Art. 36.
Bij het ministerie tot welke bevoegdheid de riviervisserij behoort, wordt een fonds ingesteld ter bepoting van de waterlopen waarop deze wet van toepassing is, ter verscherping van het toezicht, tot steun aan de strijd tegen de verontreiniging en tot verbetering van de visserij in het algemeen.
[Dit fonds is een begrotingsfonds als bedoeld in artikel 19 van de wet van 28 juni 1963 tot wijziging en aanvulling van de wetten op de rijkscomptabiliteit.
Het wordt gestijfd door:
a)
een afneming op de prijs van de visverloven;
b)
de vrijwillige, contractuele, reglementaire of decretale bijdragen van natuurlijke personen, rechtspersonen, openbare besturen en instellingen ter verwezenlijking van de doelstellingen inzake het beleid van de Vlaamse Regering ten aanzien van de riviervisserij;
c)
de opbrengst van administratieve geldboeten en alle andere bedragen, welke door de diensten van het Vlaamse Gewest en door de rechtbanken gevorderd worden lastens de overtreders van de wetgeving en reglementering inzake de riviervisserij;
d)
de opbrengst van concessies van verhuur en van vervreemdingen van eigendommen, installaties en aanhorigheden, die aangewend of verworven werden met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen inzake de riviervisserij.]