Art. 16.
Het is verboden vis of kreeft die de door de Koning bepaalde maten niet heeft, vanwaar hij ook afkomstig is, te vervoeren, rond te venten, te verkopen, te koop te stellen of voorhanden te hebben met het oog op de visvangst of de verkoop.
De Koning bepaalt de nodige afwijkingen om het gebruik van sommige vissoorten als aas toe te laten.
Overtreding van deze bepaling wordt gestraft met geldboete van 50 tot 200 [euro].