Art. 19.
De schippers op de bevaarbare of vlotbare stromen, rivieren of kanalen, mogen in hun schepen of uitrustingen generlei zelfs geoorloofd visnet of vistuig hebben, behalve een hengel, op straffe van geldboete van 50 tot 200 [euro] en verbeurdverklaring van de netten of tuigen.
Zij zijn gehouden hun vaartuigen en uitrustingen te laten bezichtigen door de met de politie van de visserij belaste ambtenaren en wachters. In geval van weigering worden ze gestraft met geldboete van 100 tot 500 [euro].