Hoofdstuk III.
De visserijpolitie


Art. 10.
Met de politie, de bewaking en het behoud van de riviervisserij is het Bestuur van Waters en Bossen belast.

Art. 10.
[...]

Art. 11.
De Koning geeft een omschrijving van de hengel.

Art. 12.
De Koning bepaalt:
De tijd, de seizoenen en de uren tijdens welke het vissen verboden is, hetzij overal, hetzij op sommige waterlopen of gedeelten van waterlopen, evenals de vissoorten waarop dit verbod van toepassing is;
De wijzen van vissen en de vistuigen en -toestellen die verboden zijn;
De gebruiksvoorwaarden, de afmetingen evenals de wijze van keuring van de geoorloofde vistuigen;
De maten beneden welke sommige vissoorten in het water teruggeworpen moeten worden;
De lokazen waarvan het gebruik verboden is als aas aan de vistuigen.

Art. 13.

§ 1

Overtreding van de bepalingen ter uitvoering van artikel 12, 1° en 4°, wordt gestraft met geldboete van 26 tot 200 [euro] en met verbeurdverklaring van alle voorwerpen die tot het plegen van het misdrijf gediend hebben.

§ 2

Overtreding van de bepalingen ter uitvoering van artikel 12, 2° en 3°, wordt gestraft met geldboete van 100 tot 300 [euro] en met verbeurdverklaring van alle voorwerpen die tot het plegen van het misdrijf gediend hebben.
De geldboete wordt verdubbeld indien het misdrijf gedurende de rijtijd gepleegd wordt.
De inbeslaggenomen verboden vistuigen of -toestellen worden vernietigd.

§ 3

Overtreding van de bepalingen ter uitvoering van artikel 12, 5°, wordt gestraft met geldboete van 26 tot 100 [euro] en met verbeurdverklaring van alle voorwerpen die tot het plegen van het misdrijf gediend hebben.

Art. 13.
[...]

Art. 14.
De Minister tot wiens bevoegdheid de riviervisserij behoort, kan, met het oog op proefnemingen of op het gewestelijk of plaatselijk nut, het vissen, sommige wijzen van vissen, het vangen van sommige vissoorten of -categorieėn evenals het gebruik van bijzondere lokazen of tuigen tijdelijk toestaan of verbieden.

Art. 14bis.
De Vlaamse Regering kan, ten behoeve van de preventie, de bewaking en de bestrijding van ziekten bij in het wild levende dieren, met als doel de bescherming en vrijwaring van de volksgezondheid, de economische welvaart van beroepsmatige dierenhouders en de natuur, afwijken van de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, onder de door haar te bepalen voorwaarden en onder haar toezicht.
Afwijkingen op grond van dit artikel kunnen alleen maar toegestaan worden als de volgende voorwaarden zijn vervuld:
er mag geen andere bevredigende oplossing bestaan;
de afwijking mag geen afbreuk doen aan het streefdoel om de populaties van de soort in kwestie in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, op lokaal niveau of op Vlaams niveau.

Art. 15.
Te rekenen van de tweede dag na sluiting van de vistijd is het verboden, vis of kreeft, waarvan de vangst verboden is, te vervoeren, rond te venten, te verkopen, te koop te stellen of voorhanden te hebben met het oog op de verkoop, tenzij bewezen wordt dat die vis of kreeft afkomstig is van water waarop deze wet niet van toepassing is.
Overtreding van deze bepaling wordt gestraft met geldboete van 100 tot 300 [euro].

Art. 15.
[Het is verboden om het even welke levende vis, behalve paling, afkomstig uit viswater waarop de wetgeving van toepassing is, aan dit viswater te onttrekken en te vervoeren.
[...]]

Art. 16.
Het is verboden vis of kreeft die de door de Koning bepaalde maten niet heeft, vanwaar hij ook afkomstig is, te vervoeren, rond te venten, te verkopen, te koop te stellen of voorhanden te hebben met het oog op de visvangst of de verkoop.
De Koning bepaalt de nodige afwijkingen om het gebruik van sommige vissoorten als aas toe te laten.
Overtreding van deze bepaling wordt gestraft met geldboete van 50 tot 200 [euro].

Art. 16.
In afwijking van artikel 15 mag elke hengelaar maximaal vijf levende aasvisjes kleiner dan of gelijk aan 15 centimeter vervoeren en tijdens het hengelen in zijn bezit houden. De Vlaamse Regering kan het gebruik, de wijze van transport en de soorten aasvisjes nader omschrijven.

Art. 17.
De Minister tot wiens bevoegdheid de riviervisserij behoort, kan machtiging verlenen om te allen tijde vissen en kreeften van om het even welke maten, die voor bepoting bestemd zijn, te vangen en te vervoeren.

Art. 17bis.
[Met het oog op de bewaring van de populaties van visteeltsoorten in een gunstige staat van instandhouding in de zin van artikel 1bis, 10°, van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, neemt de Regering alle noodzakelijke maatregelen teneinde het vangen, het houden, het vervoer en het verkopen van in de waterlopen en kanalen van het Waalse Gewest onttrokken vissen, te verbieden.
Wat betreft de soorten die beschermd zijn overeenkomstig artikel 2quinquies van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, beroept de Regering zich op de gegevens verzameld krachtens deze wet om vast te stellen of de in het vorige lid bedoelde maatregelen dienen te worden getroffen.]
Zij kan met name bepalen welke soorten het onderwerp zijn van bijzondere maatregelen, de voorschriften inzake grootte of aantal, de inhoud van de bewaar- en vervoerbakken. Zij bepaalt de plaatsen, deel of geheel van het grondgebied van het Waalse Gewest waar de verkoop van deze soorten verboden is.
De inbreuken op de bepalingen van de besluiten genomen krachtens het 1e en het 2e lid worden gestraft met een boete van 100 tot 1000 [euro].]

Art. 18.
De houders van vergunningen mogen, terwijl zij vissen, in hun vaartuigen, korven of om het even welke benodigdheden, geen andere vissen hebben dan die waarvan de vangst geoorloofd is krachtens de vergunning.
Overtreding van deze bepaling wordt gestraft met geldboete van 50 tot 200 [euro] en met verbeurdverklaring van alle vistuigen en voorwerpen die tot het plegen van het misdrijf gediend hebben.

Art. 18.
De houders van vergunningen mogen, terwijl zij vissen, in hun vaartuigen, korven of om het even welke benodigdheden, geen andere vissen hebben dan die waarvan de vangst geoorloofd is krachtens de vergunning.
[...]

Art. 19.
De schippers op de bevaarbare of vlotbare stromen, rivieren of kanalen, mogen in hun schepen of uitrustingen generlei zelfs geoorloofd visnet of vistuig hebben, behalve een hengel, op straffe van geldboete van 50 tot 200 [euro] en verbeurdverklaring van de netten of tuigen.
Zij zijn gehouden hun vaartuigen en uitrustingen te laten bezichtigen door de met de politie van de visserij belaste ambtenaren en wachters. In geval van weigering worden ze gestraft met geldboete van 100 tot 500 [euro].

Art. 19.
De schippers op de bevaarbare of vlotbare stromen, rivieren of kanalen, mogen in hun schepen of uitrustingen generlei zelfs geoorloofd visnet of vistuig hebben, behalve een hengel [...]
[...]

Art. 20.
Het is verboden buiten zijn woning voorzien tezijn van verboden vistuigen of -toestellen, tenzij bewezen wordt dat die tuigen of toestellen bestemd zijn voor de visvangst in wateren waarop deze wet niet van toepassing is voor de zeevisserij of voor de visserij die krachtens internationale overeenkomsten beoefend wordt in vreemde wateren waar het gebruik er van niet verboden is.
In de laatste twee gevallen moeten de vissers die op de binnenwateren varen om de plaats van hun bestemming te bereiken, deze tuigen of toestellen in het ruim wegzetten.
Overtreding van de bepalingen die voorafgaan, wordt gestraft met geldboete van 50 tot 200 [euro] en met verbeurdverklaring van de vistuigen of -toestellen.

Art. 20.
Het is verboden buiten zijn woning voorzien tezijn van verboden vistuigen of -toestellen, tenzij bewezen wordt dat die tuigen of toestellen bestemd zijn voor de visvangst in wateren waarop deze wet niet van toepassing is voor de zeevisserij of voor de visserij die krachtens internationale overeenkomsten beoefend wordt in vreemde wateren waar het gebruik er van niet verboden is.
In de laatste twee gevallen moeten de vissers die op de binnenwateren varen om de plaats van hun bestemming te bereiken, deze tuigen of toestellen in het ruim wegzetten.
[...]

Art. 21.
Op elke vordering van de met het toezicht op de visserij belaste ambtenaren en aangestelden zijn de vissers gehouden hun tuigen te laten nazien, de inhoud van hun manden of alle andere benodigdheden waarin vis kan worden geborgen, te tonen, hun schepen aan te leggen en hun kooien en bergplaatsen, visbunnen en welke andere vergaarbakken ook te openen.
Zij die zich tegen bezichtiging verzetten, worden, wegens dit feit alleen, gestraft met geldboete van 100 tot 500 [euro].

Art. 21.
[...]

Art. 22.
Al wie in de waterlopen stoffen werpt, van die aard dat de vis bedwelmd of vernield wordt en met de bedoeling een dezer resultaten te bekomen, wordt gestraft met geldboete van 100 tot 1.000 [euro] en met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden of met een van die straffen alleen, onverminderd de schadevergoeding indien daartoe aanleiding bestaat.

Art. 22.
Het is verboden om in stromen, rivieren of kanalen, of in delen ervan stoffen te werpen met als bedoeling de vissen te bedwelmen, of te doden.

Art. 23.
Hij die in de aan deze wet onderworpen wateren vist, zonder de toelating van hem aan wie het visrecht behoort, wordt veroordeeld tot geldboete van 50 tot 200 [euro] en tot verbeurdverklaring van al de voorwerpen die tot het plegen van het misdrijf hebben gediend, onverminderd teruggave en schadevergoeding.

Art. 23.
[Het is verboden om te vissen in de wateren die vallen onder het toepassingsgebied van deze wet zonder de toestemming van degene aan wie het visrecht behoort.]

Art. 24.
In al de gevallen waarin de wet de verbeurdverklaring uitspreekt van de netten, vistuigen of andere voorwerpen die tot het plegen van het misdrijf hebben gediend, zijn de overtreders gehouden ze op de eerste aanmaning van de overheidsbeambten te overhandigen.
In geval van weigering worden zij tot geldboete van 100 tot 500 [euro] veroordeeld.

Art. 24.
[...]

Art. 25.
Het is verboden, op straffe van geldboete van 50 tot 200 [euro], vis uit te storten in de wateren waarop deze wet van toepassing is, zonder de machtiging van de Minister, die de riviervisserij in zijn bevoegdheid heeft, of van zijn afgevaardigde.

Art. 25.
Het is verboden [...]vis uit te storten in de wateren waarop deze wet van toepassing is, zonder de machtiging van de Minister, die de riviervisserij in zijn bevoegdheid heeft, of van zijn afgevaardigde.

Art. 26.
De bij deze wet gestelde straffen worden verdubbeld:
Indien er herhaling is binnen de twee jaar die volgen op een veroordeling wegens een van de misdrijven in deze wet omschreven;
Indien het misdrijf 's nachts of in bende gepleegd is.

Art. 26.
[...]

Art. 27.
In afwijking van artikel 100 van het Wetboek van Strafrecht, zijn hoofdstuk VII en artikel 85 van boek I van dit Wetboek van toepassing op de bij deze wet omschreven misdrijven.
In geval van verzachtende omstandigheden wordt de bij artikel 24, tweede lid, gestelde geldboete niet verminderd.

Art. 27.
[...]

Art. 28.
De vader, de moeder, de meesters en de lastgevers zijn burgerlijk verantwoordelijk voor de overtredingen van deze wet en van de besluiten ter uitvoering daarvan genomen die gepleegd worden door hun minderjarige ongehuwde kinderen die bij hen inwonen, of door hun dienstboden of aangestelden, behoudens beroep als naar recht.
Die verantwoordelijkheid wordt geregeld overeenkomstig artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek en is slechts van toepassing op de schadevergoeding en op de kosten.

Art. 28.
[...]