[Hoofdstuk IX.
Specifieke bepalingen voor de maritieme duinstreek (ing. Decr. 14 juli 1993, art.2)]


Art. 51. [De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de maritieme duinstreek, zoals in bijlage. (ing. Decr. 14 juli 1993, art. 2, I: 10 september 1993)]

Art. 52. § 1. De Vlaamse regering kan, in afwijking van de bepalingen van het decreet van 21 oktober 1997 inzake het natuurbehoud en het natuurlijk milieu op voordracht van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, met het oog op de bescherming, de ontwikkeling en het beheer van de maritieme duinstreek, delen van de maritieme duinstreek als beschermd duingebied aanduiden. Landbouwgronden, die gelegen zijn in de agrarische gebieden volgens de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen, van kracht in de ruimtelijke ordening, en in de maritieme duinstreek, kunnen enkel worden beschermd als voor het duingebied belangrijk landbouwgebied. Hun landbouwkundige bestemming blijft onverminderd voortbestaan.

De aanduiding als beschermd duingebied of als voor het duingebied belangrijk landbouwgebied houdt vanaf de publikatie van het besluit een volledig bouwverbod in, ongeacht de bestemming van het goed volgens de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen, van kracht in de ruimtelijke ordening of volgens de verleende verkavelingsvergunningen. Het bouwverbod heeft betrekking op alle werken die vergunningsplichtig zijn overeenkomstigartikel 4.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Dit bouwverbod geldt niet voor zover het gaat om verbouwing, herbouw en uitbreiding van bestaande landbouwbedrijven en voor zover deze werken geen wijziging van de landbouwbestemming tot gevolg hebben. Voor de werken, handelingen en wijzigingen in voor het duingebied belangrijk landbouwgebied, die betrekking hebben op de bestaande openbare, al dan niet lokale, elektrische leidingen, met inbegrip van de bijbehorende infrastructuur, zoals transformatorstations, transformatorcabines, installaties voor de productie van elektriciteit en dienstgebouwen, kan het bouwverbod - na advies van de administratieve dienst bevoegd voor het natuurbehoud en van het betreffende gemeentebestuur, en enkel in die gevallen dat er geen alternatieve oplossingen voor de bedoelde werken aanwezig zijn - worden opgeheven door een met redenen omkleed besluit van de Vlaamse regering. De bestaande installaties moeten daarenboven al in werking zijn vóór 10 september 1993.

Het bouwverbod geldt niet voor instandhoudingswerken aan gebouwen of woningen in de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden. In de beschermde duingebieden en in de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden geldt het bouwverbod niet voor werken noodzakelijk voor een efficiënt natuurbeheer, natuurherstel, natuurontwikkeling, kustverdediging en voor slopingswerken van woningen of gebouwen. (ing. Decr. 21 december 1994, art. 4, I: 30 december 1994

De bepalingen van artikel 4.4.2, artikel 4.4.6, artikel 4.4.12, artikel 4.4.16, artikel 4.4.21 en artikel 4.4.22, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening inzake het verbouwen van een bestaande woning of constructie, inzake stabiliteitswerken ten behoeve van een bestaande constructie en inzake herstelwerken aan vernietigde of beschadigde woningen of constructies, zijn eveneens van toepassing op de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden.

§ 2. Bij de aanduiding als beschermd duingebied of als voor het duingebied belangrijk landbouwgebied houdt de Vlaamse regering rekening met:
- de mogelijke dreiging die op het gebied rust, in het bijzonder in het woongebied en in het gebied voor recreatie, en die het behoud ervan als duingebied onmogelijk zou maken of sterk verminderen;
- het belang van het gebied voor het natuurbehoud in het algemeen en voor het behoud van het globaal duinenareaal in het bijzonder:
- de reeds op het gebied rustende bescherming.

§ 3. De Vlaamse regering legt binnen drie maanden de besluiten die in uitvoering van dit artikel genomen zijn, ter bekrachtiging aan de Vlaamse Raad voor. De besluiten vervallen van rechtswege indien ze niet binnen zes maanden na de voorlegging bekrachtigd worden. Indien binnen zes maanden na het nemen van het besluit de Vlaamse Raad ontbonden wordt, wordt de termijn voor bekrachtiging met zes maanden verlengd.

Art. 53. § 1. Uiterlijk op 31 december 1994 moet voor de Vlaamse kustgemeenten, voor het gedeelte van hun grondgebied gelegen binnen de maritieme duinstreek, een perceelsgewijze inventaris worden opgemaakt van de gebieden waar, met het oog op het maximaal behoud en optimaal beheer van de maritieme duinstreek, bestemmingswijzigingen of beperkende maatregelen wenselijk zijn. Voor deze percelen bevat de inventaris minstens de volgende gegevens:
a) de bestemmingszones volgens de heersende plannen van aanleg;
b) de eigendomsstructuur voor zover een bestemmingswijziging wordt voorgesteld;
c) de gemotiveerde voorstellen tot wijziging, eventueel met specifieke beperkingen;
d) voor wat de bouwzones betreft, opgave en beschrijving van de kadastrale percelen waarvan de niet-bebouwing wenselijk wordt geacht.

Deze inventaris wordt opgemaakt door de Vlaamse regering, in samenspraak met de betrokken gemeenten. De gemeenten stellen de nodige informatie ter beschikking.

§ 2. De Vlaamse regering bepaalt de procedure van openbaar onderzoek bij het opmaken van deze inventaris. (ing. Decr. 14 juli 1993, art. 2, I: 10 september 1993)]
(m.b.t. § 2, zie erratum B.S., 12 oktober 1993, p 22.358)

Art. 54. [(ing. Decr. 14 juli 1993, art. 2)] [§ 1. Schadevergoeding is ingevolge het in artikel 52 bedoelde verschuldigd wanneer dit verbod volgend uit een definitieve aanduiding als beschermd duingebied of voor het duingebied belangrijk landbouwgebied, een einde maakt aan de bestemming volgens de geldende plannen van aanleg of verkavelingsvergunningen die de grond had de dag voorafgaand aan bekendmaking van het besluit tot voorlopige aanduiding als beschermd duingebied of voor het duingebied belangrijk landbouwgebied. (verv. Decr. 21 december 1994, art. 5, I: 30 december 1994)]

[§ 2. Het recht op schadevergoeding ontstaat bij overdracht van het goed, bij de afgifte van een weigering van bouwvergunning of bij de afgifte van een negatief stedebouwkundig attest, mits de overdracht of de afgifte geschiedt na de bekendmaking van het besluit tot definitieve aanduiding als beschermd duingebied of voor het duingebied belangrijk landbouwgebied. De vorderingen tot betaling van de schadevergoeding worden ingediend bij de Vlaamse regering. De vordering tot betaling van de schadevergoeding verjaart drie jaar na de dag dat het recht op vergoeding ontstaat. (verv. Decr. 29 november 1995, art. 3, I: 30 november 1995)]

[§ 3. De waardevermindering die voor de schadeloosstelling in aanmerking komt, dient te worden geraamd als het verschil tussen eensdeels de waarde van het goed op het ogenblik van de verwerving, geactualiseerd tot op de dag van het ontstaan van het recht op schadevergoeding en verhoogd met de lasten en kosten, zonder rekening te houden met het bouwverbod, en andersdeels de waarde van het goed op het ogenblik van het ontstaan van het recht op schadevergoeding.

§ 4. Enkel de waardevermindering rechtstreeks voortvloeiende uit het in artikel 52 bedoelde bouwverbod komt in aanmerking voor schadevergoeding; De waardevermindering ten belopen van twintig procent moet zonder vergoeding gedoogd worden. Voor de berekening van de schadevergoeding wordt geen rekening gehouden met de overdracht van de goederen die na 14 juli 1993 doorgang vond. (verv. Decr. 21 december 1994, art. 5, I: 30 december 1994)]

[§ 5. Er is geen vergoeding verschuldigd in de gevallen bedoeld in (ing. Decr. 14 juli 1993, art. 2, I: 10 september 1993)] [artikel 35, tiende lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996. (verv. B.V.R. 22 oktober 1996, art. 8, I: 25 maart 1997)]

[§ 6. De Vlaamse regering bepaalt de uitvoeringsmodaliteiten van dit artikel, inzonderheid wat betreft de vaststelling van de waarde van het goed en de actualisering ervan. Wat de actualisering betreft (ing. Decr. 14 juli 1993, art. 2, I: 10 september 1993)] [dient deze te geschieden op basis van de evolutie van de index van de consumptieprijzen. (verv. Decr. 21 december 1994, art. 5, I: 30 december 1994)]

[§ 7. Aan de verplichting tot schadevergoeding kan worden voldaan door een met redenen omkleed besluit van de Vlaamse regering, en na advies door het Instituut voor Natuurbehoud, houdende opheffing van het in artikel 52 bedoelde bouwverbod voor het betrokken perceel.

§ 8. Indien een natuurlijk persoon slechts eigenaar is van één bouwperceel, waarvan de maximale oppervlakte wordt bepaald door de Vlaamse regering, gelegen in het beschermd duingebied of voor het duingebied belangrijk landbouwgebied en indien dit perceel zijn enig onbebouwd bouwperceel is en hij voor het overige slechts eigenaar is van één onroerende eigendom op datum van 15 september 1993, kan hij de aankoop door het Vlaamse Gewest eisen door zijn wil te doen kennen bij aangetekend schrijven, te zenden binnen vierentwintig maanden na bekendmaking van het besluit tot definitieve aanduiding van de beschermde duingebieden en van de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden. In dat geval moet het perceel worden teruggekocht en integraal betaald binnen vierentwintig maanden na de kennisgeving, op straffe van verval van rechtswege van het bouwverbod, bedoeld in artikel 52. De aankoop door het Vlaamse Gewest houdt in dat de betaalde koopprijs of, bij verwerving op een andere wijze dan door aankoop, de waarde waaraan het goed geschat werd voor de betaling van de rechten, geactualiseerd en verhoogd met de lasten en de kosten, de financieringskosten inbegrepen, terugbetaald worden. De Vlaamse regering bepaalt hoe deze paragraaf wordt toegepast.

§ 9. Er is geen vergoeding verschuldigd in de gevallen bedoeld in (ing. Decr. 21 december 1994, art. 5, I: 30 december 1994)] [artikel 35, tiende lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996. (verv. B.V.R. 22 oktober 1996, art. 8, I: 25 maart 1997)]

Art. 55. [De Vlaamse regering kan in overeenkomst met de eigenaars en de gebruikers van de betrokken gronden beheersovereenkomsten sluiten met het oog op een voor het natuurbehoud verantwoord beheer van de maritieme duinstreek. (ing. Decr. 14 juli 1993, art. 2, I: 10 september 1993)]

Art. 56. [Onverminderd de bepalingen van (ing. Decr. 14 juli 1993, art. 2, I: 10 september 1993)] [artikelen 58 tot en met 62 van het decreet van 21 oktober 1997 inzake het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (verv. Decr. 21 oktober 1997, art. 65, I: 20 januari 1998)] [en 47 van deze wet, worden met een geldboete van tweehonderd tot vijftigduizend frank gestraft, diegenen die handelen in strijd met de bepalingen van dit hoofdstuk. Onverminderd deze straf beveelt de rechtbank zo nodig de plaats in zijn vroegere staat te herstellen. (ing. Decr. 14 juli 1993, art. 2, I: 10 september 1993)]

Art. 57. ...