Art. 28.
De vader, de moeder, de meesters en de lastgevers zijn burgerlijk verantwoordelijk voor de overtredingen van deze wet en van de besluiten ter uitvoering daarvan genomen die gepleegd worden door hun minderjarige ongehuwde kinderen die bij hen inwonen, of door hun dienstboden of aangestelden, behoudens beroep als naar recht.
Die verantwoordelijkheid wordt geregeld overeenkomstig artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek en is slechts van toepassing op de schadevergoeding en op de kosten.