Art. 23.
Hij die in de aan deze wet onderworpen wateren vist, zonder de toelating van hem aan wie het visrecht behoort, wordt veroordeeld tot geldboete van 50 tot 200 [euro] en tot verbeurdverklaring van al de voorwerpen die tot het plegen van het misdrijf hebben gediend, onverminderd teruggave en schadevergoeding.