Art. 13.

1

Overtreding van de bepalingen ter uitvoering van artikel 12, 1 en 4, wordt gestraft met geldboete van 26 tot 200 [euro] en met verbeurdverklaring van alle voorwerpen die tot het plegen van het misdrijf gediend hebben.

2

Overtreding van de bepalingen ter uitvoering van artikel 12, 2 en 3, wordt gestraft met geldboete van 100 tot 300 [euro] en met verbeurdverklaring van alle voorwerpen die tot het plegen van het misdrijf gediend hebben.
De geldboete wordt verdubbeld indien het misdrijf gedurende de rijtijd gepleegd wordt.
De inbeslaggenomen verboden vistuigen of -toestellen worden vernietigd.

3

Overtreding van de bepalingen ter uitvoering van artikel 12, 5, wordt gestraft met geldboete van 26 tot 100 [euro] en met verbeurdverklaring van alle voorwerpen die tot het plegen van het misdrijf gediend hebben.