Art. 8.

[§ 1

De Vlaamse Regering regelt de vorm van de visverloven, hun geldigheidsduur en de wijze waarop zij worden afgegeven, evenals de voorwaarden van afgifte en intrekking ervan.

§ 2 [

Jongeren tot en met zeventien jaar worden vrijgesteld van het visverlof onder de volgende voorwaarden:
ze vissen met maximaal één hengel;
ze vissen uitsluitend vanaf de oever, inclusief vanop een plateau of een steiger die verankerd of verbonden is met de oever;
ze vissen uitsluitend van twee uur voor zonsopgang tot twee uur na zonsondergang;
ze gebruiken geen aasvissen;
ze laten elke gevangen vis onmiddellijk en voorzichtig vrij in het water van herkomst;
ze vervoeren geen vissen en ze houden geen vissen in hun bezit tijdens het hengelen.
]

§ 3

De Vlaamse Regering kan andere algemene vrijstellingen verlenen voor het bezit van een visverlof.]

[§ 4

De Vlaamse regering kan vissersverenigingen erkennen.

§ 5

De Vlaamse regering stelt de voorwaarden op waaronder ze erkenning kan verlenen.]