Art. 52. § 1. De Vlaamse regering kan, in afwijking van de bepalingen van het decreet van 21 oktober 1997 inzake het natuurbehoud en het natuurlijk milieu op voordracht van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, met het oog op de bescherming, de ontwikkeling en het beheer van de maritieme duinstreek, delen van de maritieme duinstreek als beschermd duingebied aanduiden. Landbouwgronden, die gelegen zijn in de agrarische gebieden volgens de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen, van kracht in de ruimtelijke ordening, en in de maritieme duinstreek, kunnen enkel worden beschermd als voor het duingebied belangrijk landbouwgebied. Hun landbouwkundige bestemming blijft onverminderd voortbestaan.

De aanduiding als beschermd duingebied of als voor het duingebied belangrijk landbouwgebied houdt vanaf de publikatie van het besluit een volledig bouwverbod in, ongeacht de bestemming van het goed volgens de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen, van kracht in de ruimtelijke ordening of volgens de verleende verkavelingsvergunningen. Het bouwverbod heeft betrekking op alle werken die vergunningsplichtig zijn overeenkomstigartikel 4.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Dit bouwverbod geldt niet voor zover het gaat om verbouwing, herbouw en uitbreiding van bestaande landbouwbedrijven en voor zover deze werken geen wijziging van de landbouwbestemming tot gevolg hebben. Voor de werken, handelingen en wijzigingen in voor het duingebied belangrijk landbouwgebied, die betrekking hebben op de bestaande openbare, al dan niet lokale, elektrische leidingen, met inbegrip van de bijbehorende infrastructuur, zoals transformatorstations, transformatorcabines, installaties voor de productie van elektriciteit en dienstgebouwen, kan het bouwverbod - na advies van de administratieve dienst bevoegd voor het natuurbehoud en van het betreffende gemeentebestuur, en enkel in die gevallen dat er geen alternatieve oplossingen voor de bedoelde werken aanwezig zijn - worden opgeheven door een met redenen omkleed besluit van de Vlaamse regering. De bestaande installaties moeten daarenboven al in werking zijn vóór 10 september 1993.

Het bouwverbod geldt niet voor instandhoudingswerken aan gebouwen of woningen in de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden. In de beschermde duingebieden en in de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden geldt het bouwverbod niet voor werken noodzakelijk voor een efficiënt natuurbeheer, natuurherstel, natuurontwikkeling, kustverdediging en voor slopingswerken van woningen of gebouwen. (ing. Decr. 21 december 1994, art. 4, I: 30 december 1994

De bepalingen van artikel 4.4.2, artikel 4.4.6, artikel 4.4.12, artikel 4.4.16, artikel 4.4.21 en artikel 4.4.22, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening inzake het verbouwen van een bestaande woning of constructie, inzake stabiliteitswerken ten behoeve van een bestaande constructie en inzake herstelwerken aan vernietigde of beschadigde woningen of constructies, zijn eveneens van toepassing op de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden.

§ 2. Bij de aanduiding als beschermd duingebied of als voor het duingebied belangrijk landbouwgebied houdt de Vlaamse regering rekening met:
- de mogelijke dreiging die op het gebied rust, in het bijzonder in het woongebied en in het gebied voor recreatie, en die het behoud ervan als duingebied onmogelijk zou maken of sterk verminderen;
- het belang van het gebied voor het natuurbehoud in het algemeen en voor het behoud van het globaal duinenareaal in het bijzonder:
- de reeds op het gebied rustende bescherming.

§ 3. De Vlaamse regering legt binnen drie maanden de besluiten die in uitvoering van dit artikel genomen zijn, ter bekrachtiging aan de Vlaamse Raad voor. De besluiten vervallen van rechtswege indien ze niet binnen zes maanden na de voorlegging bekrachtigd worden. Indien binnen zes maanden na het nemen van het besluit de Vlaamse Raad ontbonden wordt, wordt de termijn voor bekrachtiging met zes maanden verlengd.