Art. 18.
De houders van vergunningen mogen, terwijl zij vissen, in hun vaartuigen, korven of om het even welke benodigdheden, geen andere vissen hebben dan die waarvan de vangst geoorloofd is krachtens de vergunning.
Overtreding van deze bepaling wordt gestraft met geldboete van 50 tot 200 [euro] en met verbeurdverklaring van alle vistuigen en voorwerpen die tot het plegen van het misdrijf gediend hebben.