Art. 20.
Het is verboden buiten zijn woning voorzien tezijn van verboden vistuigen of -toestellen, tenzij bewezen wordt dat die tuigen of toestellen bestemd zijn voor de visvangst in wateren waarop deze wet niet van toepassing is voor de zeevisserij of voor de visserij die krachtens internationale overeenkomsten beoefend wordt in vreemde wateren waar het gebruik er van niet verboden is.
In de laatste twee gevallen moeten de vissers die op de binnenwateren varen om de plaats van hun bestemming te bereiken, deze tuigen of toestellen in het ruim wegzetten.
Overtreding van de bepalingen die voorafgaan, wordt gestraft met geldboete van 50 tot 200 [euro] en met verbeurdverklaring van de vistuigen of -toestellen.