Art. 12.
De Koning bepaalt:
1
De tijd, de seizoenen en de uren tijdens welke het vissen verboden is, hetzij overal, hetzij op sommige waterlopen of gedeelten van waterlopen, evenals de vissoorten waarop dit verbod van toepassing is;
2
De wijzen van vissen en de vistuigen en -toestellen die verboden zijn;
3
De gebruiksvoorwaarden, de afmetingen evenals de wijze van keuring van de geoorloofde vistuigen;
4
De maten beneden welke sommige vissoorten in het water teruggeworpen moeten worden;
5
De lokazen waarvan het gebruik verboden is als aas aan de vistuigen.