ambtenaar naar aanleiding van een akte die strekt tot de overdracht van een zakelijk recht, er in een afzonderlijke akte melding van maken dat op het onroerend goed ten gevolge van een uitvoerbare beslissing als vermeld in artikel 6.4.7 of 6.4.8, een verplichting rust om maatregelen als vermeld in artikel 6.4.7, § 2, uit te voeren. In die akte wordt ook bepaald dat de nieuwe titularis, voor zover de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke herstelmaatregel niet verjaard is, de verbintenis aangaat om de opgelegde maatregelen uit te voeren, onverminderd de verplichting van de overtreder.

De kosten verbonden aan de afzonderlijke akte, vermeld in het vorige lid, vallen steeds ten laste van de overdrager van het zakelijk recht.

De instrumenterende ambtenaar stuurt een afschrift van die akte naar de stedenbouwkundige inspecteur en de burgemeester, en is ertoe gehouden de grosse af te leveren op hun verzoek.


Art. 6.4.10. § 1. Elke overtreder aan wie het besluit, vermeld in artikel 6.4.7, en in voorkomend geval de beslissing, vermeld in artikel 6.4.8, werd betekend, is hoofdelijk gehouden tot het betalen van de meerwaarde en de kosten die verbonden zijn aan de toepassing van bestuursdwang, met inbegrip van de kosten voor de voorbereiding ervan.

Het besluit en de beslissing, vermeld in het eerste lid, maken daarvan melding.

§ 2. De meerwaarde en de kosten, vermeld in paragraaf 1, kunnen ook worden verhaald op de persoon die een zakelijk recht heeft op het goed dat het voorwerp van de bestuursdwang uitmaakte.

Op voorwaarde dat de titel van de houder van het zakelijk recht al was overgeschreven vóór de overschrijving van het besluit, vermeld in artikel 6.4.7, § 5, blijft het verhaal van de kosten evenwel beperkt tot de verrijking die de titularis van het zakelijk recht ten gevolge van de uitvoering van de opgelegde herstelmaatregel heeft verkregen.

§ 3. De meerwaarde en de kosten, vermeld in paragraaf 1 en 2, worden gewaarborgd door een wettelijke hypotheek, met overeenkomstige toepassing van artikel 6.3.4, § 3. De hypotheek wordt ingeschreven op voorlegging van een afschrift van het besluit of de beslissing over beroep.

Art. 6.4.11. De stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester die bestuursdwang heeft toegepast, kan van de overtreder bij dwangbevel de verschuldigde kosten, verhoogd met de invorderingskosten, invorderen. Hetzelfde geldt voor de meerwaarde die na het einde van de uitvoeringstermijn nog verschuldigd is. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die de Vlaamse Regering of het college van burgemeester en schepenen daarvoor heeft aangewezen. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of met een beveiligde zending.

Op het dwangbevel, vermeld in het eerste lid, zijn de bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing.

Art. 6.4.12. Tenzij de tenuitvoerlegging gebeurt met expliciete of impliciete instemming van de gebruiker en de personen die zakelijke rechten hebben op het onroerend goed dat het voorwerp uitmaakt van de beslissing tot toepassing van bestuursdwang, is de uitvoering van handelingen in de plaats en op kosten van de overtreder alleen mogelijk door een gerechtsdeurwaarder na voorafgaande betekening van het uitvoerbare besluit, vermeld in artikel 6.4.7, of, als beroep werd ingesteld tegen het besluit, na voorafgaande betekening van het besluit en de beslissing, vermeld in artikel 6.4.8.

Om aan een beslissing tot toepassing van bestuursdwang uitvoering te geven, hebben personen die daartoe zijn aangewezen door, naar gelang van het geval, de gerechtsdeurwaarder, de stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester, toegang tot elke plaats als dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

Art. 6.4.13. Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang behoort het verzegelen van gebouwen en terreinen, en wat zich daarin of daarop bevindt, alsook het meevoeren en opslaan van voor bestuursdwang vatbare zaken, als de toepassing van bestuursdwang dat vereist.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de bewaring en de teruggave aan de rechthebbenden van de meegevoerde zaken.