Art. 14.
De Minister tot wiens bevoegdheid de riviervisserij behoort, kan, met het oog op proefnemingen of op het gewestelijk of plaatselijk nut, het vissen, sommige wijzen van vissen, het vangen van sommige vissoorten of -categorieŽn evenals het gebruik van bijzondere lokazen of tuigen tijdelijk toestaan of verbieden.