Art. 32.
Overtreding van deze wet en van de besluiten ter uitvoering daarvan genomen, wordt [...] vastgesteld [door de ambtenaren in de zin van artikel 3, 1, van het Boswetboek, door de visserijambtenaren,] door de [politieambtenaren] en andere officieren van de gerechtelijke politie, alsook door de ingenieurs en conducteurs van bruggen en wegen, de scheepvaartinspecteurs, de wachters van de bevaarbare waterwegen, de sluismeesters, de wegopzieners, [...] en de beambten van de directe belastingen en van de douanen en accijnzen.
De processen-verbaal van de officieren van de gerechtelijke politie [, die van de ingenieurs van natuur en bossen] en die van de [politieambtenaren] hebben bewijskracht tot het tegendeel bewezen is. De andere hebben alleen bewijskracht wanneer zij opgemaakt zijn door twee aangestelden of gestaafd door een tweede getuigenis.
[...]